Ronald en Laura op 
 
wereldreis

Van 24 september 2012 tot 5 april 2013

Ronald en Laura's Blog 

Hawaii

Met onze vlucht naar Hawaii zouden we het dichts bij tijdreizen komen dat we waarschijnlijk ooit zouden doen. We stegen 12 februari 2013 om 10 uur s' ochtend op en zouden 11 februari om 20 uur landen. Zo kregen we ons op de reis ingehaalde uren terug. Het hoeft niet vermeld te worden wat een verwarring dit met zich meebrengt. Het liet ons wel toe uitspraken te doen zoals 'ik hoop dat ik gisteren goed ga slapen', 'gisteren komen we toe op Hawaii' of 'ik heb morgen amper geslapen'.


Zoals waarschijnlijk bij velen spreekt Hawaii toch een beetje tot de verbeelding. Het wou net lukken dat dit stuk land op onze route lag en aangezien we 'er nu toch passeren' konden we even goed eens gaan zien. Geïsoleerd gelegen tussen Azië en Amerika ligt het terug een heel eind van thuis, al waren we na Nieuw-Zeeland 'huiswaarts' aan het keren. Een gespreksonderwerp dat verboden werd op de verder reis.


De afstand tussen de 2 stukken land neemt niet weg dat ook Hawaii een deel van Amerika is. We hadden ons dus verwacht aan strenge immigratie inclusief de futuristische oogscans en dergelijke. Eens geland na een 8u durende vlucht konden we Amerika net even 'gemakkelijk' binnen als de andere landen al zien we er uiteraard ook uiterst betrouwbaar uit. Bij het buitenkomen van de iets verouderde luchthaven namen we de shuttle naar het centrum. Al snel zie je de verkeersborden met Honolulu, Waikiki Beach, etc. De volgende dag zouden we eens zien wat iedereen hier zo bijzonder aan vindt. Voor we zouden gaan slapen zochten we nog een restaurantje op en voelden ons al direct in Amerika bij het zien van de talrijke burgers op het menu en het gebrek aan alternatieven. We overlegden nog even over de te geven fooi en wandelden naar onze slaapkamer waar we probeerden de andere 6 jongeren niet al te veel te storen.


Gelukkig lag het enige hostel van Honolulu nogal in het centrum want met een terugrit naar de luchthaven gepland om 15u restte er ons niet al te veel tijd om de stad te bezoeken. Na een kleine 5minuten stappen stonden we al met onze voeten in het zand van Waikiki beach tussen de talrijke vooral Amerikaanse toeristen. We keken even naar de talrijke surfers die de metershoge golven bedwongen alsof het niets was. De hier uitgevonden sport is immens populair en de meeste beoefenaars zijn er nog goed in. Hoe imposant het surfen zo belachelijk is de minder avontuurlijke variant, het paddle boarden. Het tegen 2km/u staan op een surfbord met een lange roeispaan in de blakke zon is een bezigheid die we niet snapten. Achja we lieten iedereen zijn ding maar doen en we liepen wat verder naar de grote winkelstraat met alle bekende peperdure merken. We staken alert de straat over oppassend voor de talrijke limousines die de toeristen met een groter budget naar de vele resorts brachten. De 'international market' die veel weg had van een klein China town was een leuke afwisseling met de designer handtassen en we dachten aan eerdere landen op de reis waar we het hele assortiment aan prullen al eens waren tegengekomen maar dan aan een tiende van de prijs. Toen we het einde van de winkelstraat hadden bereikt keerden we terug via het strand waar het op een bepaald stuk vooral 'see and be seen' was. Voor we terugkeerden naar het hostel zette we onszelf nog even op een stuk strand waar de gemiddelde leeftijd een pak hoger lag als 200m eerder. Jammer.


We hadden het gevoel, ook al was het maar klein, we toch een goed stuk van Honolulu hadden gezien en de sfeer hadden kunnen opsnuiven voor we in de taxi stapten die ons naar de luchthaven bracht. Het hele stuk autosnelweg had een groot potentieel voor file maar gelukkig viel het mee. De ingerekende filetijd konden we nu al wachten doorbrengen in de terminal voor ons vertrek naar een ander eiland in de Hawaii groep, Kauai.


De kleine jet bracht ons in 20minuten naar het noordelijker gelegen eiland waar we tegen 18u toekwamen. Met de vrij dure hotels op Hawaii hadden we ons een couchsurfer (het principe waar wereldwijd mensen een slaapplaats aanbieden en er zo ook van kunnen genieten als ze zelf reizen.) gezocht in Lihue, de grootste 'stad' van het eiland. Deze had het jammer genoeg laten afweten wat ervoor zorgde dat we nog iets moesten zoeken de avond zelf. De 2 mile van de luchthaven naar het centrum zouden we te voet afleggen en we hadden al onze hoop gelegd op een motel dat we in de lonely planet hadden gevonden. De 23kg zware rugzak behoorlijk beu en na een korte stomme omweg wisten we dan ook niet goed wat gedaan wanneer we de vriendelijke moteleigenaar hoorde vertellen dat hij volzet was. Het door hem aangeraden hotel in de buurt was ook geen optie aangezien we eerder op het internet hadden gevonden dat die ook geen kamers beschikbaar hadden. Onze laatste optie was een motel aan de rand van het stadje wat met zijn 25 kamers een grote capaciteit had voor dit gehucht. Voor we de extra miles zouden afleggen naar dit motel probeerden we ze eerst telefonisch te bereiken via een telefooncel op straat die jammer genoeg niet werkte. We besloten de zoektocht maar even te staken en eerst aan een andere volgens Maslov primaire behoefte te voldoen, eten. Het chinese restaurant naast het volzette motel kwam als geroepen en we namen het laatste tafeltje in gelegen in de hoek. Niet het best gelegen tafeltje om met de rugzak te bereiken maar mensen maakten nogal snel plaats toen ze ons zagen afkomen. Een serveerster liet ons azend op een hogere fooi bellen met haar gsm naar het andere motel waar er gelukkig nog een kamer vrij was die we konden reserveren. De gedachten aan het chinees eten hadden de straatnaam van het motel verdrongen en na een goed kwartier wandelen over een wandeling die maar 10minuten zou mogen duren vroegen we de weg aan de inwoner die bezig was zijn vuilbakken buiten te zetten. De vriendelijke man moet gedacht hebben dat we er nogal uitgeput uitzagen en gaf ons niet enkel de uitleg maar besloot dan maar om ons ineens snel even af te zetten. Dankbaar wensten we hem nog een goede nacht en we installeerden ons in het typische Amerikaans uitziende motel. Met een verstaanbare grote dorst van de wandeling zou ik in het nabijgelegen tankstation onze eerste Amerikaanse biertjes kopen. Na talrijke films was ik toch vergeten hoe belangrijk de Amerikanen het identiteitsbewijs vinden wanneer het om alcohol gaat. Ik kwam uit de lucht vallen en haalde dan maar de succesvolle charmes boven bij de dame van middelbare leeftijd die na het aanhoren van wat verhalen over België en het 'romantic Europe' zonder morren de sixpack in een bruine papieren zak stak.


Op dit kleine eiland met ong 50km doorsnede loopt een u-vormige weg die wij zouden afleggen met een huurauto. Terwijl Laura in het motel de kamer wat opruimde zou ik de auto gaan ophalen aan de luchthaven enkele km's verder. Eens toegekomen aan het verhuurbureau was ik verre van de enigste en ik al snel mocht ik kiezen uit een ford focus of een dodge avanger. Ik ging voor de dodge en reed na meer dan 3 maanden links terug aan de rechterkant van de weg richting het motel. We ontbeten nog 'American style' met 'pancakes and coffee with refill' en zochten daarna onze weg naar de winkel voor eten. Met slechts 9 dagen op het eiland kochten we niet te veel en reden we verder naar het gemeentehuis waar we onze aanvraag indienden voor de verschillende kampeergronden verspreidt over het eiland. Voor 3$ per persoon slaap je meestal aan de rand van het strand en het is nog betaalbaarder als alle dure hotels. Kampings vastgelegd, eten in de koffer, tent en nog wat kampeermateriaal aangekocht en we waren klaar om naar de noorden van het eiland te vertrekken.


We passeerden verschillende kleine dorpjes en kwamen na een klein uurtje aan op het Ha'ena beachpark. Na dat we onze nieuwe tent hadden opgezet naast het strand kookten we op ons nieuw vuurtje wegens gebrek aan een juiste gasfles voor ons meegebracht opzetstuk. In de lonely planet waren we blijven hangen bij de informatie die aangaf dat de temperatuur op het eiland een vrij constante 25 graden was. De volgende alinea over de hoeveelheid regen hadden we links laten liggen maar we hoefden het niet te lezen om te weten hoeveel het regende. We kropen dan maar in onze tent en dachten aan eerdere momenten op de reis toen we op het etiket van onze tent lazen 'made in Bangladesh'. We hadden een terechte vrees voor de kwaliteit van ons onderdak en zagen al snel de eerste druppels via de naden naar binnen lopen. Het regende gelukkig niet al te veel en hard zodat we toch droog bleven.


Iets verderop eindigde de weg en startte de wandeling die we die dag zouden afwandelen, of toch gedeeltelijk. Het hele traject was 18km lang enkel en had de 7de plaats ingenomen in meest gevaarlijke wandelingen van de wereld. Het pad dat op de flank van steile bergen liep wordt levensgevaarlijk glad bij regen en de uitschuivers die je in de onderliggende oceaan doen terecht komen met een enorme stroming worden meestal niet overleefd. Wij zouden niet de hele wandeling doen en stoppen op het stuk waar het gevaarlijk werd. De regen van de vorige dag had het pad al lekker sappig gemaakt en de constante afwisseling van buien en stekende zon maakte het er niet beter op. Na een half uurtje wandelen begrepen we waarom zovelen ondanks het reële risico de tocht ondernamen. De Napali coast had niet voor niets in meerdere films als locatie gediend met zijn prachtig gevormde groene bergen. De uitzichten waren prachtig en we herinnerden ons dat deze bergen één van de redenen waren waarom we dit eiland uit de groep hadden gekozen.

We wandelden verder en kwamen aan een rivier waar het pad duidelijk verder liep aan de andere kant maar waar het minder duidelijk was hoe over het water te geraken. Meerdere wandelaars stonden voor het obstakel hun volgende zet uit te puzzelen. Met niet al te veel moeite geraakten we via een natuurlijk gevormd stenen pad over het water en onze bestemming bleek nog geen 50m verder te liggen. Het stenen strandje was een goede lunchplaats wat meerdere wandelaars ook doorhadden.

Op de terugweg hoorden we af en toe een geluid dat leek op een enorme plons. Dit bleek het ook te zijn wanneer we toevallig op nog geen 100m in zee een gigantische humpback walvis zagen springen. Licht gefrustreerd over de kostelijke, zeeziek makende boottocht van 2u in Nieuw-Zeeland met slechts 1 walvis waren we nu getuige van tientallen walvissen vlak voor de kust. We hadden geluk net in het seizoen te zitten waar de dieren paren in ondiep water voor dat ze naar Alaska vertrekken. Tussen de talrijke pluimen lucht en water die de vissen produceerden besloten er sommige om af en toe te springen. Een hele ervaring om deze dieren uit het water te zien reizen om dan met een enorme plons terug neer te komen en dat van zulk een korte afstand. Wat normaal een uurtje wandelen zou zijn werd met de walvisstops al een pak langer.


In de middag reden we naar het Anini Beach park wat zuidelijker. We zette de tent op en hadden een kleine aperitief op het strand voor valentijn. Alsof we nog niet genoeg waren verbaasd door de beesten, sprong er één uiterst toevallig net toen ik keek enorm dicht bij de kust. De eerdere vissen hadden we van op een hoogte gezien en nu werd het van op gelijke hoogte nog duidelijker hoe gigantisch ze zijn. Toch even verschieten om een zwarte massa recht uit de zee zien te voorschijn komen.


Nog onder de indruk van het schouwspel zochten we één van de weinige restaurants op in de buurt waar Laura zou trakteren voor valentijn. Zoals verwacht was het enorm druk en hadden ze een tafeltje voor ons als we een uurtje wouden wachten. Niet echt gehaast namen we dan maar een voorgerechtje in de fastfood Mexicaan wat verder in de vorm van nacho's. Terug in het restaurant ging het er hectisch aan toe en was het zoals in de films wachten aan de ingang op de host die alles managede. We kregen een gezellig tafeltje en na het halen van onze paspoorten in de auto ook ons glas wijn. Ik leerde dat 'rib' iets geheel anders is dan onze gekende ribbetjes en eerder een gigantische biefstuk is. Je hoorde me niet klagen. Laura nam een lokale zwaardvis en we lieten het ons smaken. De salade bar en de grote porties zorgden zo direct voor lunch de volgende dag. Ze zouden dat in België ook standaard moeten maken 'doggy bags'.


Onze strategisch gekozen plaats naast de grote boomstam had ervoor gezorgd dat we wat beschut stonden tegen de regen en de wind die zeker aanwezig was die nacht. De meeste regen viel gelukkig 's nachts zodat we overdag onze voorziene stranddag konden doorbrengen. Met niet echt iets gepland werd het een luie dag met wat lezen en schrijven. We lachten nog met een kitesurfer die zijn parachute niet goed had vastgebonden en die daardoor een hele zwem te wachten had om hem terug te vinden. We vroegen ons nog af wie de vrouwelijke filmster was op het strand maar konden haar niet thuisbrengen, of was het nu toch echt iemand onbekend.


We sliepen nog een 2de keer in het beachpark en zouden de volgende dag verhuizen naar het Lydgegate park. Op weg naar het zuiden passeerden we nog een vuurtoren met aangrenzend reservaat voor watervogels. Mooi maar niet super veel te beleven. Met een andere wandeling gepland in de middag stopten we eerst nog in een gezellig koffiehuisje in Kapaa. Met een hoog genoeg cafeïne gehalte reden we verder naar de voet van de Misty Mountain. De wandeling was slechts iets meer dan 6km maar eindigde op de top van de berg dus zou het een serieus pak stijgen worden. Na een tijdje en enkele shortcuts sloeg ik nog een andere in die na wat klimmen er helemaal geen bleek te zijn. Laura die de klim minder zag zitten ging via het aangeraden pad verder. We hoopten elkaar verder op het pad wel ergens tegen te komen maar dit bleek niet het geval en we waren elkaar kwijt. Heel wat verder op het pad kwamen we elkaar dan toch terug tegen. We bereikten zo al snel de top en ook hier was het de moeite om het eiland te bezichtigen van op een hoogte en zo een overzicht te verkrijgen.


Terug op zeeniveau was het niet zo ver meer naar de slaapplaats. Onze mondvoorraad begon op te geraken dus brachten we nog een bezoek aan de winkel. Naast wat fruit en avondeten kochten we ook chips van lays met als smaak 'waffles and chicken', waar halen ze het die Amerikanen. Alles installeren voor een goede nacht ging steeds vlotter en al snel was er op de beschikbare bbq een vuurtje aan om onze taco's op te warmen. Net toen we onze mond over de eerste taco zette begon het terug te regenen maar gelukkig had onze frustratie rond water in de tent er voor gezorgd dat we een extra zeil hadden aangekocht. Met een oorverdovende oceaan op de achtergrond en gekletter van regen op het nieuwe zeil probeerden we op de romantische plaats naast het strand wat te slapen.


Het noorden en het oosten hadden we achter de rug en zo konden we beginnen aan de windrichtingen die over schieten. De behulpzame man die ons een lift had gegeven, de lonely planet, vrienden van vrienden, allemaal hadden ze ons aangeraden om zeker de 'baby grand canyon' te bezoeken. De Waimea canyon spreidt zich uit over een groot deel van het eiland en is te bezoeken via 1 weg die tal van prachtige uitkijkpunten aanbiedt. We vonden de juiste afslag en zette de neus van de dodge in de juiste richting. 30 Km stijgen en bochten, hiervoor hadden we genoeg oefening gehad in Nieuw-Zeeland. Het enige verschil is dat we in Nieuw-Zeeland 100km/u mochten rijden en hier 30. De vele koppels op leeftijd waarvan de man de niet vervulde droom tot de aanschaf van een sportauto dan maar verving door er één te huren voor een week op een tropisch eiland waren een grappig fenomeen. Daar sta je dan met 250pk en een open dak in de regen tegen 30km/u. Niet te klagen van ons eigen pk's probeerden we ons niet altijd even succesvol te houden aan de regels.


Gedurende de rit stopten we geregeld om telkens een ander stuk van de canyon te aanschouwen. In zulk een prachtige omgeving vroegen we ons af wat de grand canyon dan wel niet moet zijn die we in het vooruitzicht hadden liggen. We reden de weg in de canyon helemaal uit tot op een punt waar de natuur zich zo heeft gevormd tot één van de natste plaatsen van de wereld. Met de regenjas aan en schuivend in de modder begaven we ons naar het punt waar alle resorts en reisagenten hun foto's halen om in de brochures te zetten. Hawaii wordt niet voor niets 'the rainbow' state genoemd. De goed vloeiende regen in combinatie met snel afwisselende zon had er voor gezorgd dat er nog geen dag was voorbij gegaan zonder. Zo was er hier ook één gevormd en dat met groene golvende bergen als achtergrond. Met de regen die de plaats bijzonder maakt toch ook een beetje beu, reden we een stukje terug op de weg naar een state park waar we ook toestemming hadden om te kamperen. Het was niet te verwachten dat we in het park dat de natste plaatst van de wereld herbergde een droge nacht zouden hebben. Hopend dat onze tent met extra zeil de regen zou kunnen trotseren hadden we onszelf een plekje uitgezocht achter de sanitaire blok om te koken. Met 4 gare kippenbillen en nog 4, en een pot rijst te gaan was het maar een zure appel toen de gasfles zijn laatste beetje gas vrij liet. De boterham met sla en kip uit het vuistje smaakte nochtans niet slecht.


De volgende ochtend startte met een ketting van gebeurtenissen. Geen gas = geen warm water, geen warm water = geen koffie, geen koffie = laten we zeggen, een ander begin van de dag. Met een lager dan anders op reis consistent op peil gehouden cafeïne gehalte besloten we toch het state park in te trekken voor een wandeling die ons 9km lang doorheen de canyon zou leiden. Met een geel A4 blad in de achterzak verkregen als wandelkaart, een rugzak met wat eten en de onmisbare regenjas, vertrokken we. We kwamen bedrogen uit denkend dat we onze wandeling op het hoogste punt van de canyon waren begonnen. Na een steile klim met veel meer bos dan canyon vroegen we ons af waarom we de wandeling weer waren begonnen. Enkele km's verder kwamen we dan toch aan de rand van de canyon uit en ging de wandeling verder op een pad met uitzonderlijk zicht. Volgens ons geel papier zou er in het midden van de wandeling ergens een waterval moeten zijn, die we dan ook vonden. We hadden enkele mensen het riviertje dat zich vormde uit de waterval zien oversteken en veronderstelden dat het pad daar verder liep. We traden in het pad van de mensen en waren verbaasd over de slechte zichtbaarheid en toestand van het pad. Het leek of er overal splitsingen waren en het bos vol liep met paadjes. Na enkele keren te zijn terug gekeerd wegens sterke twijfels over de noemer 'pad' waren we even totaal gedesoriënteerd in het bos. Met totaal geen idee waar naar toe, hoorden we in de verte stemmen. Hoe dichter we in hun buurt kwamen van deze stemmen, hoe meer we ook het water van de waterval hoorden. De nutteloze omweg van toch zeker een uur had ons honger doen krijgen en we aten onze zelf gesmeerde boterhammen op. Wat later bleek dat het pad niet verder liep over de rivier maar daarvoor ergens eens splitsing maakte die we gemist hadden. Blij dat we vrij zeker terug de goede richting uitliepen maakte we de lusvormige wandeling af. Wij die ons enkele dagen voordien na het lezen over een artikel van een verloren gelopen jongere in Australië nog afvroegen hoe het mogelijk was, hadden toch even wat minder praat.


De mevrouw van het autoverhuurbedrijf had ons vermeld dat we de tank zo leeg mochten terugbrengen als we wouden. Niet dat we het als een uitdaging zagen maar de overvloed aan benzine in onze tank op zulk een klein eiland en geen zin om weer een avond in de regen te zitten zorgde er voor dat we de hele weg terug afreden om iets te gaan eten in het drogere en gezellige Waimea. Met niet al te veel opties beschikbaar hadden we toch een gezellig klein lokaal restaurantje gevonden. Eens terug aan de tent had de plaats blijkbaar één van zijn drogere dagen en konden we de volgende ochtend zelfs in het zonnetje ontbijten.


Voor de volgende avond hadden we nog geen plaats vast gelegd om te overnachten dus zouden we eerst nog een lokaal buurtcentrum bezoeken om een toestemming tot kamperen te verkrijgen in de buurt. Niet zeker of we wel nog zin hadden in een nacht kamperen in de regen, bezochten eerst nog een paar bed & breakfasts die jammer genoeg allemaal volzet waren. Het zou dus toch kamperen worden. Met het uitslapen, rijden en slaapplaats zoeken was het al snel middag geworden en gingen we ergens een koffie drinken waar we terug genoten van de Amerikaanse gewoonte van refill.

Vlak naast onze slaapplaats was er nog de ruïne van een Russisch fort dat te bezoeken viel. De russen hadden er 3 gebouwd op het eiland om de toenmalig heerser gerust te stellen dat handel doen met Rusland geen gevolgen zou hebben in de vorm van oorlogen met de andere eilanden. De forten op zich stelden in de jaren 1800 al niet veel voor, laat staan nu. Met een korter bezoek aan het fort dan verwacht kwamen we goed op tijd toe op de camping. Ook hier waren de daklozen aanwezig die van de kampeergronden voorzien door de 'county' hun vaste stek hadden gemaakt. De last die vaak bij de connotatie van het woord komt kijken was afwezig maar het geeft wel een meer realistisch beeld van Hawaii buiten de muren van de resorts. Hele families verblijven er, al hamburger etend, zonder enig toekomstperspectief. Het werd pas vreemd toen ik het gevoel kreeg dat ze er precies ook helemaal niet om gaven en het nu eenmaal hun manier van leven was. Zoals reeds vele keren gezegd de afgelopen maanden, iedereen zijn ding.


Niet dat er iets op aan te merken is op onze zelf geproduceerde ontbijten maar de volgende ochtend zouden we het toch buitens'tents' opzoeken. Ook al zijn de meeste zaakjes klein op het eiland, iedereen probeert er iets gezellig van te maken. Zo ook het koffiehuisje in Hanapepe waar ze ook gratis wifi aanboden. Goed ontbeten reden we via de 'tunnel of trees' (de naam verklaard zichzelf) naar old Kaloa town. Dit, voor Hawaii, oude stadje zou nog weergeven hoe het er ongeveer een paar honderd jaar geleden zou moeten hebben uitgezien. In het lang en breed vermeld in de reisgidsen en websites maar in werkelijkheid enkele huizen groot. Gezellig maar een hele uitdaging om er langer dan een uur geïnteresseerd rond te hangen. Van deze door de mens geproduceerde toeristische attractie dan maar naar een door de natuur geschapen één. De spouting hole lag aan de kust wat verder op de weg. Op deze plaats heeft de oceaan er een lange tijd over gedaan om met zijn constante inslagen een ruimte te creëren onder een hoop rotsen. Telkens wanneer de golven nu juist zitten ontstaat er een kracht in die ruimte die een hoop oceaanwater enkele meters de lucht doet ingaan vertrekkend uit een gat in de stenen.


We zouden onze toeristische dag verder zetten op het 'Waikiki beach' van Kauai. Het zuidelijke strand was de zonnigste locatie van het eiland en alle grote resorts en hotels hadden zich daar gevestigd. Wij die ook wel wat van de zon wouden meepikken begaven ons naar de plaats die het imago van Hawaii vormt met de cocktails en met palmbomen bezaaide stranden. Het kamperen had ons al geleerd dat dit slechts een klein stukje van Hawaii is en dat de realiteit er met talloze daklozen er een beetje anders uitziet. Op deze reis wouden we graag alles zien dus zouden we daar ook eens de sfeer gaan opsnuiven. Na er toch een tijdje te hebben doorgebracht en al heel wat minder verrast reageerden toen we weer een walvis zagen springen (niet verwend maar gewenning treedt nu eenmaal snel op) zouden we eens passeren bij het winkelcomplex dat we op de heenweg hadden gezien. De winkels hadden hun prijzen mooi aangepast aan de resorts dus kochten we niets buiten iets wat ik nu al meerdere keren had zien staan op reclame maar niet wist wat het inhield, shaved ice. Niet meer als een hoop gecrushed ijs met een van smaak voorziene siroop erover maar dat konden we nu dan tenminste met zekerheid zeggen.

De 'gourmet market' die het winkelcomplex organiseerde die dag was ondertussen van start gegaan en we deden ons te goed aan meerdere proevertjes. Met nog maar slechts 1 dag te gaan was het zinloos om iets te kopen van de verse lekkernijen maar gezellig was het wel.


De markt had onze smaakpapillen zin doen krijgen en de talrijk uitgedeelde foldertjes samengesteld uit kortingsbonnen van de lokale winkels, zorgden ervoor dat terug naar Koala Town reden voor onze gratis medium pizza bij aanschaf van een large. Gelukkig kregen we niet de Amerikaanse variant van 2cm deeg en 1cm kaas maar de Italiaanse met dunne bodem. De large bleek groot genoeg te zijn voor ons beiden maar op die manier hadden we een lekkere lunch voor de dag erna.


Die 'dag erna' zou als laatste dag in Hawaii een hoogtepunt inhouden met een helikoptervlucht die het hele eiland overvloog. Door verschillende bronnen aangeraden hadden we deze vrij goedkoop kunnen boeken via het internet en zouden we op deze manier talrijke plaatsen zien die zelfs te voet niet te bereiken zijn. De vlucht deed ons op tijd opstaan op de camping waar we de volgende nacht ook nog zouden slapen. We lieten de tent staan en reden naar de luchthaven die toch een uurtje rijden verder lag. Het opstaan in de regen negerend waren we positief en enthousiast over de vlucht. Tijdens het rijden naar de luchthaven werd het weer er niet beter op en het zicht al zeker niet. Eens toegekomen aan het bureau betaalden we de vlucht en met het busje werden we naar de landingsbaan gebracht. Gezien de prijs hebben de meeste toeristen zo een vlucht op hun agenda staan wat het een beetje bandwerk maakt. Net toen de helikopter met de vorige groep kwam geland was het duidelijk dat deze moeite had om hem in de net opgekomen storm zachtjes aan de grond te zetten. De piloot die het risico terecht niet wou nemen zorgde ervoor dat onze vlucht werd afgelast. Met de hele dag volgeboekt kon het niet verzet worden en hadden we plots een hele hoop dollars meer in onze handen en een pak meer tijd. Hoe jammer we het ook vonden waren we ook een beetje blij dat we niet in de vorige groep zaten die wel hadden betaald maar door de bewolking niets hadden gezien.

Met dergelijk weer hadden we ook geen zin om nog een nacht door te brengen in ons hoopje aaneengenaaid stof dat doorging als een tent. We boekten via skype een kamer voor onze laatste nacht in het zelfde motel als onze eerste nacht wat ook een stuk dichter bij de luchthaven lag voor ons vertrek de volgende ochtend. De tent kon ons niet veel schelen maar onze slaapzakken die er nog in lagen wel, dus reden we het hele stuk terug. Dit vonden we ook niet zo erg aangezien we in de ochtend op de weg een rum distilleerderij en een koffiekwekerij hadden zien liggen. Er vanuit gaande dat deze de klant wel zouden proberen overtuigen met staaltjes, brachten we beiden een bezoek. De rum was zeker interessant en ook al bestonden ze slechts drie jaar, fabriceerden ze nu al een enorm lekker drankje. Met prijzen die ook meevielen kochten we dan ook maar een fles (of 2). Niets beter om de rum te verteren dan koffie dus reden we wat verder naar de grootste koffieplantage van de US. Geen idee dat er zoveel soorten koffie bestonden, leerde we bij door te proeven.

Met een perfecte balans tussen alcohol en cafeïne reden we door naar de camping, pikten we onze slaapzakken op en lieten we de tent achter voor de eerste dakloze die het doorhad dat hij leeg was.

We reden door naar het motel en vervormden alles uit de auto terug tot 2 grote rugzakken. Na de nacht met nog eens de luxe van een matras stonden we op tijd op om de auto terug te brengen en in te checken voor onze vlucht. De auto terugbrengen ging verbazingwekkend vlot, zelfs zonder nog maar een opmerking over de 3kg zand die we stelselmatig hadden binnengesmokkeld. Bij het inchecken van de vlucht kregen we wegens overboeking het aanbod om 3 dagen later te vertrekken en ondertussen op hotel te verblijven. Had onze vlucht naar San José niet vastgelegen een paar uur later, hadden we dit serieus overwogen maar helaas. De 20minuten vliegen naar Honolulu vlogen letterlijk voorbij en een paar uur later vlogen we met air Alaska naar 'the mainland' (In Hawaii werd ik maar niet begrepen toen ik zei dat we na Hawaii naar Amerika vertrokken.).


Toch even slikken op het vliegtuig dat het punt dat tijdens het plannen van de reis nog zo ver af lag nu opeens een paar uur voor ons lag en zo het einde ook dichterbij bracht. Gelukkig vervingen we die gedachte al snel door het herbeleven van onze 10dagen Hawaii die ons hebben verbaasd op zo veel verschillende vlakken en die ons het stukje land in het midden van de oceaan hebben doen ontdekken.

Nieuw-Zeeland (deel 2)

We hadden het 's nachts al horen aankomen. De kletterende regendruppels hadden ons uit onze slaap gehaald maar lekker droog in de auto zou het een last voor de volgende dag worden. Niet het gekende zonlicht dat op ons gezicht viel bij het wakker worden, in plaats daarvan was het een natte grijze ochtend. Bij het ontbijt probeerden we ons te herinneren hoe lang het geleden was dat het nog eens een volledige dag had geregend en we kwamen tot het besluit dat dit oudejaarsdag moest geweest zijn, al meer dan een dikke maand geleden. Echt reden van klagen hadden we dus niet. Zo zouden de speciaal voor deze reis gekochte regenjassen toch ook nog eens van pas komen. Met al ons gerief terug verplaatst van de voorzetels naar de koffer vertrokken we richting Barrytown. De volgende dag zouden we daar eens iets anders doen dan verwonderd staan van de natuur, maar later meer daarover.

Met hoog tijd voor eens een winkel en wat voorbereidingen voor Hawaii gaf het weer ons een excuus om even te stoppen in Greymouth en de plaatselijke McDonalds voor internet. De Nieuw-Zeelanders hadden ons al verteld wat een geluk we hadden in deze periode en dat het weer van de dag normalere omstandigheden waren aan de westkust. Na de stop in de 'stad' reden we rechtstreeks naar Barrytown. Het stadje met een honderdtal inwoners had volgens de lonely planet een hotel. Goed opzoekwerk van de schrijvers want het was dan ook het enige. De naam hotel niet echt waardig hadden ze ook formules voor campervans en konden we koken in een overdekte keuken en gebruik maken van warm water terwijl we toch zouden slapen in de auto. Er was zelfs een 'tv-room' dat me eerder aan een stoffig scoutslokaal deed denken met wat versleten zetels en een tv met stokoude video's. Veel cliënteel had deze zaak in het dorpje dat de normale toerist gewoon passeert ook niet zodat we het hele spel voor ons alleen hadden.

Wat verder lag het Paparoa national park met zijn 'pancake' rotsen en 'blowholes'. Het lag naast de weg en was nog goed te doen in het regenweer. De rotsen liggen er inderdaad als een stapel pannenkoeken bij en liggen op zo een manier in zee dat deze bij vloed het water meerdere meters de lucht doet inschieten. Deze rotsen zijn nog maar één van de weinige onopgeloste natuurlijke mysteries. Voorlopig is er nog steeds niet ontdekt hoe deze rotsen zich hebben kunnen vormen. Het te volgen paadje tussen de rotsen is zeker interessant maar de uitkijkpunten geven nogal het zelfde uitzicht. Het derde punt trok terug sterk onze aandacht, niet door de stenen pannenkoeken maar door de dolfijnen die zich niet ver in de zee erachter aan het amuseren waren. Met meerdere tegelijk kwamen ze nu en dan gedeeltelijk boven water en zagen we ze verder zwemmen. Ze vervelen niet snel die beesten. In de vanzelfsprekend bij zo'n ttractie aanwezige toeristenwinkeltjes leerden we nog het verschil kennen tussen verschillende soorten honing. Over een regenachtige middagactiviteit gesproken. Terug in het hotelletje kookten we nog met de overschot van de vorige dag (4kazen saus met Nieuw-Zeelandse worstjes en champignons) met rijst en zette Laura met toch een kleine vrees van mezelf de tondeuse in mijn haar. Een niet te vinden kappersbezoek onder de 50€ deed ons het heft in eigen handen nemen. Toch wel tevreden van het resultaat kropen we de 'tv-room' binnen en keken iets op onze eigen laptop, die waarschijnlijk nog een groter scherm had dan de aanwezige tv.


Onze hoop op beter weer werd ingevuld en we verwelkomde de zon alweer. Met zin in 'eens iets anders' zouden we vandaag ons eigen mes maken. Als er iets was waardoor dit gehucht bekend was was het wel Steven en zijn vrouw die al een tiental jaar mensen hun eigen creatie uit metaal laten maken. Iedereen kreeg na de nodige uitgelegde veiligheidsmaatregelen een staaf ijzer in zijn handen gestopt en zoals iedereen in de geschiedenisles heeft geleerd, staken we het in een gloeiend heet vuur tot het er oranje terug uitkwam. Hier en daar eens serieus op timmeren, proces van opwarmen herhalen, terug timmeren enzovoort tot ieder de eerste ruwe vorm had van zijn eindproduct. Na serieus wat schuren, zaagden we onze eigen stukken hout voor het handvat en hechtte het vast met lijm en nageltjes aan het ijzer. Tegen die tijd was het lunch en ik die dacht dat een mes maken vooral smelten en kloppen was stond versteld van de hoeveelheid schuren en polijsten. Met hier en daar toch wat verfijningswerk van Steven hadden we tegen het einde van de middag ons eigen werk in ons handen. Vlijmscherp en een ongeschreven garantie voor het leven. Tussen de activiteiten van het mes maken kon er ook nog op een gigantische schommel gegaan worden en kon je de smijt technieken oefenen met bijlen. Het was zeker en vast 'eens iets anders'.


Met niet de behoefte nog een nacht langer in Barrytown te blijven reden we de zelfde avond nog door naar een slaapplaats halfweg tussen Westport en Nelson waar we terug werden omringd door zwermen zandvliegen. Eens in de auto gekropen maakten we jacht op de kleine etters die mee waren binnengedrongen en wreven we Laura's voetjes in met zalf die de jeuk van eerder opgelopen beten zou moeten minderen. 2 nachten na elkaar wakker worden van de jeuk was wel genoeg geweest en na eerdere ervaringen hadden we het wel gehad met stekende of bijtende beesten.


De kleine vliegen vertonen absoluut geen activiteit in de ochtend dus laten ze een ontspannen ontbijt toe, wachtend op de eerste zon om over de bergwand naast ons te verschijnen. Het Abel Tasman Nationaal Park was onze volgende stop. Het park ligt helemaal in het noorden van het zuidelijke eiland en bevat talrijke, enkel met boot bereikbare strandjes en baaien. Vanuit de kust strekt het park zich inlands uit met prachtige groene heuvels en bossen. Ik weet niet hoe sommige bedrijven er in slagen maar soms kom je op de wereld plaatsen tegen waar je door de talrijke folders en vermeldingen wordt gebrainwasht dat het absoluut noodzakelijk is een bepaalde activiteit te doen op die plaats en niets anders. Zo ben je niet in Thailand geweest als je niet bent gaan snorkelen en niet in het Abel Tasman Nationaal Park als je niet bent gaan kajakken. Het kleine verschil tussen beiden is de 100€ prijsverschil. Met de huurprijs van een dag kan je al bijna kajak kopen in België al twijfelen we zeker niet aan de pracht van dergelijke tocht.

Een kleine gniffel toen we aangekomen op het enorme stuk strand, dat bij eb bloot kwam te liggen, picknickten met zicht op vermoeide kajakkers die een felle tegenwind aan het verduren waren.

De ochtend hadden we opgevangen dat er in de heuvels van het nationaal park een festival aan de gang was dat net vandaag aan zijn laatste dag toe was. Bij toeval lag onze voorziene slaapplaats van die nacht daar op enkele km's van en besloten we om maar eens te gaan zien. Laura kreeg het hard te verduren op de smalle kiezelweg door de talrijke auto's die de berg afreden en ons zo soms wel erg dicht tegen de bergflank duwden. Gelukkig is het nog steeds links rijden en vermeden we zo de tegenhanger van een steile bergflank, het halve ravijn.

In tegenstelling tot in België waar de laatste dag van een festival de laatste dag is vol muziek en activiteit wordt hier de laatste dag aanzien als de dag waarop iedereen met een nog niet volledig genezen kater terug huiswaarts keert. Buiten vertrekkende mensen en afbraakwerken was er dus nog maar weinig te beleven. Het festival in de bossen vol met de ietwat ruimdenkende in lompen geklede en op sandalen lopende jongeren had nochtans zeker voor een zekere humor gezorgd.

Iets vroeger als verwacht kwamen we zo aan op de slaapplaats waar er naast een mountainbike parcours ook nog enkele wandelingen begonnen. We kozen voor de 'short walk' van 45min enkel naar Harwood hole. Een pad bezaait met limestones zorgde voor wat geklauter in een weeral anders bos. We kwamen uit op ongeveer twee derden van de gigantische cilinder tussen de rotsen met een diameter van een 50tal meter. Zonder afbakening betrouwde we het niet om helemaal over de rand te gaan hangen om het einde van het gat te zien maar voorlopig ging het zover als we konden zien. Enkele van de festivalgangers die nog geen zin hadden om naar huis te gaan hadden de wandeling ook afgelegd, uiteraard op blote voeten. Één van deze bracht extra sfeer in deze goede akoestische omgeving door een klein concert te voorzien op een blokfluit. Vreemd volkje op een vreemd festival maar zeker interessant.


Niet zeker wetend wat een sound nu eigenlijk is en al zeker niet het verschil met een fjord reden we naar een plaats waar het er vol mee lag, Marlborough. Hier was er geen sprake van de gekende strakke lijn tussen kust en land maar ging het land kronkelig ver in een zee die meerdere eilanden bevatte. De top van een berg die we met de auto passeerden gaf een mooi zicht op een groot stuk van het gebied waar het gemakkelijker is je te verplaatsen in een boot dan in een auto. Met ontelbare kleine strandjes en een doolhof van waterwegen was het een plaatsje te bezoeken waard maar onze tijd was te beperkt. Lukraak kozen we een strandje uit waar we helemaal alleen waren. Het strand lag vol met rotsen begroeid met schelpen. Na nog eens goed gekeken te hebben, bleken dit een soort oesters te zijn. Ze open doen had ik al geleerd maar hoe ze van een rots krijgen was een nieuwe uitdaging. Na enkele mislukte pogingen en enkele kapotte maar niet te consumeren oesters kregen we er een paar succesvol los en open. Verser kon niet.

Na terug een adembenemende maar vermoeiende weg voor de chauffeur kwamen we aan op een weer zorgvuldig gekozen maar zeer afgelegen gratis slaapplaats in Robinhood Bay. Hoe afgelegen ze ook mogen zijn het feit dat ze gratis zijn trekt altijd volk en weer stond de plaats gezellig vol. In de baai zou dikwijls de zeldzame hectordolfijn gezien worden. We vonden geen dolfijnen maar wel een paar voor Nieuw-Zeelandse maatstaven kleine mossels. Nog geen vreemd buikgevoel van de oesters, waagden we het hier ook maar op en de rauwe mossel ging goed binnen als voorgerechtje. Met de prachtige baai op de achtergrond maakte we onze zeevruchtendag compleet met in de winkel gekochte inktvis en scampi's in afslag. Voor iets wat we nog nooit eerder hadden klaargemaakt was de inktvis nog verrassend lekker (toch meer geleerd in Thailand dan we denken).


Op weg naar Kaikura lagen verschillende wijngaarden. Met geen intentie om heel de dag te gaan proeven stapten we toch enkele binnen en hadden al meer lof voor de Nieuw-Zeelandse dan voor de eerder geproefde Australische wijn. Tussen de wijngaarden lag er een kleine luchthaven die ook de thuisbasis was voor één of ander stuntteam. Tussen de druivenstokken parkeerden we de auto even aan de kant en genoten van een luchtshow met 5 vliegtuigen die het beste van zichzelf gaven. Met een licht gegrom in de buik zochten we een mooie plaats om te lunchen en eindigden ergens aan een verlaten strand waar we met de stoeltjes op een paar meter van de branding en de wind in het gezicht aten. We vonden nog een kleine oester en dachten bij onszelf dat we aan dagelijkse verse oesters wel gewoon zouden kunnen worden.

Niet ver van Kaikura zou er na een korte wandeling inlands een waterval met een klein meertje liggen waar de zeehonden hun welpen werpen die er dan enkele maanden verblijven. Dit weetje was ons toevertrouwd door onze eerste behulpzame dame van de toerist info in Christchurch maar we waren het nog niet vergeten. We hadden het verstopte plaatsje gevonden maar jammer genoeg verlaten de zeehonden eens ze oud genoeg zijn de poel en maken ze hun weg naar de zee. Geen enkele pup te bespeuren maar wel een mooie waterval. In plaats van de kleine schattige variant bezochten we dan maar de schattige volwassen variant op het strand. Met enkele tientallen lagen ze te zonnen op de stenen of zwommen en sprongen ze vinnig rond in de zee.


De volgende dag zou er ons in Kaikura iets bijzonders staan te wachten en met Hawaii in vooruitzicht kozen we voor die nacht geen kampeergrond maar een echte camping met mogelijkheid tot het doen van onze was.


Iets vroeger dan we gewend waren deze reis ging de wekker rond 6u af. Een uurtje later startte we de auto en reden we een km verder naar het bureau van Kaikura Whale Watch. 2 uur en een half zouden we op volle zee gaan zoeken naar de grootste zoogdieren van de wereld. Enkel hun tong weegt al evenveel als een volwassen olifant om nog maar te zwijgen van andere lichaamsdelen. Een beetje gefrustreerd door de gemiste slaap aangezien de boot pas zou vertrekken om kwart voor 8 maar we er wel al rond 7u moesten zijn, keken we dan maar een in een loep afspelende documentaire over de dieren. Het maakte ons al warm voor de tocht en deed ons zin krijgen in de echte ontmoeting. Met iedereen aanwezig reden we met de bus van het bureau naar de haven wat verderop, waar hun boten gelegen waren. Boven land was het een klare lucht maar boven het water hing er een dichte mist. Met de Chinese muur en God's Window in Zuid-Afrika in het achterhoofd, dat ik ook in de mist heb moeten 'zien', begon ik het ergste te vrezen. De kapitein had er toch vertrouwen in dat hij een walvis zou vinden dus vaarden we met een vrij hoge snelheid de haven uit.


We kregen een uitleg over het natuurfenomeen dat zich heeft gevormd niet ver buiten de kust in Nieuw-Zeeland. Niet zoals andere plaatsen op de wereld, waar het land geleidelijk zakt in de zee, ligt er op een kleine tien kilometer een enorm diepe klif wat zorgt voor enorme diepten dicht bij de kust. Deze diepe wateren zorgen ervoor dat de walvissen hier het hele jaar door te bezichtigen zijn en niet enkel in hun broedperiode waar ze ondieper water opzoeken. Deze dieren kunnen meerdere uren aan een stuk duiken op zoek naar eten om dan voor een kortere tijd aan het oppervlak te komen om te ademen en te verteren. De kans dat we een walvis zouden vinden die enkele kilometers onder ons zou zwemmen was groot maar er zou een portie geluk bij komen kijken om deze dan aan het oppervlak te zien komen. Ondertussen was de mist nog verergerd en zagen we geen 100m ver. Ik vermoede al dat ze voor het vinden van de vissen meer gebruiken dan enkel geluk en het blote oog maar het was verre van hoog gesofisticeerde apparatuur. De kapitein stopte en stak een soort grote stethoscoop in het water om via de geproduceerde klik geluiden van de walvis deze te lokaliseren. Aan de hand van de frequentie en de geluidsterkte kon hij op die manier ongeveer afleiden waar de walvis zich bevond. Het gebeurt zelden dat je bij het eerste gebruik van de stethoscoop direct naar de juiste plaats vaart dus herhaalden we het proces van varen en luisteren meerder keren. Ondertussen had de zee al serieus met de voeten van mijn maag gespeeld en lag die al goed overhoop. Na een goed uur varen en 4 luistermomenten legde de kapitein de boot stil en gaf aan dat er aan de rechterkant van de boot een walvis te zien was. Iedereen snelde naar de juiste kant van de boot en zag daar een 18 meter lange vis zeer op zijn gemak drijven. Het bleek een 'spermwhale' te zijn. Herhaaldelijk spoot hij lucht en water uit zijn luchtgat en trok zich niet te veel aan van de ondertussen 2 boten die naast hem dreven. We vaarden nog wat dichter bij en lagen op een bepaald moment niet verder dan 10m verwijderd. Vol verbazing bewonderden we het beest wat later 'Tiaki' bleek te zijn. Een gekend figuur onder de whalewatchers. Net zoals onze vingerafdruk heeft elke walvis een unieke staart die we trots konden bewonderen toen hij na een goede 10minuten besloot te duiken naar de bodem van de zee. We hadden toch een tijdje moeten zoeken achter de walvis zodat er niet veel tijd over bleef om een soortgenoot van de vis op te zoeken. In de plaats van verder zoeken was het tijd geworden om terug te keren naar de haven. Op de vaart terug kregen we nog wat uitleg over vis die we net hadden bezichtigd. Wat een ongelooflijke dieren. Zo zorgt hun lichaam er voor dat wanneer ze duiken een minimum aan zuurstof gebruiken door enkel hun hart en hersenen te gebruiken en de rest van organen af te zetten. Het mannetje dat wij hadden gezien was ondertussen al 40jaar oud en zou gemakkelijk nog eens zo veel jaren kunnen doorgaan. De toch wel interessante uitleg zorgde ervoor dat de vaart terug sneller leek te gaan dan de vaart heen. Tegen de middag stonden we terug aan wal met een klare lucht. Vreemd hoe de mist zich beperkte tot de zee.


Terug op de camping haalde we onze was van de waslijn en maakten we met het anders zo sponzige brood een krokante croque monsieur. Met een rugzak vol propere kleren waren we klaar voor Hawaï maar eerst zouden we nog een dagje doorbrengen in Hanmer Springs. De rit van slechts honderd kilometer duurde 2uur dankzij de gekende wegen. De uitgekozen slaapplaats lag midden in een nationaal park nog 18km boven het dorp. Vroeg opgestaan en het rijden een beetje beu maakte deze laatste km's een hele opgave op de met talrijke putten bezaaide weg. De putten legden een zware beperking op onze snelheid maar de omgeving zorgde ervoor dat we ons niet verveelde. Het grote veld tussen de bruin uitziende met grassen begroeide bergen zorgde voor een mooie rustige slaapplaats. Het gras was zeer uitnodigend voor een middagdutje waar we niet konden aan weerstaan. Er werd nog wat aan de blog en dagboek geschreven, een serieuze bezigheid waar we honger van kregen. We warmden de vorige dag gemaakte spaghettisaus op en iedereen weet dat die nog beter is dan de pas gemaakte.


De zon veranderde de kleuren van het hele landschap en begon feller te schijnen gedurende het ontbijt. De 18km op de landweg leken sneller te gaan als de dag voorheen en tegen een uur of 11 kwamen we toe aan de pools en spa van Hanmer Springs. Deze door de natuur gevormde zwembaden vullen zich met zeer mineraalrijk water dat kan opwarmen tot 42 graden. Al meer als duizenden jaren komen er de plaatselijke Maori baden en zwemmen. De natuurlijke zwembaden zijn vervangen door gemetselde maar het water wordt nog steeds aangevoerd door verschillende bronnen. We namen een ligbed in beslag en zouden onze weg door de verschillende 'pools' banen. Aan elk zwembad wordt aangegeven welke mineralen het allemaal bevat. Voor mij nietszeggende informatie en ik hechte meer aandacht aan de vermelde temperatuur. Het koudste was het familiezwembad met 28 graden. De 36° van het nabijgelegen zwembadje trok mij meer aan en we weekten er op los. Met genoeg water aanwezig voor iedereen was het nergens te druk. We werkten onze weg op de thermometer omhoog en eindigden uiteindelijk in het 42° zwembad met een onaangename geur van het aanwezige sulfer in het water. Alsof het warm water nog niet ontspannend genoeg was deden we ons nog te goed aan een soort door een jacuzzi gegeven massage en dit alles omgeven door de bergen.

In de late namiddag reden we verder richting Christchurch waar we de volgende dag de auto zouden moeten afgeven en onze drie weken Nieuw-Zeeland er weeral zouden opzitten. Op 40km van de stad sliepen we voor de laatste keer in de Nissan op een door een stadje voorziene kampeergrond vlak naast de zee. In onze doos met eten schoten er nog een paar dingen over en voor de laatste avond zou het creatief koken worden met makreel in blik, maïs en noedels met pad thai kruiden. Klinkt slechter als het uiteindelijk uitdraaide. Met het laatste eten ingeslikt zou ook de laatste wijn en het laatste bier op moeten. We namen onze verantwoordelijk op en begonnen aan de opdracht.


De volgende ochtend was het plan om eerst de auto leeg te halen om dan al het gerief te verdelen en in de rugzak te proberen krijgen. Ik zou de binnenkant van onze auto niet direct een puinhoop noemen maar echt ordelijk was het ook niet. 21 dagen eerder hadden we een rugzak in zijn geheel er in gestopt die we uiteindelijk over de hele auto zouden terug vinden. Alles terug klaar om gedragen te worden door 2 personen reden we de laatste 40km van onze 3500km lange trip rond het zuid eiland. In Christchurch informeerden we ons eerst over de goedkopere publieke bus naar de luchthaven in plaats van de shuttle dienst om daarna in de bibliotheek onszelf nog eens te informeren over wat er in de wereld gaande was. Tegen 4u zou de auto proper teruggebracht moeten worden. Met een hoeveelheid stof opgelopen op de talrijke zandwegen kozen we voor de carwash. Voor de gemakkelijkheid reden we daarna naar de McDonalds in een shoppingcenter waar Laura zou blijven met de rugzakken en ik zou de laatste 3km rijden, auto afzetten en te voet terug keren. Meerdere mensen waren klaar voor hun Nieuw-Zeelands avontuur en kwamen hun auto afhalen zodat de werkneemster niet veel tijd had om die van ons te controleren, niet dat dit nodig was. In minder dan 10 minuten was ik terug buiten en een half uurtje stappen later zat ik naast Laura. Met nog eens gratis deftig internet in het shoppingcenter konden we nog wat foto's uploaden op de blog. We zouden na we gegeten hadden in de McDonalds de bus nemen naar het vliegveld om daar de nacht door te brengen. Opstijgen om 7u zou betekenen om 4u in het hostel vertrekken dus vonden we het niet de moeite om een nacht te boeken. Verlekkerd op een hamburger waren we licht teleurgesteld dat de borden met hamburgers opeens werden omgedraaid en er ontbijtmenu's verschenen. Blijkbaar hing de sluitingstijd samen met die van het hele shoppingcenter en zouden er geen burgers meer geserveerd worden na 18u. Na nog wat gezocht te hebben in de buurt naar iets betaalbaar om te eten gaven we het op en zouden we proberen in de luchthaven. Een busrit later werd het toch een hamburger maar van een andere internationale keten. In de luchthaven was er maar een beperkte plaats waar er geslapen mocht worden en de beste plaatsjes waren al snel ingenomen. Gedurende de avond kwam er een hele hoop mensen bij en zat het er gezellig vol. Na een paar weken in de bergen met amper internet hadden we deze dag er een overvloed aan. Ondertussen was het thuis ook een aanvaardbaar uur geworden om te skypen en belde we beiden nog eens met de ouders. Met de wekker om 4u probeerde ik er toch nog een beetje te slapen voor zover dat dat mogelijk is in een internationale luchthaven. Een paar uur later werd er door een skype gesprek met de oma bewezen dat je nooit te oud bent om met de technologie mee te gaan.


De ochtend begon met een half leeg opgesneden melkkarton waar we onze laatste cornflakes in goten en ontbeten. Goed ingecheckt was het nog een uurtje wachten tot boarding en Laura liet toch even haar ogen dichtgaan. Onze reis naar Hawaï zou via Auckland gaan. Op deze manier zagen we vanuit de lucht nog een groot deel van het noord eiland inclusief de door Peter Jackson uitgekozen Mt Doom. Een paar uur later bevonden we ons terug op 11km hoogte en stond er ons 7800km oceaan te wachten. We waren blij dat we in onze grote drie weken enkel hadden gekozen voor het zuid eiland waar al meer dan genoeg was te zien. Het land met de 'jawdropping scenery' zoals vele reisboeken vermelden had ons elke dag op een andere manier verbaasd.


Nieuw-Zeeland

Na een korte vlucht lande we op een plaats verder van huis dan bijna mogelijk is. We verzette onze klok 2u vooruit en kwamen op precies 12u verschil met België. De goedkope publieke bus had er al een paar uur de brui aan gegeven dus werden we verplicht de iets duurdere shuttle bus te nemen. Voor 10€ per persoon zette dit busje je precies af waar je moest zijn en de kennis van de chauffeur omvatte 'late check-in' procedures van de meeste hostels en hotels, handig. De code die ons per mail was doorgestuurd voor de poort bleek te kloppen en al snel vonden we de sleutel voor onze kamer. De in september reeds geboekte kamer bleek een 2persoons kamer te zijn in plaats van de reeds gekende 'dorm rooms'. Blijkbaar hadden we in september gedacht meer behoefte te hebben aan wat luxe dan gedurende de reis. Onze klok gaf een later uur aan dan wij ons voorhielden dus kropen we maar onder de dons. Wat een aangename afwisseling van de slaapzak.


Landen laat in de avond op een zaterdag betekend opstaan op een zondag. Geen probleem, was het niet dat het verhuurbedrijf van onze microcamper dan net gesloten is. Voor we onze rondrit in Nieuw-Zeeland zouden aanvangen wouden we ons wat informeren over de 'must do's' in het land en zo terloops Christchurch bezoeken. We verlieten het hostel en zouden een soort stadswandeling uit onze Lonely Planet volgen die je in een paar uur langs alle plaatsen brengt die volgens de ontwikkelaar van de wandeling de moeite waard zouden zijn. De eerste straat waar we volgens de zwarte lijn op het plan in moesten, was afgesloten door een ijzeren dranghek. Onze volgende poging om in de buurt van het centrum te geraken werd ook abrupt beëindigd door een hek van het zelfde soort. Achter deze hekken waren dikwijls bouwvallige gebouwen te zien en voor even leek het ons dat Christchurch aan een grote renovatie was begonnen. Bij het zien van een bord hangend aan een ander hek werd ons duidelijk dat het renoveren meer uit noodzaak dan uit esthetische overweging was. Ergens tussen het ontwerpen van de stadswandeling in onze reisgids en ons bezoek aan de stad, had de grond zodanig hard gebeefd dat de meeste gebouwen op instorten stonden of dit reeds gedaan hadden. Deze uitleg verklaarde veel en het was maar een vreemd zicht om zo een heel centrum half in puin te zien. Wat ooit een bruisende stadskern moet geweest zijn, was nu een halve spookstad met hier en daar een bulldozer. Het werd ons ook duidelijk dat de vele winkels die zich bevonden in een opeenstapeling van containers niet bezig waren met een nieuwe hippe trend te zetten.


Na de gevolgen van een aardbeving te hebben ontdekt, begaven we ons naar het gebouw waarboven de vertrouwelijke 'i' bengelde. 4 werknemers en een meervoud van dit getal als klanten maakte het al een drukke bedoeling. Iedereen verzamelde een assortiment aan foldertjes en verkreeg verdere uitleg bij onduidelijkheden. We legde ons eigen informatiebundel aan met folders rond kamperen, de verschillende regio's, wandelingen, etc. Goed geholpen zochten we een supermarkt en wandelden we terug naar ons hostel. Al snel werden de folders verdeeld in 2 stapels waarvan de grootste al snel de weg naar de vuilbak vond wegens toch niet zo interessant als ze eruit zagen. De overschot gaf ons al een hele boel ideeën en de ruwe route voor de komende weken kreeg vorm. Dit was ook niet zo heel moeilijk aangezien de grootste weg in quasi een cirkel rond het eiland loopt en de meeste bezienswaardigheden niet al te ver van deze weg liggen, maar toch.

De Nieuw-Zeelandse zon bevat nog meer UV dan de Australische en dat merkten we. Vermoeid genoten we nog een nacht van de dons en waren we benieuwd naar ons volgend vervoersmiddel/keuken/slaapkamer/..., de microcamper.


Geen zin om de busregeling op te zoeken om de 3,5km af te leggen naar het ophaalpunt van de camper besloten we dit stuk maar te stappen. De vele kilometers die nog op de planning stonden zorgden ervoor dat we elke kilometer zagen als een soort oefening voor wat komen zou. We vonden al snel het familiebedrijf dat zich had gespecialiseerd in het ombouwen van stationwagens naar campers en zo de mogelijkheid verschafte om tegen de helft van de normale dagprijs voor een camper een variant aan te bieden. De bedenkingen die we hadden bij het eerst zicht van ons nog zo betrouwbaar busje in Australië in het achterhoofd zorgden ervoor dat we op alles voorbereid waren maar hier werden we aangenaam verrast. Een niet al te oude Nissan werd voorgereden met alles erop en eraan. Het verschil met ons busje kon niet groter zijn. De servo was een luxe waarvan we bijna vergeten waren hoe het voelde. Bij het neerzetten van mijn voet op de ontkoppeling trapte ik volledig door en merkte het gebrek van een pedaal op. Het zou automatisch rijden worden.


In de auto lag een boek vol kaarten en plattegronden van elke vierkante meter in Nieuw-Zeeland. Alle campings, rustplaatsen langs de weg, bezienswaardigheden,... waren terug te vinden op deze kaarten. Met het boek op de schoot vond Laura al snel de weg en ik de gaspedaal. Met 'slechts' drie weken die we konden doorbrengen in het land besloten we een selectie te maken van de plaatsen die we echt wouden zien en de rest links te laten liggen. De grote stukken die we zo per auto zouden overbruggen verscholen de kans dingen te missen maar liever een paar dingen goed zien dan alles maar half. Voor we echt de stad verlieten voorzagen we ons nog van het nodige eten en pikten we onze rugzakken op, die we voor de gemakkelijkheid in het hostel hadden laten staan.


Onze eerste stop zou Mt Cook worden. Een verwijzing naar alweer de ontdekkingsreiziger die het grootste deel van Australië en Nieuw-Zeeland heeft ontdekt. Het begint een beetje saai te worden. Aoraki ,de oorspronkelijke naam die de Maori deze berg hadden gegeven, is op alle vlakken interessanter en betekenisvoller gezien deze zoveel betekend als 'cloud piercer'. De hoogste berg van het land zou deel uitmaken van een prachtig nationaal park met adembenemende uitzichten en een heel gebergte. Na enkele uren te rijden vanuit Christchurch veranderde het ietwat saaiere landschap in een prachtige omgeving bij het opduiken van de eerste bergen. Ze verschenen aan de horizon en al snel bevonden we ons tussen groene grasvlakten omgeven door bergen naast helderblauwe bergmeren. We stapten een paar keer uit en lieten ons verbazen door de plotse schoonheid die de natuur die dag te bieden had. Het zou een voorproefje worden van de rest van het land.

De verdere weg naar de voet van de berg was benoemd als 'scenic route' al vraag ik mij sterk af hoe ze kunnen beslissen welke weg deze benaming verkrijgt en welke niet gezien de competitie zo groot is en er zo iets als een lelijke weg niet bestaat in Nieuw-Zeeland. Ik probeerde de balans te vinden tussen het richten van mijn ogen op de weg en op de omgeving tot we veilig en wel onze bestemming hadden bereikt.


Vrij kamperen was een recht in Nieuw-Zeeland tot de grote aantallen toeristen en hun impact op de natuur ervoor zorgde dat dit beperkt moest worden. Anders als in Australië waar alle kampeerders zo werden verplicht de commerciële campings op te zoeken, heeft de overheid hier talrijke plaatsen voorzien waar het voor een appel en een ei toegestaan is te kamperen. Ze wisten deze plaatsen er ook uit te kiezen. Omringt door bergen, aan de kust net ver genoeg om niet nat te worden van de golven, aan de oevers van een meer, noem maar op. De helft van deze campings is zeer tactisch geplaatst, niet ver van de grote weg die de meeste bezoekers volgen en de andere helft is zo goed verstopt dat je je even alleen op de wereld voelt.

Één van deze plaatsen lag op het einde van de weg die je naar Mt Cook brengt. De weg volgen zolang je asfalt voelt onder je banden is een instructie die niet zo moeilijk op te volgen is en met de grootste berg van het land als herkenningspunt konden we gewoon niet verkeerd rijden. In de late middag bereikten we zo de voet van de berg en vonden ons een plaatsje tussen mastodonten van mobile homes, andere auto's en wicked campers maar dan van de Nieuw-Zeelandse variant. We namen onze tijd om te koken en genoten van ons 'diner with a view'. We zouden onze eerste nacht doorbrengen in de auto en die eerste nacht is telkens wat zoeken. Het verhuizen van al het gerief van de koffer naar de voorzetels zou een routine worden naarmate de reis vorderde maar de eerste keer was het toch een beetje puzzelen. Eens genoeg plaats gemaakt zodat we beiden comfortabel konden liggen waren we blij met onze niet al te grote gestalten. We konden ons al taferelen voorstellen van ontevreden, net iets te grote, klanten. Onze slaapzakken die aangeven comfort te voorzien zolang de temperatuur boven de 15 graden blijft zouden hier niet voldoen en werden aangevuld met thermisch ondergoed, fleece dekentjes en een binnenslaapzak. Ik die bij het naar bed gaan dacht dat de auto op zich wel zou isoleren en het nog vrij warm was, kreeg spijt van mijn beslissing om het extra warmtegevend ondergoed links te laten liggen.


Na een koude nacht volgde er gelukkig een warme, goed gezette, of op zijn minst goed opgeloste kop koffie en eens de zon er goed en wel door kwam werd het al snel terug behoorlijk warm. Schommelingen waar ik me net altijd te laat aan aanpaste. Het werd ons eerste ontbijt met op de achtergrond kleine lawines die we zagen en hoorden vallen van de top van de berg. Dit was blijkbaar een normaal alledaags fenomeen maar zorgde toch voor spektakel.


We zouden die dag de berg van dichterbij gaan bekijken en hadden daar wel een wandeling van een uur of 5 voor over. Gelukkig was dit heen én terug. De wandeling begon al goed met een memorial voor 3 bergbeklimmers die het leven hadden geladen in de bergen die ons op die moment omringden. Dit was 'gelukkig' bij het beklimmen van de top en dergelijke wilde plannen hadden we nog niet gemaakt. Geflankeerd door prachtige bergen liepen we over meerdere goed geïnstalleerde hangbruggen en volgde zo het pad tot we verbaasd van onze omgeving het meer, dat tevens ook het eindpunt van de wandeling was, bereikten. Smeltwater van de top van Mt Cook bereikt via talrijke rivieren en watervallen het meer, wat een temperatuur had waarin de ijsblokken die erin dreven vrolijk konden blijven bestaan. Niet al te warm maar toch een brandende zon zorgde voor een verraderlijke kans om te verbranden. In de schaduw achter wat stenen brachten we water aan de kook en creëerden een Aziatische lunch van noodles met een smaak die we gelukkig konden aflezen van de verpakking en zelden zelf konden geraden hebben. Om in de Aziatische sfeer te blijven lachten we een beetje in het geniep met de bussen Chinezen die op hun dagplanning waarschijnlijk het woord alpine trekking hadden teruggevonden en zich daarvoor tot het uiterste hadden uitgerust met wandelstokken, handschoenen, volle rugzakken, … Het zal in ieder geval de talrijke foto's een beetje spectaculairder gemaakt hebben.

We liepen het hele stuk terug en brachten de middag, met de wandeling in ons benen, rustig door in de buurt van onze auto. Met een gevoel van 'ze zullen mij niet liggen hebben' kroop ik goed ingepakt met alle mogelijke lagen die ik maar kon vinden in de slaapzak.


Dromend over onze bestemming van de volgende dag maakte het er niet gemakkelijker op om het warm te krijgen maar toch slaagden we erin. Het beginpunt van de wandeling naar de gletsjer lag een eindje terug op de baan. We parkeerden onze auto en niet goed wetende waar naartoe volgden we de pijlen naar 'the blue lakes'. Na een wandeling van een goed uur hadden we inderdaad meren gezien met onvoorstelbaar blauw water maar kwamen we terug uit op de parking zonder een gletsjer gezien te hebben. Dan maar terug naar af en onder het principe van 'trail and error' andere pijlen gevolgd. Tweede keer goede keer en na een korte maar steile tocht kwamen we uit op het uitkijkpunt over de gletsjer en het daarbij horende meer. Het rotsachtige landschap leek wel een andere planeet en de gletsjer op zich had ook een eerder grijs/zwarte kleur dan het verwachte sneeuwwit. Ruw en prachtig.


Mt Cook werd steeds kleiner in onze achteruitkijkspiegel en we reden richting het oosten naar de kust. Verbazend hoe je in enkele uren je omgeving ziet veranderen van een prachtig bergmassief naar een kustlijn aan een wilde oceaan. Het eerste dorp wat zich op onze weg bevond en tevens aan de kust lag was Oamaru, bekend om zijn pinguïns. In de buurt van het dorp leefden er 2 kolonies. De blue en the yellow eyed pinguïns. Om een kans te krijgen de blue eyed pinguïns te zien moest je eerst een 20tal dollars neerleggen per persoon terwijl de andere kolonie gratis te bezichtigen was. Niet veel waarde hechtend aan het verschil in pinguïn zouden we eens gaan kijken naar de laatste. Het dagpatroon van deze dieren bestaat eruit om tegen een uur of 9 op te staan en 50km in zee te zwemmen om daar tot 80m diep te duiken naar eten. 'S avonds zwemmen ze dan het hele stuk terug en landen zo vanaf een uur of 6 op het strand. Dit patroon gaf ons nog meer als genoeg tijd om eerst nog een bezoek te brengen aan de enigste whisky distilleerderij die Nieuw-Zeeland rijk is. Deze is er momenteel ook mee gestopt dus zijn de flessen een uitstervend product. Een jammere zaak want de varianten die we onder neus kregen geschoven na een bijdrage van 10$ waren best te pruimen om niet te zeggen verdomd goed. Hun prijs was in verhouding met hun kwaliteit en omgerekend 80€ voor een fles vonden we nu net iets te veel. Dan maar op naar de goedkopere Pinguïns. Voor de gelegenheid was er een uitkijkpunt aangelegd met een goed zicht op het strand waarvan deze beesten hun woning hadden gemaakt. Ze waren blijkbaar niet de enigste met idee geweest want al snel konden we meerdere zeehonden en zeeleeuwen bezichtigen. Na een behoorlijke tijd gewacht te hebben kregen we de minst sociale pinguïn van de kolonie te zien. Helemaal alleen bevond deze zich op het strand en trok zich niet veel aan van de rest. Er van uitgaande dat de rest van de pinguïns kleine kopieën zouden zijn van het solitaire exemplaar besloten we er niet op te wachten en verder te rijden naar een slaapplaats wat verder op de baan.


Tegen de avond zouden we de 'Catlins' willen bereiken dus begaven we ons richting zuiden, stoppend bij alles wat de moeite was. In een land als Nieuw-Zeeland is dit haast een onmogelijke opdracht maar we hadden onze kaart die ons hielp. Niet ver van waar we geslapen hadden stond er in het rood aangegeven 'boulders'. We herinnerden ons het behulpzame dametje uit het informatiebureau die deze plaats ook had vermeld als te bezoeken waard. Niet veel meer als een hoop egaal ronde grote stenen op een strand was het toch de moeite om te weten dat deze exemplaren reeds enkele miljoenen jaren oud waren. Gevormd door schelpen en modder en door jaren hoge druk van de oceaan en wrijving van het water waren ze gekomen tot de toeristische attractie waarvoor ze nu gehouden werden. Op de weg terug naar de auto pikten we nog enkele grote mooie hele schelpen op die door de vloed waren meegedreven en beseften we nogmaals hoe verrast we waren door de meestal aangename verschillen met onze Noordzee.

Een rots die uitstak boven het water een eind in zee zorgde ervoor dat we een half uur later weer onze auto aan de kant zette. Het was niet zozeer de rots op zich die de moeite was maar eerder de zeeleeuwen die er zich op bevonden. Staande op de kleine klif hadden we een goed uitzicht op al de dieren die ondanks hun vorm en gewicht toch aardig hoog op een steen waren geraakt. We waren ons niet bewust dat er op minder als 3meter nog een soortgenoot zalig lag te zonnen. We verschoten aardig toen hij plots bewoog maar geloofden er al snel in dat wanneer wij hem met rust zouden laten hij hetzelfde met ons zou doen. We amuseerden ons nog met het aanzien van de luiheid van het dier dat niet veel zin had zich te verleggen. Aangezien het gebrek aan barrière tussen ons en hem en het behoren tot een totaal andere gewichtsklasse hielden we het bij het nemen van een paar foto's en gingen we elk onze eigen weg.


Van het zeedier naar de lucht. Op het puntje van de landtong die vertrok in Dunedin was er een onderzoekscentrum opgericht voor de albatros. Ook hier was het een kleine smak geld om dit te bezoeken maar we gingen er van uit dat vogels van meer als een meter spanwijdte ook te zien waren in de omgeving van dit centrum. De landtong strekte zich nog een 20km uit in de zee en was te bereiken via 2 wegen. Heen zouden we de ene weg nemen die langs de berg reed zo dicht bij de zee dat we ze konden ruiken en terug de weg die over de berg reed wat zorgde voor prachtige uitzichten. Toegekomen aan het centrum waren het niet de albatrossen die talrijk in de lucht vlogen maar de doodgewone zeemeeuwen. Met honderden vonden ze dit blijkbaar ook een goed plekje en deelden ze het dan maar met hun grotere soortgenoot. Na wat staren naar de lucht viel opeens een pak grotere vogel op die veel statischer voortbewoog dan de meeuw. Prachtige dieren waarvan we er nog een paar zagen tijdens het lunchen op de parking van hun onderzoekscentrum.


Op de wegen tussen de verschillende dorpen rijden er in Nieuw-Zeeland meer mobilhomes dan particuliere auto's, wat maakt dat we soms blij zijn een weg te kunnen nemen waar deze grotere huizen op wielen niet zijn toegelaten. De weg terug van de albatrossen naar het centrum van Dunedin was er zo eentje. De weg steeg snel met de meer dan occasionele bocht maar gaf een uitzicht op de landtong en zijn omgeving dat zelfs op foto moeilijk weer te geven valt. Terug in Dunedin bezochten we nog het stadje zelf onder een aangenaam zonnetje.


Na ons dagje kust zouden we één van de zovele nationale parken willen bezoeken, de Catlins, dus reden we na ons bezoek aan Dunedin nog door naar een door DOC (departement of concervation) voorziene kampeerplaats. Goed gelegen in het NP en aan het beginpunt van verschillende wandelingen lag het toch een serieus eindje van de geasfalteerde weg. Zoals vele wegen in Nieuw-Zeelan, die de meer afgelegen stukken van het land bereikbaar maken, was het een 'gravel road'. Te vergelijken met de wegel die door de bossen achter mijn deur thuis loopt maar dan 20km lang. Het foldertje van het DOC dat alle voorziene plaatsen beschrijft had vermeld dat er 60 plaatsen waren maar in Werchter of Pukkelpop normen zou hier gemakkelijk 2000 man hun tent kunnen opstellen. Enkele gigantische grasvelden naast elkaar tussen de bergen met slechts een half dozijn bezoekers zorgde voor een mooi afgelegen plaatsje helemaal voor onszelf.


Een heldere hemel bezorgde ons terug een koude nacht maar gelukkig ook een zonnige ochtend. De ingeladen auto verzette we 200m tot voor het begin van de 'river walk'. Voor de echte 'meners' was het mogelijk 5u te wandelen tot de oorsprong van de rivier om dan de zelfde 5u nog eens terug af te wandelen. Zo groots zagen we het nu ook weer niet en we zouden 2u enkel wandelen naar een samenkomst van 2 rivieren om daar te picknicken. Om een rivier te volgen steeg en daalde het pad nogal verrassend veel maar we wandelden door een zeer mooi bos met een begroeiing dat we niet konden vergelijken met iets wat we eerder hadden gezien. Het was terug een heel andere omgeving dan de kust of de bergen en dat weer in enkele uren tijd. We bleven versteld staan.


Met zoveel mooie plaatsen besloten we te proberen maximaal één nacht op de zelfde plaats te verblijven. Met de auto goed bereikt en de bottines van de voeten reden we het NP terug uit en zochten we de DOC plaats die volgens de beschrijving prachtig zou gelegen zijn aan een baai. Gelogen hadden ze niet. Het was mogelijk om met de auto vlak naast het strand te staan en we hebben waarschijnlijk niet veel overtuigingskracht nodig om aan te tonen hoe mooi de kliffen en het zicht op zee wel niet waren. Het uitzicht nodigde uit voor een aperitief en met deze achter de kiezen deden we nog een kleine strandwandeling.


Dromenland kan enorm mooi zijn maar hier was de werkelijkheid een mooie concurrent. Het was moeilijk onze eigen ogen te geloven bij het simpelweg rechtzitten en naar buiten kijken naar de zon die opkwam. Er van overtuigd dat het zeker niet de laatste prachtige plaats zou zijn waar we zouden overnachten maakte het gemakkelijker er van weg te rijden richting Milford Sound.


We zouden 400km afleggen om Milford Sound te bereiken wat het de hoofdactiviteit van de dag tot autorijden maakte. We reden de hele zuidelijke bocht van het land af en stopte ongeveer in het midden. Op dit zuidelijke punt keek je in de richting van de zuidpool maar iets meer in het gezichtsveld zagen we Stuart Island liggen. Deze plaats in het land was gegroeid tot een iets grotere stad (Invercargill) waar we inkopen deden voor de komende dagen en ook alles insloegen wat we op onze trektocht die enkele dagen later zou starten zouden verbruiken. Honderd kilometer verder bereikten we Te Anau en zouden we nog 120km moeten afleggen naar Milford Sound. We bevonden ons ondertussen al goed in Fiordland en ook al is het fout geschreven, spreekt deze naam voor zich. Het zuid-westelijke deel van het land bestaat uit enorm ontoegankelijk en ruw terrein met tientallen fjorden, bergen, meren, etc. Om het toch mogelijk te maken voor bezoekers om iets te zien van deze schoonheid zonder al te veel avontuurlijke trektochten te moeten ondernemen, was er 1 fjord bereikbaar gemaakt door middel van een asfaltweg en een kleine landingsbaan. De weg loopt vanuit Te Anau 120km naar het noorden en stopt zo aan Milford Sound. Na je bezoek rijd je niet verder maar moet je de hele weg terug om in de bewoonde wereld te geraken. Zoals meestal in Nieuw-Zeeland is het verre van een opgave om ver te rijden dankzij de adembenemende omgeving die je ziet passeren. Zo vlogen ook deze 120km voorbij al was het niet door onze snelheid. We denken dat de toegestane snelheid van 100km/u eerder als mop bedoeld is daar de talrijke bochten dit praktisch onmogelijk maken. Door bossen, langs bergflanken met watervallen, over en doorheen de bergen, ze hadden de ligging goed gekozen. Milford Sound op zich stelt niets voor, niemand woont er permanent en naast de eenzame lodge en landingsbaan bestaat het enkel uit een klein haventje waar vanuit de boottours vertrekken. Bij de lodge mochten we ons parkeren en in de auto slapen terwijl we voor een kleine kostprijs alles mochten gebruiken. We merkten al snel waarom er niemand permanent woont, de zandvliegen. Met duizenden te gelijk zwermen ze rond en de bijtgrage vrouwtjes maken het soms ondraaglijk irritant. Je voelt ze bijten en de beet heeft ongeveer het zelfde jeukende effect als een muggenbeet maar dan harder en langer. Het feit dat je ze voelt bijten geeft je dikwijls de kans om ze op de meest gruwelijke manier te vermorzelen (wat toch een beetje een deugddoend effect heeft) maar hun aantallen geeft het gevoel water naar de zee te brengen. Al een geluk dat ze moeilijk hun weg naar binnen vinden en wij konden koken in de keuken van de lodge en onze avond doorbrengen in hun gezellig ingerichte living.


Nog net niet helemaal opgegeten krabden we onze weg doorheen een stevig ontbijt bestaande uit spek met eieren om de dag goed te beginnen. Zo vermoeiend zal een boottocht wel niet zijn maar je weet maar nooit. We reden de paar kilometer van de lodge naar het haventje en parkeerde ons tussen de andere vele toeristen die net als ons voor de 'minder drukke' ochtendtocht hadden gekozen. We hadden geboekt bij 'real journeys' iets wat ons wel toepasselijk leek bij onze reis. We gingen de boot op en lieten ons 2u lang verbazen door de fjord. We vaarden enorm dicht bij speelse zeehonden en kregen bijna nekpijn van het naar boven kijken naar de steile bergflanken. De boot baande zich een weg doorheen heel de fjord tot we ons keerden op de samenloop met de oceaan. Hier viel op dat de fjord eigenlijk door een halve optische illusie verborgen lag achter wat rotsen en dat het daardoor een hele tijd heeft geduurd voordat ontdekkingsreizigers deze hadden ontdekt. De oorspronkelijke Maori hadden dit natuurlijk al lang voor hen gedaan en we stonden toch even stil hoe ze in de lange afstanden moesten afleggen doorheen zulk terrein. Terug aan wal konden we deze 'must do' afvinken van ons Nieuw-Zeelands lijstje en veranderden we van varen doorheen prachtige natuur naar erdoor rijden.

De zelfde weg terug rijden waarvan je gekomen bent en dat voor 120km kan saai klinken maar nu keken we er naar uit. Onze trektocht zou de volgende dag vertrekken vanuit Té Anau en we stopten op de dichtste DOC slaapplaats die naast een meer op de weg vanuit Milford Sound lag. 23 km ver van ons beginpunt maakten we terug onze rugzak maar nu met een ander doel. Niet 6 maand trekken rond de wereld maar 4 dagen in de Nieuw-Zeelandse bergen. Je zou zeggen dat dat simpeler is maar...


Bij het lezen over Nieuw-Zeeland viel het al snel op dat wat je ook kiest alles mooi is maar dat wanneer je echt de natuur in wil je bereid moet zijn om wat te wandelen. Met meer als duizenden mogelijke wandelingen had je aan keus in ieder geval geen gebrek. 9 hiervan stonden bekend als 'great walks' en lagen verspreid over het hele land. Ze willen de impact van de toeristen en wandelaars op de natuur wat beperken en daarom is het noodzakelijk in te schrijven voor deze wandelingen. De bekendste van de 9 ligt bij Milford Sound maar toen wij ons plaatsje wouden reserveren kregen we als eerst mogelijke datum 6 april, een dag waarvan we de warmte van ons eigen bed liggen te appreciëren. Gelukkig weeral keuze genoeg en zouden we de Keppler trek doen, 4 dagen, 60km en 1000m stijgen.


Met de rugzak klaar in de koffer en een trekoverzicht dat aangaf het 5 à 6u wandelen zou zijn de eerste dag reden we al vrij vroeg naar het startpunt. Toch nog even bedenkend waarom we dit nu weeral deden zaten we op de rand van de koffer ons bottines stevig vast te binden. Auto op slot en een paar minuten later passeerden we de splitsing die we hopelijk 4dagen later terug zouden tegenkomen vanuit de andere kant. De eerste 6 van de 15km zou zich uitstrekken langs de rand van een meer en we waren al trots dat we deze slechts op 1u en half hadden afgelegd in plaats van de 2u vooropgesteld. Met een banaan genoten we een kwartiertje na van het sprookjesachtig en groen bos dat we net hadden doorkruist en maakten ons klaar voor de klim die komen zou.


Het was een klim waarvan ik blij ben dat ik hem achteraf kan beschrijven al typend en dat niet al pratend de moment zelf. Achter elke bocht verschool er zich een volgend stuk en na toch een goede 2u besloten we te stoppen om badend in het zweet te middageten. Volgens de routebeschrijving zouden we ergens een 'ideale lunchplek' tegenkomen maar deze was ons ontgaan. Niet zeker of we ons er voor of erachter bevonden brachten we water aan de kook om ons lichtgewicht van een lunch bestaande uit noodles klaar te maken. Het zou nog een uur zijn tussen de aangegeven ideale lunchplaats en de boomgrens en daarna nog een drie kwartier tot de eerste hut. Met het idee in de buurt te zitten van die lunchplaats dachten we goed op schema te zitten. Met de rugzak die het nog niet opgedroogde zweet lekker nat terug tegen onze rug duwde vertrokken we weer en kwamen we tot onze verbazing na een kwartiertje het einde van de boomgrens tegen en het bordje dat nog 45min tot de hut aangaf. Het hele stuk dat normaal 5u zou duren hadden we afgelegd in 3uur en een beetje. We genoten nog wat van de laatste schaduw die de bomen ons verschaften en liepen neerkijkend op het meer waar we de ochtend vertrokken waren naar de berghut. Te vroeg vertrekken en te snel stappen zorgt ervoor dat je ook te vroeg toekomt.

De houten barak stond stevig tegen een bergwand en bestond uit een keuken, wat sanitair en 2 slaapzalen. Er was plaats voor 50 personen en werd onderhouden door een ranger die er continu aanwezig is.

Met een hele middag voor ons kozen we ons een bed uit in de slaapzalen en deden een kort dutje om wat slaap en energie in te halen die we de volgende dagen zouden kunnen gebruiken. 10 min wandelen van de hut lag er een grot die ideaal was om de benen te stretchen en die vrij te bezoeken was. We kropen een kleine 100m in de grot en wisten niet goed hoeveel verder we nog veilig konden gaan. Met nog steeds een groot deel van de dag te gaan na ons dutje en het grotbezoek was de enige optie op amusement de bat kaarten die we hadden meegebracht. Na enkele spelletjes besloten we het zwaarste wat we mee hadden warm te maken als avondeten, Uncle Ben's voorgemaakte zakken rijst. Niet slecht als trektochteten maar verre van ideaal.

Ondertussen was de hut al goed gevuld en maakte we kennis met 3 vlaamse meisjes die de komende 3 dagen de zelfde tocht zouden doen. Al snel maakte we ook kennis met het opvallendste koppel van de hut die voor de gelegenheid hun 6 maanden oude baby hadden meegebracht. Het ouderschapsverlof had hun de kans gegeven hun Nieuw-Zeelandse droom waar te maken en zo zag de baby ook al wat van de wereld. De avond werd al snel vol gebabbeld met als enigste onderbreking de 'safety talk' van de ranger. Wat te doen bij brand, hoe ziet de volgende dag eruit, veiligheid op het pad,... De job waarbij je het grootste deel van de dag alleen in een berghut zit is niet voor iedereen weggelegd en de figuren die deze invullen zijn meestal zorgvuldig gekozen wat de nodige hilariteit met zich meebracht tijdens dergelijke gesprekken.

Na een gezellige avond kroop iedereen er niet te laat in. We hadden de volgende dag een gezamenlijk doel om de volgende hut te bereiken en men heeft ons verteld dat dat uitgeslapen beter gaat.


Goed geslapen (en dat met een baby die boven ons sliep) en ontbeten vertrokken we gezien de overschatting van tijd per km wat later. De afstand verticaal hadden we al afgelegd en de 2de dag zou het over de bergkam lopen zijn met een sterke afdaling als einde. Lopend over de bergkammen met prachtige uitzichten die zich 360 graden rond ons situeerden waande we ons even zoals in de film, die met die ring. Volgens onze map hadden we al meerdere filmlocaties uit de film gepasseerd maar deze uitzichten waren de locatie waar we vooral naar uitkeken. Met geen wolkje aan de lucht hadden we geluk met het anders zo regenachtige weer. Hier hebben we ook alleen maar van horen zeggen en was de zon meer van de partij. We maakten een korte omweg naar de top van Mt Luxmore en verbaasden ons herhaaldelijk over de plaats waar we liepen.


Gedurende de tocht werden we ingehaald door mensen die later als ons vertrokken waren, haalden we zelf mensen in en wisselden we van positie met nog anderen. Op zich maakte het niet veel uit want we zouden allemaal samen terug slapen in de volgende hut. Na enkele uren aten we aan een shelter en lieten we de hoge toppen terug boven ons verschijnen door het beginnen aan een afdaling die onze dijspieren op de proef zou stellen. We deden nog een ander topje van een berg dat op de weg lag, dat op een heel andere manier ook een heel mooi uitzicht gaf. Beter getimed als de vorige dag kwamen we rond een uur of 5 toe in de volgende hut waar de 'safety talk' van de aanwezige ranger meer stand up comedy was dan echte veiligheidsvoorschriften. Goed gelachen vervoegden we ons terug bij de Vlaamse meisjes en babbelden we nog met 4 Nieuw-Zeelanders die ook al waren ze allemaal de 60 gepasseerd toch de tocht ondernamen.

4 dagen samen trekken en tijd doorbrengen in een hut creëert snel vriendschappen maar deze worden enorm snel op de proef gesteld wanneer er iemand vanuit dergelijke prille relaties beslist de nachtrust van een hele slaapzaal te verstoren met door oordop dringend gesnurk. Na 4u ergeren besloten we ons geluk op te zoeken in de andere slaapzaal. De ochtend erna verschoten we nog niet een beetje dat het niet één van de drie mannen was van de groep op leeftijd maar de vrouw in hun gezelschap die een pro was in het tegen elkaar klapperen van haar neus en keel holtes.

De derde dag stond er 15km op het programma die hoofdzakelijk plat waren dus besloten we ervoor nog een omweg van een uurtje te maken naar een waterval waar mogelijk blauwe eenden zaten. Met slechts enkele honderden op deze wereld zijn ze een zeldzaamheid maar onze tocht was vruchteloos.

Geen bergkammen of meren maar prachtige bossen de derde dag op een paadje dat de rivier volgde. 15Km lijkt iets wat je zou kunnen doen met de vingers in de neus maar blijkbaar gaat dit niet zo gemakkelijk met reeds 40km stijgen en dalen achter de rug. De voeten werden zwaarder en de bleinen waren zich aan het vormen. Met de hut in zicht groeide onze opluchting en met een verlossende zucht werd de rugzak al snel van de rug gesmeten. Afwachtend waar de snurkers van het gezelschap zich nestelden namen we een bed in de andere kamer. We hadden respect voor de talrijke trekkers die ondanks de koude van het aanliggende bergmeer er toch een duik in namen. Met de Nieuw-Zeelandse variant van spaghetteria's in onze maag vervoegden we nog een hoop Australiërs aan een op het strand gemaakt kampvuurtje.


De 4de dag hield nog 15km in. Indien we deze snel zouden afleggen, zou er nog tijd genoeg zijn om naar Queenstown te rijden de zelfde dag. Zo wonnen we terug een brok tijd in deze al zo korte wereldreis. Verrast over onszelf hadden we het onszelf opgelegde vertrekuur van 8u gehaald. Met de plausibele denkwijze, hoe sneller je stapt hoe dichter je bij het einde bent voor het zeer begint te doen, zette we de pas er stevig in maar ondervonden we al snel de gebreken van de denkwijze. Desalniettemin bereikten we na de graslanden waar de doden over heen reizen in de film en de rivier waar Frodo zijn reis in de eerste film eindigt, het zelfde punt waar we 4 dagen eerder met volle moed waren vertrokken. Het was zwaarder dan we hadden gedacht maar ontzettend de moeite. Op deze manier hadden we na onze 'Everestafzegging' toch nog een trekking gedaan op de reis.


Zweet wast waarschijnlijk de vorige laag zweet af maar wat dan gedaan met de laatste. Om deze af te spoelen vonden we in Té Anau publieke douches waar we niet de eerste trekkers waren die er na hun tocht kwamen verfrissen. Ter vervanging van het eten dat ontstaat uit poeder kochten we een goed stokbrood en genoten 'smosgewijs'” van een picknick aan het meer met uitzicht over de bergen die we net hadden overgestoken. De 200km naar Queenstown bracht ons weer doorheen een heel ander landschap tot in 'middle earth' of toch tot in 'various scenes of...'. Niet al te groot maar supergezellig en goed omgeven door het gekende juweel van natuur was het een welkome afwisseling met de berghut. We doorkruisten de winkelstraat en gingen een hamburger eten bij Ferg Burger waarvan de gebroeders Ghyssaert ze de titel 'de beste ooit' geven. De verstaanbare hoge verwachtingen werden smakkend ingevuld op een graspleintje naast het meer.


Met het benzine pijltje al een tijdje in het rood en een waarschuwend onrustwekkend lichtje dat al enkele kilometers brandde reden we nog naar de kampeergrond wat verder op. Het pijltje dat nu een dieptepunt had bereikt had een grote invloed op de beslissing omtrent de eerste activiteit van de volgende dag.


Na een paar dagen afgesloten te zijn van de wereld wouden we nog eens internet opzoeken en vonden het een goede deal dat we dat verkregen bij de aankoop van een koffie. Terug een beetje op de hoogte van wat er in België allemaal gebeurt, liepen we nog wat rond in het stadje. De stad staat bekend om zijn tal van adrenaline verschaffende activiteiten die de jongeren die er passeren maar al te graag ondergaan. Het budget liet het gewilde skydiven boven de Nieuw-Zeelandse bergen even niet toe maar zo blijft er nog iets over na de reis om van te dromen. We vervoegden ons dan maar met de andere jongeren en toeristen die zich op het gras hadden genesteld naast het meer, picknickten en hadden een rustige middag. 's Avonds stond er iets op de agenda wat we wel gepast vonden in dit land, naar de cinema gaan om The Hobbit te bekijken. Een tegenvaller in vergelijking met de andere films maar wel leuk om de landschappen te zien waar je juist bent doorgereden ook al zijn ze digitaal bijgewerkt.

De 'special' van de dag die een restaurant in de buurt aanbood interesseerde ons wel en we verlieten Queenstown zonder honger. Er waren 2 opties om tot in Wanaka te rijden waar ongeveer 50km verschil op zat. Deze zaten hem in het rond de berg of over de berg rijden. We kozen voor het er over rijden en waren blij dat er op de smalle bochtige baan niet al te veel verkeer was. Jammer maar al snel werd het donker zodat we maar weinig konden zien van wat de omgeving te bieden had, al zijn we er vrij zeker van dat het wel weer de moeite zal geweest zijn. Op de weg naar onze slaapplaats naar een ander meer (aan meren zeker geen tekort in het land) duwden we met onze lichten nog wat koeien van de baan en vonden we op 2 meter van het water een plaatsje waar ik van vermoedde goed te zullen slapen.


Nieuw-Zeeland is toch een groter land dan we hadden verwacht en al liggen de wegen er enorm goed bij, neemt het door de hoogteverschillen en tal van bochten toch dikwijls meer tijd in beslag om ergens te geraken dan gemiddeld in België (de ochtendspits niet meegerekend). Na Queenstown zouden we 2 bekende gletsjers bezoeken aan de westkust maar deze lagen toch nog een eind verwijdert van het meer waar we sliepen. Het zou een dag rijden worden via de Haastpas, Haast, knightspoint en nog een stuk westkust. De Haastpas bracht ons door de gekende prachtige bossen maar om het met Thaise woorden te zeggen, same same, but different. We stopten enkele keren heel kort aan vallend water van de bergen en waren enkele uren later in Haast. Met gebrek aan grotere steden of iets van beschaving aan dat stuk van de westkust kochten we een veel te duur brood en reden door naar Knight Point, een uitkijkpunt over de rosten in de zee. Met ons stoeltjes goed geplaatst en een op eigen tempo gemaakte lunch maakten we volgens mij menig toerist jaloers die een kleine 10minuten kregen van hun buschauffeur om de plaats te bezoeken.

De Fox gletsjer lag op 4km aan de rechterkant van de hoofdweg maar wij sloegen een kilometer verder af naar links. 15Km die richting zou er plaats zijn voor 5 voertuigen om te kamperen op het einde van de weg vlak naast de zee. De oranje in plaats van rode lijn op de kaart gaf aan dat het terug gravel en geen asfalt zou zijn. Stomtoevallig en hoogst uitzonderlijk voor die weg kwamen we in een rij van 6 auto's terecht die net op dat moment het zelfde doel hadden. Bijna blind door het stof die we samen produceerden en aan een tempo dat jammer genoeg enkel door de eerste werd bepaald bereikten we een goed half uur later de kampeerplaats. Op papier weer plaats voor 5 maar als 20ste toegekomen auto hadden we nog plaats genoeg. Een keienstrand met een wilde zee en verder in de omgeving werkelijk niets maakte het de moeite. Hoe goedkoper de kampeerplaats hoe meer jongeren er te vinden zijn en deze was gratis. Van over heel de wereld (maar toch vooral Duitsland) zaten er weer mensen samen op een plaats ver van alles. Met alle beperkingen in acht genomen toch weer behoorlijk lekker gekookt en van op wat stenen de zon niet zien verdwijnen achter de horizon maar achter de wolken wat ook een mooi zicht was. Terug bij de auto kwamen we nog aan de praat met 2 vriendelijke Nederlanders die er 6 maand stage in Nieuw-Zeeland hadden opzitten en nu ook de rest van het land eens wouden zien. Het gekuch van mensen wat verder in een tent deed ons opkijken en beseffen dat we nog de enige wakkeren waren en zo de 'kuchers' ook wakker hielden dus kropen we er ook maar in.


De kiezelweg terugrijden ging een stuk sneller en al snel waren we aan de eerste gletsjer. De bordjes op de weg geven samen met jaartallen aan tot waar de gletsjer kwam in het verleden (ooit zou hij tot aan de zee gekomen zijn). Zou de aarde dan toch zo hard aan het opwarmen zijn? We parkeerden de auto een pak verder dan het eerste bordje en begonnen aan de korte wandeling naar de gletsjer. Uit veiligheidsoverwegingen was het toegelaten om tot op 80m van de hoop ijs te komen. Net van de zee komend was het een terug een enorm verschil in omgeving. Enorme kloven, meters hoge muren van ijs en dat uitgestrekt over een hele vallei. Op de weg naar de gletsjer hadden we van op een afstand niet alleen een mooi zicht op deze ijsberg maar ook op Mt Cook, de berg die we net na ons vertrek uit Christchurch hadden bezocht. Het gebergte, maakte het onmogelijk om van het westen naar het oosten te gaan maar het was leuk te weten dat we enkele weken ervoor 200km van onze huidige plaats hadden gestaan. Zo dicht maar toch zo onbereikbaar.

Het gebied is precies vrij geschikt voor gletsjervorming. 50Km noordelijker lag er de Frans Jozef gletsjer. We hadden wat schrik dat de 2u durende wandeling ons zou brengen naar een punt dat te veel zou lijken op dat aan de Fox gletsjer dus deden we de kortere wandeling naar een klein meertje met een goed uitzicht op de gletsjer. Dit uitzicht viel wat tegen maar we hadden onze portie ijs wel al gehad. We deden het aantal kilometers op de teller van de Nissan terug wat stijgen en reden door naar Goldsborough. Op deze plaats naast de rivier woonde ooit 14000 man die zich enorm snel hadden gesetteld na de eerste vondst van goud. Toen het goud op was verdwenen ze even snel als ze gekomen waren en lieten alleen een stadsnaam en een camping over. Wel grappig om te zien hoe mensen van alle leeftijden nu nog steeds probeerden iets te vissen uit te rivier dat meer blonk dan de gemiddelde vis. Met de eerste regen in weken waren we tevreden met het voorziene houten onderdak en deelde dit met een Nieuw-Zeelander die zijn Peruaanse schoonouders het land liet zien.


Australie!

Down under, het stuk land met slechts 17 miljoen inwoners maar waar Europa gemakkelijk inpast. Het land met de meeste dodelijke beesten op aarde en stukken waar je gemakkelijk jaren niemand kan tegenkomen. Het land waar wij hadden besloten om binnen te komen in het noorden en onze weg van 6500km te banen naar het zuiden.


5u 's morgens toekomen in Darwin met een intern gevoel van 3uur 's morgens na een vlucht met amper slaap geeft toch wat een gevoel dat als katerig te omschrijven valt. Inchecken in het hostel ging pas om 9 uur dus zou het nog 4 uur vrij loos staren naar de tv worden. Eens op de kamer werd er snel wat bijgeslapen en tegen de middag zouden we de winkel opzoeken zodat we ons gezelschap dat enkele uren later zou toekomen toch iets te eten zouden kunnen aanbieden. Darwin was bijna een spookstad, niemand op de baan en diegenen die buitenkwamen haasten zich naar hun auto om daar de airco op volle kracht te zetten. Te begrijpen met temperaturen die gemakkelijk de 40 graden overschreden. Thailand was ook warm maar hier was het een totaal andere warmte dus was het ook voor ons puffen. Het zou een mooie oefening worden voor de rest van de maand. Moesten we toen reeds geweten hebben dat we temperaturen zouden tegenkomen die de gemiddelde Europese thermometer zou doen springen, hadden we misschien nooit durven vertrekken.

Net bekomen van de hitteschok stonden we voor de volgende. De prijskaartjes van de producten. We hadden het land waar we met 10€ royaal de dag konden doorbrengen geruild voor een plaats waar de prijzen ons aan thuis deden denken, maar dan niet met heimwee.


Terug in het hostel was het wachten op Ben die een paar dagen ervoor België had verlaten met een zomerjas die hij zelfs niet meer zou bekijken de komende maand. Een leuke verschijning om een bekend gezicht te zien na enkele maanden. De middag werd al snel gevuld met bijpraten en een bezoek aan de toerist information. Zeer goed uitgeruste bureau's met talrijke folders en mensen die maar al te graag hielpen met het plannen van onze volgende dagen. We namen een goede wegenkaart mee en besloten om van Darwin naar Uluru te rijden in 5 dagen, toch een goede 2000km.


The outback


Onze trip zou de volgende dag starten met het oppikken van ons Betty, de oude Ford camionette die al een goede 20 jaar dienst deed en voor de gelegenheid was omgebouwd tot campervan. Bij het opzoeken van campervans in Australië heb je dure en zeer dure opties. Wij hadden geopteerd voor één van de weinige aanbieders van 'budget' campers. Het eerste zicht van onze camper liet ons al snel inzien waarom ze goedkoper zijn als de rest: “You get what you pay for”. Ik zag ons al staan in het midden van Australië in panne met buiten wat kangeroo's geen levende ziel in een straal van 300km. De motor zag er al bij al nog niet zo slecht uit (voor zover dat ik daar nog maar iets van af weet) en alles was goed voorzien van slaapmogelijkheden en kookgerief. We zouden wel zien en reden de parking af, eerst kijkend naar rechts en dan naar links. Links rijden met een stokoude camionette die liefst nog wat choke kreeg voor goed in gang te geraken, het vroeg wat concentratie maar het zou al snel wennen.


Eerste stop, de winkel. Niet wetende hoeveel weken we zouden verdwalen kochten we maar genoeg. Pasta, rijst, cornflakes en meerdere groenten in blik of glas. Als uitermate noodrantsoen zaten er zelfs bonen in tomatensaus en mousseline puree in onze winkelkar. Alles van het 'everyday' merk van hier beperkte onze rekening. Genoeg naft in ons Betty gegoten en 15liter water naast de achterbank en we konden echt vertrekken. De instructies waren als volgt; rij hier naar links tot op de Stuart Highway en rijdt 2000km rechtdoor, echt moeilijk was het dus niet.


Goed en wel vertrokken, met onze airco bestaande uit volledig openstaande ruiten, reden we aan een topsnelheid van zeker 100km per uur naar Litchfield National Park. Een park waarvan de grootste deel van de populatie uit termieten en vliegen bestaat. Iedereen weet dat vliegen irritant kunnen zijn maar dit sloeg alles. Als echte koppigaards bleven ze met tientallen tegelijk komen en snapten ze niet dat ons wegwuiven wel eens dodelijk voor hen zou kunnen zijn. We begaven ons dan maar naar een plaats waar vliegen enorm slecht kunnen vliegen, onder water. We stopten aan prachtige watervallen waar het mogelijk was om te zwemmen. Hier waren nog geen krokodillen gespot dus was het nog toegelaten om te plonsen. Water dat gelukkig stroomde en zo toch wat nodige verkoeling gaf.

Het park zou ons de eerste indruk geven van de prachtige en unieke natuur van Australië. Gevormd door amper menselijke inmenging en afgesloten van de rest van de wereld maakt het moeilijk te beschrijven en niet te vergelijken wat we eerder hebben gezien. Het aantal unieke dieren dat enkel in Australië te vinden zijn geeft al een idee van hoe apart dit land wel niet is.


Die nacht zouden we slapen op een campingground in het nationaal park. De 2m lange slang die rustig op de weg lag te zonnen, zorgde al voor een minder veilig gevoel. Goed stampend op de grond, met een zaklamp vluchtig alles nakijkend terwijl we naar het toilet gingen en verschieten van elke bewegende schaduw maakte het nog een toffe avond, tot we beslisten om te gaan slapen. Met 3 personen in de achterkant van het busje is op zich goed te doen maar met temperaturen van 40 graden en een gezonde schrik voor langs openstaande ruiten binnenkruipende en vliegende beesten was het zweten geblazen. Een andere veilige optie voor te slapen was er niet dus zou het na wat klagen en zagen toch wat slapen in de warmte worden.


Litchfield zouden we de volgende dag omruilen voor het volgende nationaal park, Katherine. De 'hot water springs' die zich op weg naar het park bevonden klonken als een pure marteling in dit weer maar met een constante temperatuur van 28 graden gaf dit wel nog 12 graden verschil met de omgeving dus gingen we nog maar eens kopje onder. De crocodile warnings niet negerend, maar de plaatselijke bevolking die talrijk met hun kinderen aanwezig was stelde ons toch wel wat gerust. We reden verder naar de kampeergrond van het NP en kwamen te laat toe om nog iemand te vinden waar we aan konden betalen dus zou het een gratis nachtje worden. We konden gebruik maken van een overdekte picknicktafel wat welkom was bij ons eerste warmte onweer. Tijdens het koken werden we al snel vergezeld door de kleine broer van de kangeroo, de walabi. Deze waren al goed aan mensen gewend en zouden graag een graantje meepikken. Schattig om ze te zien schuilen onder ons busje wanneer het begon te regenen. Wat later kregen we de 2de bezoeker over de vloer en waren we blij dat we allemaal reeds naar het toilet waren geweest voor 2 redenen. Ten eerste omdat onze blaas dan leeg was en ten 2de omdat we het bordje reeds hadden zien hangen waar duidelijk opstond 'Have no fear, Esmeralda lives here'. Esmeralda een 3m lange python zijnde die 's nachts buiten kwam om op kikkers te jagen. Het bord garandeerde ook dat ze nooit mensen aanvalt en je ze best negeert wanneer je ze ziet. Een iets moeilijkere opgave dan gedacht. Toen Laura ze op 2m van ons opmerkte was het toch even schrikken. Zij negeerde gelukkig ons meer dan wij haar. Wij die geen zin hadden in terug een snikhete nacht hadden in het vorige dorp een tentje bestaande uit muskietennet stof gekocht. We besloten toch snel om toch maar in het busje te slapen. De ruitjes zouden ook die nacht dichtblijven.


De volgende ochtend zouden we voor de grote hitte Katherine Gorge bezoeken. Een uitkijkpunt over een prachtige canyon en de rest van het NP. Een wandeling van 7km lijkt niet veel maar stijgend op stenen die precies nog niet waren afgekoeld van de vorige dag maakt het toch zwaar. Eens boven was het zicht zeker de moeite maar de zon, die niet zoals in België een mooie boog maakt over de horizon maar recht omhoog klimt om daar vrolijk een tijdje te blijven staan, zorgde er voor dat we al snel terug naar beneden vertrokken.


Met 2 mooie nationale parken achter de rug zou onze tocht door 'the outback' pas echt beginnen. Ook al zou de weg steeds rechtdoor gaan, toch was onze kaart handig voor het lokaliseren van dorpen, slaapplaatsen en nog belangrijker, tankstations. Hoe verder weg van de kust, hoe harder je de benzineprijzen zag stijgen.

Een vreemd fenomeen, 400km rijden zonder enige vorm van beschaving tegen te komen naast de weg en amper een 10tal tegenliggers te kruisen. We hebben veel gedacht aan hoe we de afstanden in België dikwijls ver vinden en hoe deze in het niets verdwijnen met de afstand tussen 2 dorpen in the outback. We zouden nooit meer klagen hoe soms 4km fietsen te ver is. Al is dit waarschijnlijk een belofte die snel vergeten wordt eens thuis.

Het concept van deze dorpen is zoals in de films: 10 huizen, 1 café en 1 tankstation, vaak nog gecombineerd. We zagen in de winkel van een iets groter dorp dezelfde persoon 4 keer aangesproken worden over hoe het met de familie gaat. Iedereen kent hier iedereen nog. We beperkten onze stops vaak tot een minimum van tijd zodat we niet te lang de warmte moesten ondergaan en terug de wind in het busje konden laten door het plankgas over de weg te scheuren met de ongelooflijke snelheid van 100km/u. Al gaf het geluid dat de motor produceerde vaak het gevoel sneller te gaan. Maar zoals in ons busje stond geschreven ,the journey itself is the goal, dus we hadden geen haast.

Ongeveer elke 50km was er een 'rest area' voorzien en elke 5km was er wel een bord te vinden dat aangaf om op tijd te rusten in de aard van 'revive-survive'. Op deze plaatsen was het meestal toegestaan om te overnachten en indien niet stelde de waarschijnlijke luiheid van de plaatselijke politie die dergelijke afstanden toch niet zou afleggen gerust. Enkele meters naast de weg met overdekte tafels, en soms een BBQ zorgde deze plaatsen voor alle nodige voorzieningen. Zelden stonden we alleen op dergelijke plaatsen. Ons tentje waar we de matrassen van het busje in legden zorgden voor een frissere en 'mozzie' vrije slaapplaats.


De volgende dagen op weg naar Alice Springs en Ayers Rock hadden meestal het zelfde stramien. Opstaan, rijden, eten, genieten van het landschap dat steeds dorder werd, tanken, rijden, verschieten van plaatselijke beesten, koken & slapen. Indien er iets de moeite was op de weg stopte we of namen we en kleine afslag om eens te gaan kijken. Zo bezochten we ook 'Devil's Marbles'. Grote stenen bollen die door miljoenen jaren erosie gevormd waren in het midden van de woestijn. Ook daar was het zo warm dat we na wat foto's snel terug vertrokken. De stenen hadden zoveel warmte opgenomen dat ik me bij het beklimmen van 1 licht verbrand heb. Door deze hitte was het aan te raden om minimum even veel te drinken als er werd uitgezweet en dit was behoorlijk wat. De koelbox achteraan de camper wisselde rond 11u al snel van functie en werd een oventje in plaats van een koelinstrument. Ons water werd zo al snel thee met wel een heel flauwe smaak, wat het ook niet aangenaam maakte om te drinken. We vroegen ons echt af in welke temperaturen we ons eigenlijk bevonden. Al hoorden deze waarschijnlijk ook wel bij het concept van woestijn en maakte de ervaring veel rijker. Elke kilometer die we meer aflegden bevonden we ons echt dichter bij een stuk ruwe natuur waar elk levend organisme moet vechten om te kunnen leven.


Na enkele dagen rijden en het landschap te zien veranderen kwamen we aan in Alice Springs. Voor diegenen die het niet weten liggen, pak een kaart en zet u vinger op het midden van Australië, voila. Een iets groter dorp waar ook de grote ketens zich hadden gevestigd en diende als uitvalsbasis voor de rest van de outback. Van hieruit was het nog 500km naar Ayers Rock dus reden we nog door tot op 300km van de grote steen. Ondertussen was het al 24 december. Voor kerstavond hadden we vlees gekocht in Alice Springs en dit proberen koel hoeden met een zak ijs van 3kg. Het op de BBQ gelegde vlees, de puree van pompoen maar vooral de locatie en de context zorgde voor een speciale maar gezellige kerstavond. We vergeleken toch even de situatie met hoe we ze ons voorstelde thuis (ook al was het daar nog lang geen kerstavond) en kropen onder de sterren in ons tentje.


Al een geluk dat we wisten dat het 25 december was want voor de rest was er niets dat ons aan kerstmis deed denken. Kerstbomen waren vervangen door eucalyptus en de sneeuw door zand. Onze kerstmis begon met een 200km lange autorit waar we qua afstand mee lachten sinds een paar dagen. Na enkele uren dook de wereldberoemde steen op aan de horizon. Midden in een eindeloze vlakte stond de grootste zandsteen van de wereld. Een natuurfenomeen dat door de aboriginals als heilig wordt beschouwd en waar elke bezoeker respectvol mee moet omgaan. Deze aboriginals hadden we al vaak gezien in de dorpen en steden maar hier viel ons op dat ze dikwijls 2derangs burgers waren, laat ons zeggen de marginalen van hier. Qua uiterlijk vallen ze enorm op en gedragen ze zich niet echt beschaafd. Het grote probleem hier is dat 'kapitein cook' slechts 200 jaar geleden Australië heeft ontdekt en zo alcohol heeft geïntroduceerd op het eiland. Een stof waar de aboriginals geen genen voor hebben om er tegen te kunnen maar deze wel maar al te graag innemen. Vele van deze mensen zijn zo zat te zien op straat, ruzie makend met hun vrienden. In een bepaald dorp konden we zo zien hoe een vrouw een volle vuistslag gaf aan een andere aboriginal. Vaak merkten we wel een vergane trots op. Ze voelen zich (en zijn misschien) nog de 'echte' Australiërs en velen zijn nog trots op hun cultuur en bestaan maar ze doen dit alles weinig eer aan door hun gedrag. Hun cultuur op zich is nochtans wel zeer interessant met een klein gebrek aan vooruitgang. Tot 200jaar geleden leefden ze echt nog van het uitzuigen van zoete mieren en bloemen. Een echt nomadenbestaan waar kennis niet neergeschreven maar doorgegeven werd van ouderen op jongeren. Hun religie was vooral gericht op de natuur en de betekenis van dromen en verhalen. Zo is elk natuurfenomeen een woonplaats van een vroegere god die het geschapen heeft en nu bewoond. Vandaar de waarde van Ayers Rock, de steen is voor hen eigenlijk een god en aan elk stukje, een scheur of een put, heeft een verhaal met andere goden als oorsprong.


De aboriginals die zich nog niet hadden gevestigd in steden leefden nog vaak in een soort stammen in specifieke stukken land waar zij nog steeds het zeggenschap hebben. Het feit dat alle goede stukken zoals de kusten en steden door blanken zijn ingenomen deed ons het gevoel krijgen dat de authentieke bevolking een beetje in het zak was gezet.


Het feit dat Ayers Rock nog werd beheerd door aboriginals is misschien niet slecht aangezien op deze manier grote hotels en toerisme binnen de perken wordt gehouden. De enige optie om te overnachten in binnen een complex dat een hotel, een resort en een camping herbergt. We vonden al snel een mooi plaatsje op de camping en het zwembad aan de camping werd al snel door ons 3en extra gevuld.


Ayers Rock zou vooral de moeite zijn bij zonsopgang en zonsondergang door de kleurveranderingen die de steen dan ondergaat. Zoals dikwijls hadden we meer zin in de zon te zien ondergaan als bovenkomen dus reden we tegen 7u naar het park. Een toegangsticket van 20€ bezorgde ons 3 dagen toegang dus konden we nog eens terug komen. Zoals alles in Australië is alles aangeduid en wordt er veel voor je beslist wat wel en niet mag, waar je wel of niet moet staan, etc. We reden naar het aangeduide punt voor zonsondergang en zette ons mooi tussen de rest van de bezoekers vergezeld van een chipje en een biertje. Moeilijk te vatten en te omschrijven hoe een steen zo een spektakel kan voorzien maar speciaal was het zeker. Zonder twijfel speelde de context van het midden in Australië te zitten op kerstmis ook een niet te onderschatten rol. Terug op de camping zouden we ons kerstmaal maken in de campingkeuken. In de keuken ontmoete we een Franse kerel, die al liftend en nog een beetje op zoek naar zichzelf Australië doortrok, die te veel eten had voor zichzelf. Dan maar samen koken en opeten. Vergezeld van zijn Australiësche vrienden werd het nog een gezellige kerstavond. Onze Franse vriend had nog een lift gevonden die avond richting Alice Springs dus bij zijn vertrek kropen wij gezellig in ons tentje.


Ook al gaat Ayers Rock lopen met alle eer en beroemdheid, toch wordt deze omgeven door 2 andere prachtige bergen. Mount conner hadden we al bezichtigd op de heenweg en op 2de kerstdag zouden we de Olga's opzoeken 50km ten oosten in het zelfde natuurpark. We reden eerst rond Ayers Rock. Van dichtbij beseften we pas hoe hoog en groot deze berg werkelijk was. Ook al werd er op neergekeken en sterk afgeraden om de berg te beklimmen, toch werd dit dikwijls gedaan. Het feit dat er bij het beklimmen al meer dan 40 mensen een hartaanval hadden gekregen deed ons niet verschieten bij het zien van het pad omhoog. Alle wandelingen binnen het park werden gesloten wanneer de temperatuur de 36 graden overschrijdt. Om 10u 's morgens was er geen enkele wandeling meer mogelijk. We reden door naar de Olga's en zochten wat schaduw om te picknicken met een zicht op de woestijnvlakte met het apart ecosysteem in het midden dat de Olga's inhielden.


Geen zin om nog een nacht te betalen op de camping reden we na nog eens gebruik gemaakt te hebben van hun zwembad door naar een rest area richting Alice Springs. 5Km voor onze bestemming kwamen we een oude bekende tegen die wanhopig aan het liften was. Onze Franse vriend Damien had niet echt een succesvolle liftdag gehad dus namen we hem maar mee naar de rest area. We deden het zelfde wat hij de dag ervoor gedaan had, eten delen. Na het eten en afwas stopte er een roadtrain aan de parking en maande we hem aan om te proberen een lift te versieren. Hij was succesvol dus weer voor wij in ons bed kropen vertrok hij met een roadtrain, een wat groot uitgevallen camion. Uit economische overwegingen wordt er niet 1 container achter een truck gehangen in Australië maar soms 5. Beesten van trucks vormen zo een 53 meter lang gevaar op de weg. Grotendeels verantwoordelijk voor de talrijke dode kangaroo's en walabi's op de weg zorgen ze voor een pak tegenwind wanneer je ze kruist met een oude camionette. Het zien opduiken van zo een gevaarte in de achteruitkijkspiegel zorgde er ook dikwijls voor dat we toch even aan de kant gingen.


Onze weg naar het oosten was ingezet. Nieuwjaar willen vieren met ons voeten in het zand betekende op 4 dagen terug 2000km afleggen. We zouden the outback zien veranderen van woestijn naar groenere vlaktes, bossen tot we uiteindelijk 'the pacific' tegenkwamen. We sliepen terug op rest areas waar we soms werden vergezeld door vreemdere figuren die waarschijnlijk al 30jaar aan het 'road trippen' waren. Het rijden op zich klinkt als een hele opgave maar eigenlijk was dit een interessant gebeuren. Een paar uur rijden, dutje doen op de achterbank, wat staren naar de natuur, creatief zijn met eten, slaapplaats zoeken om fit te zijn om de volgende dag het zelfde te doen. De uren doorgebracht als meerijder werden dikwijls gebruikt voor het lezen van onze lonely planet en andere folders zodat we wat zicht kregen op wat we wouden doen aan de oostkust. Op 300km van de oostkust werd ons stramien verstoord door een iets te stereotiep denkende agent die zich bij het zien van ons beschilderd busje waarschijnlijk een zat zootje ongeregeld voorstelde. Na een paar honderd meter mooi achter ons gereden te hebben liet hij ons door middel van zijn zwaailichten aan de kant gaan. We konden hem al snel overtuigen van onze degelijkheid en de alcoholtest die vanzelfsprekend negatief was zorgde jammer genoeg niet voor een sleutelhanger maar wel voor een verder zetting van de reis. Het niet combineren van rijden en drinken wordt hier nog zwaar vergemakkelijkt door het beleid van de regering dat Australië het land heeft gemaakt met de 2de zwaarste belasting op alcohol in de wereld. 35€ voor een bak bier, geen fles wijn onder 15€ om nog maar te zwijgen van de sterke drank. Toch een beetje gegniffel dat wij in België bepaalde Australische wijn goedkoper kunnen kopen dan de Australiërs zelf.


Townsville, Airlie Beach & White Sundays


30 december kwamen we zo toe in Townsville. 4500Km van onze trip zat er al op en we waren blij dat we het zonder panne, gebeten te zijn door 'Austrlia's most dangerous' of uitdroging hadden gehaald. Ons busje had het goed gedaan en hoe meer we er aan gewend werden hoe meer we het begonnen te appreciëren. The outback lag nu achter ons maar ze had ons een fameuze ervaring bezorgd die waarschijnlijk iets unieks zal worden in ons verdere leven en die we onmogelijk ooit kunnen vergeten.


Toegekomen in Townsville zouden we wachten op het nieuwe jaar dat eraan kwam om dan onze tocht verder te zetten richting het zuiden, naar Sydney. Vermoeid van het reeds gedane traject spookten we in Townsville niet echt veel meer uit. We konden parkeren op de parking van een hostel en voor 5$ konden we gebruik maken van al hun faciliteiten. Interessante regeling vergeleken met de prijs van de goedkoopste kamer die al snel de 25$ overschrijdt. De laatste dag van het jaar zouden we het strand opzoeken maar ons uitslapen en de regen die die dag besloot te vallen stopte ons plan. We ruilden het strand voor de winkel en kochten scampi's, kangeroo en chocolade 'mouzekes'. We begonnen onze eindejaars menu met chips en zelfgemaakte dipsaus door onze kokkin van dienst. De scampi's die ze daarna op tafel toverde zorgden ook weer voor een gezonde portie genot. Voor het hoofdgerecht verhuisden we naar het dak van ons hostel waar we naast het zwembad met zicht op de verlichte haven gebruik maakte van de gasBBQ. Kangeroo was een 'vlezeke' dat er mag zijn, toepasselijk maar ook echt lekker. Afgesloten met chocolademousse gecombineerd met vers geplukte mango's die we hadden gekregen van iemand uit het hostel maakte de hele menu geslaagd. Na gewandeld te zijn naar een park waar het vuurwerk en geplande feest was afgelast door het weer, haasten we ons naar het strand waar we om letterlijk 5 voor 12 toekwamen. Net op tijd om onze fles sparkling wine te openen en klinken op het nieuwe jaar. Teensletsen, korte broek, T-shirt en golven, het was eens wat anders dan een winterjas en een reëel gevaar om uit te glijden. Eer we terug gingen naar het hostel passeerden we de straat waar alle feestjes doorgingen. Deze feestjes stopten al om 3uur, dus werden al de stadia vervroegd. Wij passeerden in het 'drama' staduim: ruziënde koppels, wenende pubers, zatte pubers,... Grappig is misschien het verkeerde woord maar toch zeker amusement. We vielen ook enorm zwaar uit de toon met onze kleren. De puberende meisjes hadden als dresscode, hoe hoger de hak hoe mooier, hoe strakker in het pakje hoe beter en hoe meer schmink hoe knapper. Ik spreek dat graag tegen maar begin het maar eens uit te leggen in het Engels. Terug in de busje zouden we goed slapen en Laura zou ons 's morgens in de vroegte naar het strand rijden om daar van ons nieuwjaarsontbijtje te genieten.


18000km zee maar zwemmen is bijna overal afgeraden. Ofwel zitten er te veel haaien ofwel zitten er marine stingers. Een kwalachtig diertje dat op zijn kleinst niet groter is dan een vingernagel maar je wel een afspraak kan bezorgen bij de schrijnwerker voor 6 planken. Je voelt het niet wanneer het je steekt maar 40min later bevind je je in een levensbedreigende situatie en kan je hopen dat de ambulance er op tijd is. Geen vriendelijke zwemomgeving dus. Geen enkel land heeft dan ook zoveel zwembaden naast zijn kustlijn liggen. In Townsville hadden ze in de zee wel een stuk vrij gemaakt met netten zodat dit stinger en haai vrij zou moeten zijn. Laura en Ben deden zo hun eerste nieuwjaarsduik. Veel gemakkelijker hier dan in België gezien de temperaturen. Ben zou door zijn opgelopen zonneslagje achteraf wel wat spijt krijgen van zijn gespendeerde tijd in het water.


In de middag reden we door naar een groen driehoekje op de kaart dat een rustplaats aangaf. Deze lag voor de verandering in een stadje. Slapen in het tentje zou er dus niet inzitten op het dorpsplein maar in het busje daarentegen wel, dachten we. De persoon op leeftijd die was aangesteld als dorpsnachtwaker nam zijn beroep nogal serieus en zou het niet door de vingers kunnen zien moesten we overnachten in het busje ter plaatse. Openbaar domein zou niet mogen dus zochten we iets privé. Na een paar keer rondvragen werd ons aangeraden om op een bouwgrond te gaan staan die te koop stond. De tip opvolgend kropen we in ons bed en zijn we de nacht niet meer lastiggevallen, al waren er sommige personen precies iets minder op hun gemak.


De volgende morgen reden we door naar Airlie Beach, het stuk vasteland waaruit het gemakkelijk was de white sundays te bezoeken en te snorkelen. Eens toegekomen installeerden we ons op het stukje campinggrond van een hostel en boekte we een toer voor de volgende dag met snorkelen en the white sundays, een eilandengroep met parelwitte stranden. Enorm duur vergeleken met vorige landen maar het zelf rondzwemmen naar de eilanden is nu niet echt een betere optie. Waar in de vorige landen de concurrentie enorm was voor tours, waren er hier slechts enkele grote spelers die zo hun prijzen uiteraard kunnen verhogen. Toch blij met onze geboekte tour en vooruitzichten kochten we ons voor de gelegenheid verse vis hopend dat hun soortgenoten ons het de volgende dag niet kwalijk zouden nemen tijdens het snorkelen.


Vrij vroeg werden we met de bus opgepikt en reden we wat verder naar de haven waar we aan boord gingen van een fameus bootje. We vaarde tussen de eilanden naar onze eerste stop waar we konden snorkelen. Met kleinere bootjes werden we naar een afgelegen strand gebracht waar we ons snorkel materiaal kregen en een soort wetsuit waar de eventuele stingers niet door konden steken. Het feit dat het Ben zijn eerste keer was en de schrik voor de stingers toch wat was doorgedrongen, zorgde voor de nodige hilariteit. Eens hij het doorhad, kon iedereen wat ronddobberen en genieten van het grote barrière rif. Kleurrijk en fascinerend.

Terug op de boot gingen we naar de 2de stop, het strand bekend voor zijn bezit van het witste zand van de wereld., white sunday beach. Op het vlak van prachtige stranden zijn we deze reis al verwend geweest maar dit paste toch mooi in het rijtje. De laatste stop was daydream Island waar het aanwezige resort een buitenaquarium had aangelegd met een grote verscheidenheid aan vissen waarvan ook enkele grote roggen en haaien. We stonden ook versteld van de uitleg over de nemo-visjes die blijkbaar allemaal als man geboren worden maar wanneer ze de eerste in rang zijn veranderen in een vrouw tot het aan de volgende is. Dit ter zijde.


Nog wat nagenietend van de tocht door een totaal ander stuk Australië dan de woestijn kochten we ons een 'jug of beer' zodat we ook ineens konden aanschuiven voor de gratis BBQ. Een BBQ bestaande uit goedkope worsten op toastbrood met gebakken ajuin is iets dat wij zelfs niet zouden durven aanbieden, maar uiteindelijk was het niet slecht. De filmavond in het hostel met 'The hangover' op groot scherm was een mooie afsluiter van de dag.


Rockhampton & Bundaberg


We lieten nog een kleine rookpluim en benzine stank achter in Airlie Beach en vertrokken richting Rockhampton. De warmte duwde ons weer in de richting van het bordje 'falls' in het aanliggende Conway National Park. Ook hier kon er gezwommen worden en de rotsen achter de waterval boden een wel erg hoge natuurlijke springplank aan. Een paar jongeren die er waarschijnlijk al van hun 6 jaar afsprongen probeerden een toeriste te overtuigen om het ook te proberen en deden het zelfs meerdere malen voor. De immense blauwe plek die ze had opgelopen na toch zeker een half uur te staan hebben twijfelen deed ons ook terugdeinzen van het maken van de sprong. Met ondertussen de grootste hitte gepasseerd, reden we naar een minder toeristisch strand waar het door de constante harde wind ideaal was om te surfen. Jammer genoeg waren we net onze surfplanken vergeten... Bij het verlaten van het natuurpark reageerde ik al bijna routineus op de alcoholcontrole. Terug zo nuchter als mogelijk mocht ik zonder problemen doorrijden maar begon ik de regeltjes en controles toch een beetje overdreven te vinden.


De nachtwaker in het vorige dorp nog in ons achterhoofd en een andere wetgeving in deze staat als in de outback zorgde ervoor dat we niet meer zouden kunnen overnachten op de rustplaatsen. Jammer genoeg stond er ook in het fluorecerend wit op onze achteruit: www.wickedcampers.com. Ons busje was er niet voor gemaakt om ergens onopvallend ergens met de gordijntjes dicht te gaan staan. We zouden proberen rekenen op de vriendelijkheid en gastvrijheid van de Australiërs die we al reeds hadden ontdekt. Na een tijdje zoeken passeerden we een rietsuikerboer die ons zonder enig probleem op zijn grond liet staan. Een zacht stuk gras naast de schuur leek ideaal om ons tentje op zetten maar de regen die in het midden van de nacht begon te vallen deed ons snel verhuizen naar binnen. Het heeft zo zijn voor en nadelen een tent uit muskietennet stof. 's morgens kregen we voor bij ons ontbijt mango's aangeboden die een paar minuten ervoor nog hingen te bengelen aan de boom. Dergelijke zoete en sappige mango's kunnen we ons in België moeilijk voorstellen. We bedankten de boer voor zijn gastvrijheid en zette ons busje in de richting van Rockhampton.


We hadden toch nog een grotere afstand te overbruggen als gedacht en kwamen pas toe in Rockhampton in de late middag. In verschillende brochures krijgt deze stad de titel als de 'meatcapital' van Australië. We hadden gedacht dat een stad die zichzelf zo een eer gaf hier toch meer spel van zou maken. De ingebeelde straat met enkel steakhouses konden we niet echt vinden en na eens navraag gedaan te hebben in de toerist information bleek deze ook niet te bestaan. Voor het vinden van een goede steak waren er 2 opties die al snel 35€ voor een een lap vlees vroegen. De lichte teleurstelling in combinatie bij gebrek aan gratis slaapplaatsen in de stad zorgde ervoor dat we nog wat kilometers op de teller zouden zetten richting Sydney, tenslotte toch nog een 1500km verder, en zo onze avond onverwacht een pak interessanter te maken.


We reden naar een rustplaats gelegen naast een café waar er nergens expliciet stond vermeld dat er niet mocht geslapen worden. Toch niet helemaal zeker maar het toch een beetje beu om te zoeken zouden we de gordijntjes maar goed sluiten en hopen niet wakker gemaakt te worden in het midden van de nacht. We parkeerden ons naast een 4x4 waarin er een vader en zoon de koffer gebruikten als keuken. Het compliment gestuurd in hun richting over de geur van hun eten zorgde al snel dat we werden uitgenodigd om ze te vervoegen. De 2 gezette Australische mannen hadden alles samen 2kg spek en worsten voorzien en ik ben er van overtuigd dat ze het zonder onze hulp ook wel naar binnen hadden gespeeld. Het vlees werd vergezeld door een soort verloren brood maar dan in plaats van zoet op smaak gebracht met look en andere kruiden. We verschieten niet meer van het feit dat Australië het land is waar de bevolking momenteel het snelst aan het verdikken is. Het overaanbod aan producten in de winkels en levenskwaliteit doet het land al snel de weg inslagen die Amerika in het verleden ook heeft gekozen. Bij het observeren van verschillende Australiërs tijdens maaltijden valt al snel op dat ze stevig eten. Ik zat al goed vol na 1 worst, wat spek en een snee in een hoop boter gebakken brood en had de grootste moeite de rest van het eten van mijn bord te houden. Zo erg vond ons gezelschap het niet want al snel deden ze het zelf verdwijnen. Los van het eten was het wel een enorm gastvrij en vriendelijk gebaar. We babbelden over onze reis en over hoe zij het leven in Australië ervaarden. De 2 die eigenlijk maar kort gingen stoppen op deze plaats om te eten bleven zo al snel meerdere uren zitten tot de grote ergernis van de zoon. De non-verbale signalen verzonden naar de vader werden al sneller opgepikt door ons dan door de vader zelf. Toen ze uiteindelijk toch hun weg verder aanzette werden we vergezeld door iemand die net het aanliggende café had verlaten en ons uit het niets aanbood om die nacht met onze van op zijn domein te staan, een 5tal km verder op. Onder het motto (vooral in eerdere landen geleerd) 'when it sounds to be good to be true, it mostly is' waren we toch wat op onze hoede. De 50tiger met tatoeages had nu ook niet direct het uiterlijk van een 20 jarige studente en het inschatten van zijn gedrag was nog al moeilijk. Ons eigen vervoersmiddel gaf wel onze vrijheid om eerst te gaan zien en indien er zich iemand niet op zijn gemak voelde de weg terug te keren. We besloten dus maar om eens te gaan zien en volgde de opgefokte auto op een grindweg afgeslagen van de baan. Na enkele km's in het donker op de zandweg werd het precies een scene uit een slechte film, wanneer de man in het midden van de weg uitstapte en richting onze auto stapte. We hadden blijkbaar echt te veel van deze films gezien want hij wou enkel laten zien waar zijn land begon en tot waar het liep.

Waar we na nog een paar km terecht kwamen, tart alle verbeelding. In het midden van zijn nutteloos met heuvels en bos bedekte land stond er een stokoude caravan geflankeerd door nog een paar autowrakken. Stromend water was er niet en elektriciteit werd opgewekt door een generator. Al snel stak hij een vuur aan in een oud olievat met plastiek als grootste brandstof. Als bedanking voor ons verblijf boden we hem een biertje aan, maar het merk wat wij dronken vond hij maar rommel . Hij weigerde iets anders te drinken als Victoria Bitter. Voor het weinige wat hij had was hij alles behalve gierig en deelde al snel wat biertjes rond. Zonder al te veel te vragen naar zijn levensverhaal volgde het toch nogal snel. Frank was de naam, heel zijn leven gereden met een 'roadtrain', kwetsuur aan de schouder, hulp ingeroepen van een twintiger om te helpen bij hem thuis, zijn vrouw was met de 20tiger gaat lopen en een oude caravan en wat land dat overblijft als enig bezit. Dergelijk gebeurtenissen kunnen een mens tekenen en hier was het ook duidelijk dat hij zich veel gelukkiger voordeed als werkelijk het het geval was.

Toen we allemaal neerlagen in ons busje, keken we toch nog eens goed naar elkaar en probeerden te vatten waar we nu weer terecht waren gekomen. 's morgens waren er nog een paar vrienden van hem komen opdagen en zaten ze samen aan een auto te sleutelen. Mensen allemaal wat in het zelfde schuitje: niet te slim, wat pech gehad maar wel doodvriendelijk. We verlieten na ons ontbijt zijn domein en kregen het aanbod dat iedereen die we kenden altijd bij hem mocht komen logeren. Wie dus wil...


Dergelijke ervaring verwerken gaat goed samen met iets straf dus reden we door naar de rum distilleerderij van Bundaberg. Bij het maken van rietsuiker kristalliseert verre van alles en de overschot wordt gebruikt voor verschillende andere producten zoals BBQ saus, drop en zo ook rum. We namen de tour doorheen het bedrijf en verschoten er van hoe simpel rum eigenlijk gemaakt wordt. De gigantische vaten met rum deden ons ligt watertanden en we kregen hier ook de uitleg waarom drank zo duur is in het land. De belasting op alcohol wordt uiteraard betaald door de bedrijven maar wordt zo dus ook goed doorgerekend naar de consument. Enkel en alleen omdat we er voor betaald hadden zouden we ook gaan proeven. Ze produceren enorm veel en het is de bekendste rum in Australië maar we waren het er unaniem over eens dat het helemaal niet zo speciaal was. We ergerden ons ook aan de drang van de Australiërs om alles te mengen. De beste rum werd er onrecht aangedaan door er cola bij te gieten of nog erger, gingerbeer. Bah!

Laura die zich had opgeofferd als bob reed ons nog naar een gratis zoo in het park waar er zogezegd kangeroo's zouden moeten zitten. Buiten wat vogels en emu's was er niet veel te zien, dus reden we door naar één van de weinige gratis campings op weg naar Rainbow Beach. Ons budgettaire skills nog eens boven gehaald en zure haring met rijst op de menu gezet. Klinkt slechter dan het was. In de publieke BBQ nog een klein vuurtje gemaakt en opgeschrikt door 2 'racoons' in ons tent gekropen.


Rainbow Beach & Fraser Island


9 jaar lang had de ene het met de andere volgehouden (we laten in het midden wie) en om dit toch een beetje te vieren werd er ontbeten met verloren brood (maar dan Belgische stijl). De nutela gegeven als klein cadeautje kwam daar goed bij van pas. Er stonden nog heel wat kilometers te wachten dus we verjoegen de halve meter lange 'lizard' weg van onze tent en ruimden alles op, de grote hagedis toch wat in de gaten houdend.


Rainbow Beach is de plaats op het vaste land waaruit je gemakkelijk naar Fraser Island kon gaan. We parkeerden ons terug bij een hostel waar we gebruik konden maken van hun douches en dergelijke. Het hostel organiseerde dagelijks gratis wandelingen naar de 'great sanddune' bij zonsondergang. Vreemd hoe een grote hoop zand toch zo mooi kan zijn. We konden er sandboarden, surfen maar dan plat op je buik in het zand. Genietend van het uitzicht over de oceaan was het wachten op zonsondergang. We kookten onszelf weer iets fantastisch lekker en kropen er niet te laat in. 7U25 de volgende ochtend zouden we opgepikt worden om Fraser Island te bezoeken.


Met dit vroege opstaan uur was het geen probleem om op tijd te zijn voor het gratis pannenkoeken ontbijt dat het hostel elke ochtend aanbood. We hadden geluk om snel in de rij wachtenden te staan. Het ontbijt was blijkbaar gelimiteerd naar deeg en liet zo toch een 30tig tal hongerige jongeren achter. Niets vermeldend was de bakkerin van dienst verdwenen en de rij bleef moedig nog een dik kwartier wachten zonder succes. De 'american style' pannenkoeken hadden onze maag goed gevuld en onze dag kon stevig beginnen.


Fraser Island is als grootste zandeiland van de wereld enkel te bereiden met een 4x4. Schrik dat ons Betty ons teleur zou stellen hadden we maar een tour geboekt. De 4x4 bus met 390pk was een spectaculair vervoersmiddel om zo vroeg in de ochtend te aanschouwen. De gids bracht er van de eerste minuut al sfeer in en we vertrokken richting de ferry. Met bus en al de ferry op en na een kwartiertje varen via de klep van de boot rechtstreeks het strand op. We reden een klein uur op het strand naar onze eerste stop, een bootwrak dat eerst dienst had gedaan als hospitaalboot in de eerste wereldoorlog. Opgekocht door Japan na de 2de wereldoorlog liep het mis bij het slepen van de boot naar hun land. Het losgeslagen schip spoelde enkele weken later aan op de kust van Fraser Island en ligt er door de dure opbergkosten nog steeds als attractie. Na de roestige restanten van de boot reden we door naar de coloured sands. Zandsteen die doorheen de jaren verkleurd was in allerlei uiteenlopende kleuren. Een bron die helder zoet water over het eiland de zee liet instromen vormde de 3de en laatste stop van de ochtend voor de lunch.


We hadden een uur tijd voor te eten en we zouden proberen 'ons geld eruit te halen'. We eindigden aan het buffet met goed gevulde borden en gingen alle maagprotesten negerend nog eens aanschuiven. Met toch een beetje spijt van het vele eten reden we het zwaarste stuk van de 4x4 weg op. Onze ervaren chauffeur lachte met de toeristen die voor hem er maar niet in sloegen succesvol een berg zand op te rijden en was blij dat hij voor de grote stroom zou geraken aan het meest bezochte plaatsje op Fraser Island, Lake McKenzie. Het meer dat enkel wordt gevuld door de regen die er rechtstreeks invalt heeft maar 1 soortgenoot in de hele wereld. Gelegen in het midden van het eiland met enorm helder water en wit zand maakt dit een speciale plaats. De gids gaf mee dat het zand eigenlijk 'silicon' was en dat dit een enorm reinigend effect had op de huid. Een raad dat vele vrouwen direct opvolgde en ervoor zorgde dat iedereen zich vlijtig zat in te wrijven met zand.


Met een zachte huid reden we naar de de laatste stop van de dag, het oude houdhakkers kamp. Het eiland stond in de jaren 1800 bekend om zijn goed hout. Vele zochten werk en verhuisden zo naar het eiland als houthakker. Om het hout te transporteren legden ze wegen aan in de valleien. Ze hakten het hout op de flanken en lieten het naar beneden vallen. De plaats waar wij naar toe reden was een vallei met een riviertje in het midden, wat het onmogelijk maakte om een weg aan te leggen. Het stuk bos daar was dus nog steeds onaangeroerd en al duizenden jaren oud. Het heel kwetsbare ecosysteem was wel de moeite en het was verrassend hoeveel verschillende soorten begroeiing we waren doorgereden op zo een korte tijd en afstand: van de ruwe kustlijn, door eucalyptuswoud tot in een mooi stuk regenwoud. De chauffeur maakte de ritten tussen de verschillende stops alles behalve saai door geregeld te vertellen over de oorspronkelijke aboriginals en hun gebruiken. Het hele stuk terug over het strand vloog zo (soms bijna letterlijk) voorbij.


We lieten het hostel voor wat het was en reden de zelfde dag nog door naar een gratis staanplaats naast de weg. De regels dat er overnacht mocht worden maar er niet langer als 20u aan 1 stuk mocht verbleven worden werden strikt nageleefd door veel Australiërs door elke dag toch zeker voor een kwartiertje te verdwijnen. Hun geïnstalleerde keuken met inclusief frigo bij de picknicktafels lieten ze ongemoeid staan. Goed geplaatst onder een boom om zo de eerste zon te slim af te zijn brachten we de nacht rustig door.


Noosa & Glasshouse mountains


Het volgende nationaal park stond op de agenda. Het Noosa NP was genoemd naar het aanliggende dorpje waar het door de shark-watch helikopter vrij veilig was om te zwemmen. De laatste toeristen probeerden nog een vrije vierkante meter te versieren op het strand terwijl wij het NP binnen reden. We zouden de 'coastal track' doen. 5Km langs de kust om te eindigen aan mooie kliffen. Er waren die ochtend koalaberen gespot in het park. In heel Australië is het mogelijk om speciale parken te bezoeken waar deze dieren in gevangenis de toeristen moeten plezieren. Voor amper 15€ meer mag je er mee op de foto. Of we nu een koalabeer zien hier in gevangenis of in de Antwerpse zoo was voor ons wat het zelfde gevoel dus zagen we hier schoon onze kans om 'the real deal' te zien.


We bezorgden onszelf een stijve nek door het proberen spotten van de dieren maar hadden geen geluk. Wat verder kwamen we aan een 'dolphin point'. Een positief punt van de Australiërs is dat ze alles nog al vrij letterlijk benoemen. Geen beren maar dolfijnen dan maar. Ook dit wouden we na een half uur bijna opgeven tot we een paar 100m verder op wat vinnen zagen verschijnen. Ze waren met een stuk of 15 en waren een hele tijd te zien. De moeite. We wandelden naar de kliffen en probeerde daar in het mate van het mogelijke in deze hitte te genieten van het uitzicht. Ben die even wat verder was gaan genieten van de golven die tegen de rotsen sloegen vond ons niet meer terug terwijl we enkele meters verder in de schaduw zaten. Hij dacht dat we al terug naar de auto waren dus begon maar aan de wandeling terug. Wij die Ben op die manier niet meer vonden zochten heel het stuk af en besloten dan toch maar wat ongerust het zelfde te doen. We vonden elkaar terug aan het busje, niet goed wetend wat er nu juist was fout gelopen. Het telefoontje naar de ouders van Ben dat we hem verloren waren in Australië konden we nog even uitstellen. Terug op de parking zagen we enkele toeristen foto's nemen van een boom. De koalabeer waar we tevergeefs op de tocht naar hadden gezocht zat daar vreedzaam te slapen. Een heel park om zich te verbergen maar het dier koos de parking... Blij dat we op de zelfde dag wilde dolfijnen en een koala hadden gezien vertrokken we richting 'the Glasshouse Mountains' en Brisbane.


De Glasshouse Mountains' lagen op een 'scenic route' waar het ook nog eens mogelijk was om gratis te slapen dus combineerden we de 2. De wandeling zou slechts 2uur duren maar we legden maar een hele kleine afstand af. De klim omhoog naar de top van één van deze bergen was zwaar maar het zicht op de rest van de bergen was de moeite. In de verte zagen we net zoals op de zandduin zwarte rookpluimen van grote gebieden die in brand stonden. Blijkbaar waren deze erger dan ze leken want we vielen nogal uit de lucht toen de berichtjes van thuis kwamen of we in orde waren. Grote delen van Australië stonden blijkbaar in brand en al verschillende regio's waren geëvacueerd. Het blijft nog altijd een land groter als Europa. Aan de Noordzee merken we er ook niet veel van als het in het zuiden van Spanje brandt. We hadden dus niet veel moeite om ver weg te blijven van al die miserie.


Brisbane


We lachten eens met de 150km die we nog moesten afleggen naar Brisbane. De wegenkaarten die we hadden, waren beter voor de grote stukken dan voor het stadscentrum. Voor we het wisten hadden we de afslag gemist en zaten we in het midden van de stad, een hele opgave met zo een auto. Het eerste hostel dat we opzochten had geen plaats meer vrij voor campers dus reden we naar een alternatief iets buiten het centrum. Goed geparkeerd in een hoek van de parking was er zelfs nog plaats om ons tent onder de koffer te zetten zodat we toch iets ruimer zouden kunnen slapen. Nog even zwemmen in het zwembad en dan naar de winkel om kangeroo burgers. Mooi geplaatst in het gezelschap van groentjes op een perfect getoast broodje was het toch weer een lekker avondeten. Laura had zelfs bij haar 2de poging gefrituurde ajuintjes gemaakt om toch even het Bicky gevoel te creëren. Het zijn de kleine dingen die worden gemist. Voor in ons bed te kruipen deden we nog mee aan een spelletje georganiseerd door het hostel. Bij het zinnetje 'you can win free beer' waren we overtuigd. Moeilijk was het ook niet, smijten met een darts pijltje naar kaarten en voor de kaart die je raakte kreeg je een bepaalde hoeveelheid bier. De kansen waren met 40 deelnemers en 7 kaarten niet zo groot maar ik won toch maar mooi een gratis halve liter bier. Het glas namen we stiekem mee voor een groter doel wat later nog te pas komt.


Brisbane wordt voorgesteld als een stad die snel in aantrekkelijkheid groeit en veel te bieden heeft. We trokken eerst naar een teleurstellend Chinatown en de markt die in de lonelyplanet werd aangeraden vol met delicatessen was ferm buiten ons budget. Als lunch kochten we iets wat we al lang wouden proberen en waar de Australiërs nogal trots op zijn, een 'pie'. Eigenlijk een hoop stoofvlees in een bladerdeegjasje maar wel lekker. Als city-trippende toerist in een stad met botanische tuinen ben je bijna verplicht deze ook te bezoeken. We wandelden via deze tuinen naar de voetgangersbrug en kwamen op een andere markt wat meer ons ding was. Laura kocht haar eerste paar oorbellen van de reis en ik proefde pikante sauzen van een net iets te zotte madam. Ze had het hele assortiment van 1 tot 10++ op de schaal van pikantheid. Ik ben maar gestopt bij 6. Met toch stevig wat km's in de benen gingen we terug naar het hostel. Onderweg hadden we nog een 'reduced' (plakkers waar we bijna een spelletje van maakte om ze op te zoeken) moussaka gekocht die toch wat te weinig leek voor 3 man. We ontmoette nog 2 Zwitsers die net van het zuiden kwamen en gaven elkaar wat tips wat zeker te doen op de verder reis of wat net niet. Vooral hun verhalen over de 3 boetes en 1 afspraak met de rechtbank voor zat rijden die ze hadden opgelopen waren sappig. We hadden niet de intentie om hen net in die voetstappen te volgen.


Met de temperaturen die we ondergingen klonk het concept waterpretpark wel heel aantrekkelijk. 30km onder Brisbane bezochten we 'Wet 'n Wild'. Dit pretpark had meerdere zotte waterattracties en glijbanen, zelfs 1 waar je bijna overkop gaat. Je wordt in een cabine gestopt, er wordt afgeteld en voor je het goed en wel beseft is het platform onder je voeten weggeschoven en val je met zo een snelheid die je nodig hebt om de hele lus af te maken. De Kamikaze en de tornado waren ook 2 attracties die toch even een hartslag deden overslaan. Met onze laatste week begonnen hadden we ook een strak plan wat we allemaal nog wouden doen. In dit plan viel het park op een zaterdag waar we dan ook de gevolgen van droegen aangezien het weer en de zomervakantie. Druk maar plezant.


Byron Bay


We reden door naar Kingscliff waar we op een mooie parking vlak naast de zee stonden. Laura en ik zouden het er op wagen om op het strand te proberen slapen met het tentje. Ben die dit niet ons beste idee van de reis vond kreeg gelijk toen we om 3u 's nachts op zijn raam kwamen kloppen om ons binnen te laten. De wind en het lawaai van de golven hadden totale slapeloosheid als gevolg. Niet goed wetend wat er gebeurde liet hij ons toch binnen en sliepen we de rest wat er van de nacht nog over bleef.


Met half open ogen zouden we naar Byron bay rijden. Gelukkig zat ik op de passagierszetel. Byron bay is volgens alle jongeren de 'must do' locatie voor de ideale feest en surfgelegenheden. Met maar 1 dag te spenderen zou er slechts weinig van beide inzitten. We begonnen onze ochtend met het bezoeken van het meeste oostelijke punt van Australië waar ze voor net iets meer redenen als enkel versiering een vuurtoren hadden gezet. Van aan deze vuurtoren had je zowel links als rechts een prachtig zicht op de stranden die de kust rijk was. Terug beneden zouden we een stukje op deze stranden zoeken om te picknicken. Het bord dat aangaf 'large shark spotted' hield de meeste surfers niet tegen om de golven te trotseren. Zonder getuige geweest te zijn van een bloedige aanval lieten we Byron Bay voor wat het was en vertrokken richting Hunter Valley, gekend voor zijn wijn.


Onze persoonlijke hygiëne drong aan op een douche en we zouden die nacht op zoek gaan naar een 'caravan park'. Zoals het bijna wetmatig verloopt vind je op die moment net niet wat je anders zoveel tegenkomt. Na toch een tijdje gereden te hebben waren we te laat om via de receptie gepast in te checken. De telefoon die voor in dergelijke gevallen was geïnstalleerd werd niet beantwoord dus namen we maar een rustig plaatsje in op de camping. De code die nodig was om binnen te kunnen in de douches verkregen we nogal snel door behulpzame buren die onze late aankomst hadden gezien. Weer een mooie dag maar zijn toppunt stond nog te wachten. 3 maand hadden we zonder moeten leven, meerdere keren was er naar uitgekeken, vele keren hadden we er over gesproken, … ons Belgisch bier. Overal in de wereld wordt er als antwoord op onze afkomst gegeven: 'ow best chocolates of the world'. Dit kan allemaal wel zijn maar ik voeg er toch graag aan toe dat ze onze bieren niet moeten vergeten. Ondertussen hadden we al wat nationale bieren kunnen degusteren al werd het eerder proeven. We waren dus nog zo blij dat Ben er in geslaagd was om 3 van Belgian's finest mee te brengen, Duvel. Speciaal een zak ijs van 3kg, om ze gedurende de dag fris te krijgen, en bekers gekocht. Mijn gewonnen glas uit het hostel zou hier zeker van pas komen. Ik hoef niet te vertellen hoe het smaakte en hoe we begonnen na te denken hoe we alle andere 'bieren' zouden noemen vanaf dan.


Hunter Valley & Blue Mountains


We vertrokken vroeg genoeg om door te steken naar Hunter Valley op 200km van Sydney. De regio maakt zwaar promotie voor luxe wijnweekends, wijngaard helikopter vluchten, sterren restaurants, etc. De prijskaartjes daarbij horend deed onze portefeuille wegkruipen in onze zak. Gelukkig boden bijna alle wijngaarden een gratis proefsessie aan en kregen we in de toerist information een uitgebreide kaart met alle wijngaarden en details genoteerd. Het begon goed, iedereen kent de champagne en zijn varianten maar hier hadden ze iets dat gemaakt werd door rode druiven. Toch wel verrassend lekker. Het werd de eerste van een reeks wijngaarden waar we, na ons busje geparkeerd te hebben om de hoek, als grote toerist binnenstapte en proefden van alles wat ze te bieden hadden. Hier golden ook de hoge alcoholprijzen en met 3 maand wereldreizen voor de boeg konden we niet echt iets aankopen. Niemand van de wijnhandelaars stoorde zich hieraan en meestal waren ze al bezig met de volgende bezoekers te entertainen.


Als laatste stop voor Sydney zouden we nog de Blue-Mountains bezoeken. De weg die Hunter-Valley met de Blue-Mountains verbond was een 100km lange bergpas met bijna meer bochten dan meters. We hadden geluk dat we nogal principieel vinden dat rijden en drinken niet samen gaat. Ik had iets minder geluk wanneer ik door Laura die dag aangewezen was als BOB van dienst als wederprestatie voor haar nuchter blijven bij de rum distilleerderij. Half duizelig van de bochten kwamen we aan op onze laatste rest-area van de reis. Niemand was volgens ons ook zot genoeg om ook die weg te nemen zodat we er helemaal alleen stonden.


We reden de weg verder af tot in het dorp waar we ons informeerde over de 'blauwe bergen'. We kwamen niet te weten hoe de bergen aan hun naam waren gekomen maar wisten nu wel waar de mooiste uitkijkpunten lagen. We reden eerst naar het niet toeristische. We hadden een mooi zicht over de '3 zusters', 3 gevormde bergtoppen in een enorm uitgestrekte groene vallei. Het verschil met de toeristische stopplaats was groot. Zoals overal stonden er meer als een dozijn bussen volgepropt met drummende chinezen. Net 2,5€ betaald voor een uur parking zouden we er ook een uur willen doorbrengen. Het zicht dat niet veel anders was als op het vorige punt was nog steeds prachtig maar de andere toeristen waren minstens zo interessant. Na deze bergen reden we de laatste 80km van onze roadtrip richting Sydney. Er van uit gaande dat ook de hostels in het centrum plaats zouden hebben voor campers reden we naar 2 bekende maar kwamen we van een kale reis terug. Geen enkel hostel zou parkeerplaats aanbieden in een stad waar dit al snel 40€ voor een dag kost. We reden dus het centrum terug uit en vonden na heel wat verkeerschaos een hostel aan de kust waar we konden parkeren maar wel een kamer moesten nemen.


Sydney


Met pijn in de armen van het manoeuvreren in de stad had Laura geen zin om er nog veel in Sydney rond te rijden. We konden haar niet meer als gelijk geven en brachten ons busje dan maar 3 dagen vroeger als gepland terug. We stapten de 3 km naar het centrum en vonden wat bedden in een goed gelegen hostel. De roadtrip zat er op. 6500Km hadden we afgelegd met een half wrak dat ons eigenlijk nooit in de steek heeft gelaten.


Hoe de laatste dagen van Sydney verliepen en hoe we emotioneel en met genoeg promille afscheid namen van Ben wordt binnenkort geschreven en op de site gezet.

Laatste dagen Thailand

Het volgende stuk is speciaal geschreven voor iemand die het jammer genoeg nooit meer zal kunnen lezen. Toen we onze plannen van de reis uit de doeken deden bij een goed glas wijn gaf hij aan jaloers te zijn en ons zou willen vervoegen.


Het doet ons deugd te weten dat hij door het lezen van onze blog zelf nog een beetje het gevoel had te reizen. Het gaat je goed opa. We zullen doen wat je ook graag deed, genieten!


We weigerden pertinent om toe te geven dat Thailand ook aan zijn laatste dagen toe was. De tijd die vliegt, werd hier meer dan een spreekwoord. Een mooi, vriendelijk, gezellig, warm en lekker land verdient dan ook een afsluiter met de zelfde kenmerken. We zouden dit opzoeken in Kho Lanta.


Ons ticket voor de ferry was sneller geboekt dan ik het doorhad. 11u30 zou er een boot liggen te wachten aan de pier met 2 voor ons voorziene plaatsen. We wurmden ons een laatste keer tussen de massa toeristen met de rugzak als semi-stootkussen. Met een hete koffie probeerden we net voor we aan boord gingen ons binnenkant even wam te maken als onze buitenkant.

Op de boot werd het weer duidelijk dat het overbodig is om een hotel op te zoeken, het hotel zoekt u wel op. Een stuk of 5 Thai voorzien van een oor tot oor reikende glimlach stopten ons folders en beloften toe van prijsbewuste resorts en gratis taxi's. De inclusieve taxi die ons anders toch wat euro's of liever bath zou kosten, deed ons zwichten voor ons eerste 'resort'. Ik betwijfel het wel sterk of het in Thailand nodig is te voldoen aan bepaalde eisen voor het rechtmatig te mogen gebruiken van zo een term. Onze hut was een mooi exemplaar en de locatie van het resort met zwembad aan het strand kon ons wel bekoren. De enige jammere zaak was de bouwwerf als buur. Onze eerste nacht was reeds geboekt maar niets hield ons tegen voor de volgende nachten iets anders te zoeken. We liepen het strand af op zoek naar goedkopere alternatieven met meer gezelligheid. We vonden al snel een andere hut in door een familie gerund guesthouse. De hangmat die op ons balkon hing met zicht op de zee was toch een doorslaggevend argument.


Dankzij de rit naar ons hotel en de wandeling op het zand hadden we de eerste indrukken van Kho Lanta opgedaan. De rust was terug een welkome afwisseling met de drukte van Kho Phi Phi. Als één van de grotere eilanden was Kho Lanta terug en parel midden in de Andaman zee. Vanaf de grote pier in het noorden van het eiland vertrokken er 2 wegen richting het zuiden, elk liep lang een andere kant van dit langwerpig eiland en ze worden maar een paar keer verbonden door een dwarsliggende laag asfalt. Het eiland verder bezoeken zou voor de volgende dagen worden.


Onze eerste en laatste avond in het resort zouden we moeten genieten van het eerste zwembad tot ons beschikking van de reis. Regen of niet, het was warm genoeg om te plonzen. Van zwemmen krijg je honger uiteraard. Gelukkig bood het restaurant aan het resort voor 5€ een hele gebarbecuede vis aan. Een vis die ik normaal niet probeer te eten wegens overbevissing. Gelukkig was het niet de klassieke tonijn maar de witte. Een vis die gemakkelijk in de categorie, best te pruimen, valt. Voldaan werden we met een happy hour naar de bar gelokt die zich op verhoog bevond over het strand. De opkomende vloed maakte al snel duidelijk dat dit het sterk vergemakkelijkte om droog te blijven. De talrijke krabben in de branding zorgden er ook voor dat we tevreden waren met onze plaats.


We hadden bewust niet te veel uitgepakt dus verhuizen langs het strand naar de andere hut verliep vrij vlot. De eerste wiegende bewegingen in de hangmat later was het terug eb. Het weggetrokken water legde tot 50m ver rotsen bloot. Op zoek naar wat zeebeesten of iets interessant liepen we over deze rotsen tot aan de ver weg gelegen branding. In de middag begaven we ons naar de buren om daar niet al te stiekem gebruik te maken van hun internet. Geen kat dat er naar kraait dat je er niet verblijft en het paswoord werd al snel gegeven. Nu Thailand vordert komen ook de andere landen dichterbij. We boekten ons verblijf in Kuala Lumpur en Singapore en probeerden een auto te boeken voor in Amerika. Zaken die samen toch weer snel een paar uur in beslag nemen.


Een eiland dat van noord tot zuid zich 20km uitstrekt is niet te voet te bezoeken dus huurde we ons een scooter, ook hier hét vervoersmiddel bij uitstek. De sleutel kregen we zonder een naam, paspoort of voorschot als ruilmiddel te moeten voorzien. Gemakkelijke mensen de Thai.

Hoe we er in slaagden weten we zelf niet maar op een eiland met maar 2 grote hoofdwegen reden we eerst toch goed fout. Wij die verbleven op de westelijke kant van het eiland kwamen uit op de oostelijke terwijl we eigenlijk naar het zuidelijke punt reden. Snel een wel zeer gecontroleerde 180 en al snel kwamen we aan het nationaal park dat ten zuiden van dit eiland gelegen was. Een oude vuurtoren geflankeerd door 2 prachtige stranden maakte het de moeite. De 'nature walk' doorheen de achterliggende jungle van slechts 2 km konden we niet laten liggen en waren lichtelijk ambetant bij het besef dat ze er de hoogteverschillen en hitte er niet hadden bij vermeld. Goed bezweet kwamen we terug uit de jungle en vonden het achteraf toch een mooie wandeling.

Terug richting noorden stopten we aan een pijl die 'waterfall' aangaf. Onze 2de junglewandeling, deze met een gezonde portie raden welk paadje te volgen, later stonden we terug aan een prachtige continue hoop water die naar beneden viel.


Voor de prijs van een scooter moesten we het niet laten en voor een 2de dag op rij huurden we ons zo een tweewieler. We vertrokken nu naar het noorden van het eiland en zouden doorrijden naar het oosten om zo de andere kant van het eiland te bezoeken. Het rijden op zich is al amusement. Onze eerste stop was een Franse bakkerij die het blijkbaar moeilijk had om de gepaste kwaliteit van grondstoffen te vinden om werkelijk Frans smakende croissants te maken. De verse koffie in plaats van nèscafé maakte veel goed.

Nadat we het iets drukker bebouwde stuk van het eiland hadden doorgereden passeerden we een stuk mangrove dat door middel van een verhoogd pad toch een 300 tal meter te bereiken was.

Zo lag de hele weg bezaaid met interessante stopplaatsen. We aten een ananas vers van het veld, bezochten het oude stadsgedeelte en reden heel de weg af tot hij werkelijk stopte. Na ons opgefrist te hebben terug in onze hut en nog eens geskyped te hebben met België kropen we terug op de scooter om 20 minuutjes later onze benen onder tafel te schuiven in een seafood restaurant. Wat schelpen in een lookerig sausje als voorgerecht en inktvis en scampi's als hoofdgerecht. Misschien lag het aan de boter waarin de look dreef maar goed gevuld ging onze scooter precies een pak trager op de terugweg.

Op het strand zouden we eindelijk te weten komen waarom onze buren in de middag telkens in de weer waren om putten te graven in het zand. 's avonds werden deze blijkbaar bedekt met matten en kussens en vormden ze zo een gezellige buitenbar. De kaarsen en de steeds dichter bijkomende zee zorgden voor de sfeer. Het werd pas helemaal gezellig toen de barvrouw met een wensballon te voorschijn kwam en iedereen van het hele café moest helpen deze te laten opstijgen. We keken hem nog lang na en onze blik werd enkel afgeleid door het biertje naast ons in het zand.


Onze laatste dag op Kho Lanta zouden we rustig doorbrengen. Er bleven in Thailand nog enkele zaken over die we steeds voor ons uit hadden geschoven. Zo moesten we ons nog Thais laten masseren, nog eens padthai eten en een Maitai cocktail proberen. We slaagden in alle 3 de zaken, toegegeven zo moeilijk waren ze ook niet. Zeker de massage met zicht op zee was een openbaring. Mijn armen en benen hebben in houdingen gelegen waarvan ik niet wist dat het mogelijk was. Het was balanceren op de grens van pijn en plezier maar achteraf voelt alles wel goed los aan. Om de dag helemaal Thais af te sluiten kwamen we eindelijk het acht potig beestje tegen in onze badkamer dat naar onze normen toch groot was uitgevallen. Deur toe, handdoek aan de spleet en de natuur zijn gang laten gaan (uit schrik het beest nog maar te benaderen).


De volgende ochtend zouden we onze reis aanzetten naar Darwin. Tijdens het plannen hadden we in een vlaag van besparing beslist om niet te vliegen van Bangkok op Darwin maar om met de trein doorheen zuid-oost Azië te rijzen om zo vanuit Thailand, via Maleisië te vliegen vanuit Singapore. Een reis waardoor we een pak meer van de grond zullen zien maar een druk programma met zich meebrengt.


De reis per minibus (treinen waren niet langer de gemakkelijkste en goedkoopste optie om in Maleisië te geraken) begon op vroeg in de ochtend op Kho Lanta. Een waarschijnlijk op winst gerichte touroperator zorgde voor een goed gevulde minibus naar Krabi. Daar maakten we onze eerste overstap in een busje naar Hat Yai. Op de weg stopte we in Trang en aten we snel de lokale specialiteit, roasted pork. Echt iets om de vingers bij af te likken. In Hat Yai stapte we over in het laatste busje dat ons naar Butterworth, Maleisië zou brengen. De grensovergang was niet zoals we ze in Europa gewoon zijn. Eerst door de Thaise immigratie om het land te verlaten en dan met rugzakken controle doorheen de immigratie van Maleisië om het land binnen te mogen.


Thailand zat er toen echt op. Een maand vol verbazing en ervaringen die werkelijk voorbij gevlogen is. De eerste indrukken in de miljoenenstad Bangkok, de gezellige stad Chiang Mai, de jungle en bergstammen in het noorden en de prachtige eilanden. Het was de moeite en het zal moeilijk worden om aan de verleiding te weerstaan nog eens terug te keren.


We werden afgezet in een straat met een paar kleine hotelletjes voor backpackers. Een kamer was snel geregeld en op straat vonden we al snel avondeten. De overheerlijke Maleisische satai's die ik 5 jaar geleden hier had leren kennen deden mijn mond al snel vollopen.


Voor het vertrek van onze trein naar Kuala Lumpur hadden we nog enkele uren om Georgetown te bezoeken. Een blits bezoek weliswaar maar toch de moeite. Het stuk door little India deed ons het gevoel van enkele maanden geleden herbeleven. Een stad groter als verwacht en we kregen het besef dat we de verandering naar het meer rijkere westen begonnen waren.


Het station dat zich aan de andere kant van het water bevond bereikten we al snel en gratis met de ferry. Onze trein naar Kuala Lumpur stond al te wachten en 7u later kwamen we toe in KL central.

Voila, onze blog!

Hier zullen wij regelmatig onze verhalen van onze reis neer schrijven zodat iedereen die wil ook een beetje kan meegenieten!

De wereldkaart die je hier ziet, is de route die wij gaan volgen! 

Rechts zie je een kaartje, hier zullen wij steeds proberen aan te duiden waar wij op dat moment zijn. 

Veel plezier ermee!


Kho Phi Phi

Een ferry die ons wegens de vele rotsen lag op te wachten wat verder in zee bereikten we met een kleinere longtail boat. Een 10 tal van deze kleine bootjes lagen keurig hun beurt af te wachten om hun menselijke vracht te kunnen overladen. Het is onmogelijk dat alle kleine bureautjes die tickets verkopen voor deze ferry's een systeem hebben om bij te houden of er nog plaatsen vrij zijn. De ferry zat dus behoorlijk vol. Op het dek was het schouder duwend een houding zoeken om zo snel en veel mogelijk te bruinen. Gezien Laura reeds bij het kleinste streepje zon spontaan begint te bruinen en ik geen behoefte heb aan puffende hitte vonden we een plaatsje binnen in de boot.

Bij aankomst viel al snel op hoe toeristisch het is. Alle hotelletjes en guesthouses (we weten nog steeds niet waar het verschil het hem zit.) hebben hun info verzameld op 1 plaats. Een stuk of 10 Thai helpen alle toekomende toeristen met hun zoektocht naar een gepaste en prijsgeschikte kamer. Je kiest, ze bellen het hotel en leggen vast. Een vrij handige service. Het is niet moeilijk voor te stellen wat een immense drukte er heerst op zo een plaats. Wij die van Tonsai kwamen werden even overdonderd. Met de zware rugzakken stapten we in 30graden naar ons hotel.


We gebruikten de rest van de middag om te gaan ontdekken wat het eiland allemaal te bieden heeft. Op enkele vierkante kilometer is er werkelijk een overaanbod aan restaurants, café's en touroperators. Het strand was goed bezaaid met zonnekloppers en jongeren die katers aan het verwerken waren. Het eiland is blijkbaar vooral populair bij Russen en Chinezen als feesteiland. Een grappig volkje dat slaapt tot de middag, een stuk pizza eet, bakt op het strand om dan terug te feesten op het strand. Wij die de volgende dag door de jungle, over een heuvel naar een ander strand wouden trekken zouden de eerste dag nog kunnen weerstaan om mee te gaan in dit ritme.

De volgende ochtend waren we hiervoor ook blij dat we katerloos en uitgeslapen de meer als 200 trappen in de schroeiende zon konden beklimmen. De heuveltop voorziet alle bezoekers van een prachtig overzicht over het eiland. Het eiland bestaat uit 2 heuvelachtige beboste stukken die verbonden worden door een dunne strook land op zeeniveau. Deze strook was een zwaar getroffen gebied in de tsunami van 2004 en het is moeilijk voor te stellen wat voor een chaos het hier moet geweest zijn, zelfs bij het zien van aangrijpende foto's. De mensen hier hebben alles terug opgebouwd maar ze zijn het duidelijk nog niet vergeten.


Vanuit de top van de heuvel was het mogelijk om andere stranden aan de andere kant van het eiland te bereiken. 45 minuten was aangegeven en het moet ook zoiets geweest zijn maar op teenslippers door een smal padje in de jungle doet de tijd toch precies wat trager gaan. Op Tonsai Beach hadden we een spin gezien die groter was als mijn hand, ookal zijn deze niet de grootste, dit beest had toch een aanzienlijke omvang. Een gedachte die we uit ons hoofd probeerde houden tijdens de wandeling.

We kwamen aan op een privéstrand van een resort dat duidelijk niet bevolkt werd door feestende Russen maar eerder door de meer welgestelde mensen van de wereldbol. Het werd echter opengesteld voor alle bezoekers dus genoten we van hun gastvrijheid en beloonden onszelf op een cocktail op het parelwitte strand. Het resort bood taxiboten aan naar de pier dicht bij ons hotel maar presenteerde daar ook het prijskaartje van 5€ per persoon bij. De nodige gierigheid om deze reis te kunnen blijven financieren stak weer op en besloten dan maar de tocht terug te voet af te leggen. Wanneer we de heuveltop terug bereikten ging net de zon onder wat leuk mee genomen was.


Met al die zee zou men denken dat seafood goedkoop en alom aanwezig zou moeten zijn. De behoeften van de feestende jongeren lagen blijkbaar ergens anders waardoor het gemakkelijker was een stuk pizza (hoe Thais) te verkrijgen dan lokaal eten. Na wat zoeken toch wat plaatsen gevonden die bordjes gevuld met vis, krab, scampi's en inktvis aanbieden. Je kiest je bord en dit wordt dan vakkundig gebarbecued. Op de terugweg bezochten we nog een bar waar de toeristen het tegen elkaar kunnen opnemen in het gekende Thaiboxen. Een boksring in het midden van een café en een emmertje drank voor de deelnemers, meer is er niet nodig voor een hoop sfeer. 2 macho's van Russen die op elkaars gezicht liggen timmeren, er is ergere entertainment.


De buurt rond het eiland schijnt onder water net zo mooi te zijn als erboven. Voor 15€ had je een ticket voor een hele dag snorkelen op verschillende plaatsen en bezocht je meerdere eilanden en baaien. De tocht deed heel het grote eiland aan en 3 kleinere. Bamboo island dat vooral bestond uit naaldbomen was werkelijk een prachtige plaats. Ik had nog nooit zo'n wit zand gezien, Laura wel, maar niet iedereen heeft 5 maand in Zuid-Afrika verbleven uiteraard. Het onderwaterleven was niet te druk maar wel mooi. Onze laatste stop was de grootste verantwoordelijke voor het massa toerisme op Kho Phi Phi, Maya Bay. Deze baai was de filmset voor de film The Beach. De ooit zo mooie baai had het hard te verduren onder al de bezoekers. Vrij strand was er amper en de boten lagen zij aan zij aangemeerd. Zonder twijfel een mooie plaats maar andere stranden waar we reeds waren geweest moeten niet onder doen, dacht ik.

Onze grote boot legde zich tussen 2 super jachten op zee om de zonsondergang te aanschouwen en vaarde dan recht terug naar de haven. Mooi tripje.


Met de volgende dag leeg op de agenda zouden we toch eens gaan ontdekken hoe het nachtleven hier werd vorm gegeven. De 2 grootste bars waren op het strand gelegen. Elke avond is er wel een fireshow te zien maar deze avond was het ook met fire games. Elke deelnemer kreeg een gratis shotje wat menig jongere over de schreef hielp. Er werd touwtje gesprongen over brandende koorden, de limbo werd gedanst onder een brandende stok en de hoepel waardoor gesprongen werd was ook behoorlijk warm. Een leuke sfeer en de setting van een strand en emmertjes drank helpen bij het maken van een feestje. De manier waarop Chinezen feesten was ook behoorlijk interessant en grappig. Het was de eerste keer dat ik een dikke chinees in onderbroek en witte sokken door een brandende hoepel zag springen. Ze waren ook niet gegeneerd om als Chinees eind de 30 een vrij opvallend gesprek te beginnen voeren met 20 jarige schoonheden. Pijnlijk grappig om te zien hoe ze steeds werden afgewezen in combinatie met walging op de gezichten van de meisjes. Laura haar theorie dat mannelijke Chinezen die enig kind zijn nooit het woord nee hebben geleerd bleek te kloppen. Vreemde mensen. Het begint akelig te worden dat ik al de Indiërs en nu ook de Chinezen vreemd en ambetant begin te vinden. Samen zijn ze met 2 miljard en dat is een hele hoop mensen om ambetant te vinden. Gelukkig zijn er hier ook nog een heleboel Thai die de vriendelijkheid zelve zijn.


Onze laatste dag in Kho Phi Phi werd rustig gevuld. Alles wat de moeite waard zou zijn om te bezoeken hadden we gezien dus werd er vooral gelegen en gelezen op het strand. Nu Australië dichterbij kwam planden we ook nog wat zaken voor de verdere reis. Iets wat alles samen toch ook wat tijd in beslag neemt. Dit plannen loont ook steeds de moeite, zodat alles tot nu toe vrij vlot verlopen is. We kochten nog 2 tickets voor de boot naar het volgende eiland, bezochten nog eens het strand en bar met een fireshow en kropen in bed. De volgende ochtend was de rugzak snel gemaakt en al snel zaten we weer op de boot naar het volgende stuk van dit fantastisch land.

Krabi (Tonsai beach)

Wie de wereld rond wilt moet daar ook de afstanden voor willen afleggen, hoe frustrerend en lang deze ook kunnen zijn. De romantiek die wij zien in het nemen van de trein i.p.v. de afstanden te overbruggen met korte vluchten verdwijnt soms bij het ondergaan van het vele wachten, overstappen, lange ritten, … Zo ook bij onze tocht van Chiang Mai naar Tonsai Beach. We zouden de jungle van het noorden vrijdag om 19u verlaten en zouden twee treinen, een bus, een minibus en een boot later zondagmorgen rond 11u toekomen op de stranden in het zuiden.

Onze eerste trein was bij het boeken nog niet volzet en we hadden voor deze nacht nog 2 slaapplaatsen kunnen versieren. In liggende houding de nacht doorbrengen spreekt mij meer aan dan een houding waarin kinesisten en ergonomen afkeurend naar zouden kijken. We besloten het onbegrijpelijk feit dat de trein reeds een uur lang over een stuk van 100m steeds maar over en weer reed maar te negeren en te hopen dat ons 4u tijd om over te stappen in Bangkok voldoende zou zijn.


Slechts 2u later dan gepland reden we Bangkok binnen. Veel geslapen hadden we niet. De overige 2u die we hadden om over te stappen werden samen met de maag gevuld door noodles with pork. Het onvoorspelbare treinreizen in Thailand had ons doen inzien dat onze geboekte trein naar Maleisië een garantie was op het missen van onze aansluiting (enkel één uur om over te stappen) dus cancelde we onze tickets. Manieren genoeg om in Maleisië te geraken en nog tijd zat om er één uit te kiezen.

Ons vertrek uit Bangkok naar Surat Thani was stipt maar onze verbazing was groot toen we een half uur later het zelfde station binnen reden om daar vrolijk nog een klein uur te staan wortel schieten. Dit keer vonden we het minder erg. We hoopten dat deze trein, die gepland stond toe te komen om half 1 's nachts, net een uur of 5 vertraging zou hebben zodat we direct de bus zouden kunnen nemen naar Krabi. Een slaapplaats hadden we immers niet geboekt en de meeste recepties zijn niet zo goed bevolkt om dat uur.

Surat Thani was niet de eindstop van de trein en een echte aankondiging van halte was er ook niet. Hier kwam Laura haar weinige behoefte aan slaap aardig te pas. Onverklaarbaar hoe ze het klaarspeelt maar na al dat reizen is ze klaarwakker gebleven om zo mij op tijd wakker te kunnen maken om uit te stappen. Wat een luxe! Job well done ook want 4u te laat stapten we in de juiste stad af. De taxichauffeurs die zich steeds sluw tussen het station en de bussen zetten afgewimpeld en na wat zoeken, meerdere keren checken en afwegen van niet overeenstemmende verhalen, vonden we dat de bus naar Krabi zou vertrekken om 6u. Tijd voor een lekker Thaise koffie. We waren goed op weg.


Een bus gevuld met amper 4 mensen vertrok op tijd en werd verder gevuld in het aanliggende stadje. Vlot reden we naar Krabi, een stadje dat gebruikt wordt als link tussen eilanden en vaste land. Het gebied rond Krabi is vele strandjes rijk die vanuit verschillende pieren in Krabi zijn te bereiken. Sommige enkel met boot. We reden met het minibusje naar de juiste pier en 'sprongen' met rugzak en al ons toebehoren niet al te behendig in het bootje. Een kwartiertje later zagen we onze bestemming achter de rotsen vandaan komen en zoals al vele keren deze reis vergeet je al snel de lange tocht er naar toe.


Tonsai Beach was een tip die we gekregen hadden in een Mongoolse tent van 2 Chilenen. Hun reiservaring gaf hun het recht om bij het aanhoren van onze reisplannen te fronsen. Gelukkig voegde ze aan deze frons een zeer nuttig alternatief. Onze eerste plannen om enkel naar 1 eiland te gaan en daar 2 weken te verblijven zouden veranderen in het bezoeken van meerdere stranden en eilanden. Op deze manier zouden we ons een weg naar het zuiden banen om steeds dichter bij Maleisië en zo Australië te komen.


Ondertussen hebben we ze ook al bedankt voor de tip. Wat een plaats. In de Lonely planet wordt het aanschreven als een 'lelijk' strand waar niets valt te beleven. Deze onterechte beschrijving en onbekendheid bij de toeristen zorgt zo voor een prachtige, rustige omgeving waar de meeste toeristen klimmers zijn die op de ruim bezaaide kalkrotsen hun kunstjes komen oefenen. Een zeer aangenaam volkje die klimmers. Het stuk bestaat uit een strand met daar niet meer als 10 restaurants en cafés en parallel een straat met 10 hotelletjes, dit alles in een baai geflankeerd door torenhoge kalkrotsen. Dit samen maakte een behoorlijk mooi plaatje.


Onze eerste middag begon met het uitpakken van wat gerief in onze bamboe hut. Goedkoper was te vinden maar was zelfs voor onze standaarden te vuil. Ons nog steeds goedkoop alternatief was een gezellig in elkaar geknutseld hutje waar we de kakkerlakken en stress voor ander ongedierte gratis bijkregen. Gelukkig ook met muskietennet en balkon.

Een restaurant op het strand maakte reclame met een lady's night. De dames kregen die avond een cocktail die groot genoeg was voor 2. De BBQ die al aardig heet stond maakte het voor mij ook een zeer aantrekkelijke plek. Voor 3€ hadden we een goed gevuld bord met groenten, kip en niet te vergeten een goede klodder mayonaise. In deze prijs was er zelfs nog een pint inbegrepen ook. Golven op de achtergrond en zicht op zee maakte het bijna 'heaven on earth'.


In de heuvels achter het strand zou er een vieuwpoint liggen over alle in de buurt liggende stranden en nog wat verder zou er tussen de kalkrotsen een lagoon liggen. Een rugzak gevuld met water trokken we in het laagtij naar het buurstrand om daar de jungle in te trekken. Het pad naar het vieuwpoint begon in het midden van de stenen weg verticaal omhoog tussen de bomen. De wortels hadden een avontuurlijke 'trap' gemaakt die nog glad lag door regen van een paar dagen geleden en die wij in de jungle ook hadden ondergaan. Het vieuwpoint was de moeite. Verschillende stranden en rotsen bezaaid met palmbomen zorgden voor een prachtig zicht.

Wij die niet zeker waren van de weg spraken 2 toeristen aan met de vraag, hoe aan de lagoon te geraken. Deze jongens met de zelfde leeftijd als ons waarschuwde ons over de moeilijkheidsgraad van het pad. Op een bepaald punt ging het echt verticaal naar beneden en zouden de rotsen dienst doen al een klimmuur bestaande uit 3 stukken. Te doen maar niet te onderschatten. Verder op weg kwamen we meerdere toeristen op leeftijd tegen die terugkeerden en de afdaling niet hadden aangedurfd. Toch benieuwd gingen we verder. Ik die spijt zou gehad hebben indien ik door een afdaling de lagoon niet zou gezien hebben besloot zelf te beslissen of het te gevaarlijk was of niet en mijn mening niet te laten vormen door 50tigers. De rotsen waren zo gevormd dat er werkelijk overal gaten en plaatsen waren als houvast. Een klimmuur zonder beveiliging en met modder. De twintigers hadden het goed beschreven. Het geheel dat bestond uit 3 stukken zorgde voor tussenstukken die groot en vlak genoeg waren om een mogelijke val te breken zodat het hoogste risico was om je eens goed pijn te doen maar niets meer. De afdaling was spannend maar de beloning des te groot. Een prachtige lagoon tussen de rotsen en jungle, moeilijk te bereiken en puur. Laura die met een klein hart mij had zitten opwachten was blij mij terug te zien na de klim terug omhoog. Echt de moeite en een ervaring.

De middag brachten we nog verder door op een ander strand. Hier was de enige vorm van eet- en drinkaangelegenheden de boten die in de branding lagen. Verbazingwekkend wat ze allemaal kunnen bereiden in hun kleine bootjes.

Terug op Tonsai Beach zouden we ons niet laten verleiden door de BBQ en gingen Thais eten. Zoals meestal ene portie van mosselen nog vis. Je had gegeten maar bleef zitten met een kleine honger of eerder goesting. Daar zouden we deze keer eens aan toegeven en bestelden iets wat we niet kenden als dessert. De banana fritter bleken een soort oliebollen gevuld met banaan. Lekker en stevig.


We hadden de andere stranden al bezocht door de jungle en de volgende dag zouden we ze opzoeken met de zeekayak. We stopten eerst op een miniem strandje dat enkel bereikbaar was met boot. Even hadden we het voor ons alleen tot andere toeristen hun plannen om daar de dag door te brengen uitvoerden. Enkele uitstekende rotsen werden de volgende stop en Laura snorkelde wat rond. Nog een strand later roeiden we terug naar ons beginpunt. Een mooie toer die toch meerdere kilometers besloeg. We legden ons nog even op het strand om te genieten van de zon en werden getrakteerd op een show van 3 basejumpers die van de aanliggende rots hun springplank hadden gemaakt. Gewaagd en spectaculair. Deze avond kon ik minder weerstaan aan de BBQ en sloten we af in de kroeg to be voor de klimmers. Onze dagen in Tonsai zater er weer al op en onze boot zou de volgende dag vertrekken om 9u naar Kho Phi Phi, het meer gekende en drukker bezochte eiland. Het zal wel een reden hebben waarom al die toeristen net naar daar gaan en wij zouden opzoeken waarom.

Thailand - Bangkok

Thailand is vuil. Thailand is lelijk. Thailand is een ongezellig land met onvriendelijke mensen en slecht weer. Niets is minder waar. Wanneer ik dit schrijf vertoeven we ondertussen reeds meer als 1 week in dit land, zijn de eerste indrukken opgedaan en hebben we de eerste ladyboys al goed zien passeren. Het land draait voor een groot deel op de nog steeds groeiende toeristenpopulatie. Toeristen die allemaal een duidelijk vakantiegevoel en rust uitstralen. De Thai hebben dan ook een goed besef van wat bezoekers willen en hebben uiteraard het weer en de omgeving mee. De cafés zijn om ter gezelligst, de hostels hebben een huiselijke sfeer en de recepten waar ze hun eten mee maken zou ik zelf maar al te graag onder de knie krijgen. Het aantal glimlachen te tellen op de gezichten is ook beduidend hoger dan in vorige landen. Mensen leven hier niet om te overleven maar om te leven. Dit schept op die manier ook een aangename omgeving met behulpzame vriendelijke mensen. Ook al begrijpen ze je niet of weten ze het antwoord niet op je vraag, ze zullen toch steeds proberen helpen, zonder achteraf geld te vragen. Dit werd onze eerste avond al duidelijk.


Na een hele dag luchthavens en verplaatst worden over de wereld kwamen we rond 19u toe in Bangkok. Een stad die mij altijd al een beetje tot de verbeelding sprak. We namen de sneltrein naar het centrum en een taxi naar de Koa San Road. We wisten de naam van ons hostel en dat de locatie ervan in de buurt van deze straat lag. Het effectief vinden ervan viel toch even tegen. Koa San road is dé straat in Bangkok voor de rugzaktoeristen wat zich vertaald in talloze bars met terrassen, kraampjes met van alles en nog wat, luide muziek en vooral veel sfeer. Een geweldige plaats maar niet met een volle rugzak in de voor ons totaal nieuwe hitte. Na uiteindelijk de straat 2 keer afgewandeld te zijn, een stuk of 5 keer de weg gevraagd te hebben en een paar liter zweet later vond Laura ons hostel goed verstopt in een zijstraatje. We waren tevreden met de ligging die rustiger was dan de hoofdstraat en met onze kleine maar propere kamer. De rugzak die was verdwenen van onze rug zorgde voor een hele opluchting en we zochten nog iets om te eten. Een zoektocht die moeilijk was door de verplichting van te maken keuzes in het overgrote aanbod. We snoven nog wat de sfeer op met een jug of beer (zonder ijs, waren halen ze het!) en hadden zin in de komende dagen.


De volgeboekte treinen in India hadden ons geleerd best niet te lang te wachten met te reserveren en de volle stations dat we best tijd genoeg uittrokken om dit te doen. Onze eerste ochtend zochten we al stappend het station. 3 km ver wat hier gelijk staat aan 2 liter water drinken. Zo kregen we een eerste zicht op het levendige Bangkok overdag en vonden we onze bestemming al snel. De uitgetrokken tijd bleek overbodig en de lange wachttijden waren nergens te bespeuren. Al snel hadden we alle nodige tickets. In de middag hadden we ons ingeschreven voor een fietstocht in de hoop zo de highlights van Bangkok te zien. Het vertrekpunt was gelegen tussen enkele wolkenkrabbers en onze groep zou bestaan uit nog 3 Aziatisch uitziende mensen. Wisten wij veel dat ze uit New York kwamen. Op mountain bikes in goede staat en met een jonge sportieve gids vertrokken we. We reden door steegjes waar we nooit in zouden gaan alleen, drukke straten vol verkeer, china town, … We stopten geregeld om wat zaken te bezichtigen en de gids stopte ons locale vruchten en straat snacks toe. Herinneringen kwamen terug van onze reis naar Maleisië waar we al deze vruchten hadden leren kennen. Ze doen onze appels maar saai lijken. Tegen de avond aten we nog samen noodles met de groep en gingen we samen met 2 New Yorkers naar de Patpong night market. Een markt vol met de gekende valse kleren, horloges en nog veel meer. De toeristen die onwetend toch nog veel te veel betalen voor een valse plastieken designer tas maakten het moeilijker voor ons om af te dingen tot werkelijke waarde van het product. We hadden ook niets nodig, dus hebben niets gekocht. Op de markt werden we vaak uitgenodigd om naar ping pong shows te gaan kijken. Grappig hoe pas veel later het besef kwam dat deze shows maar weinig met ping pong te maken hadden en dat de markt zich eigenlijk bevond in het red district. Toch ook een tak van het toerisme dat hier vrij aanwezig is.


De volgende ochtend aten we ontbijt onder een grote boom voor ons hostel terwijl we aan het zoeken waren naar de papegaai die hem bewoonde en ons hatelijk had wakker gehouden in de nacht. Met onze treintickets konden we de rest van het land wat verder plannen aangezien we nu exacte data hadden. Na al het plannen zouden we via de rivier naar china town wandelen. De gutsende regen onderweg deden ons al snel een tuktuk tegen houden en we zouden ipv china town, MBK market bezoeken. Één van de grootste shopping centers van Bangkok. Vergelijk het met het waasland shopping center van oppervlakte maar dan 6 verdiepen hoog. Grappig hoe er een gedoogbeleid bestaat rond de verkoop van valse producten ook in deze grote complexen. Valse Iphone's en gsm's verkopen er als zoete broodjes. Later op de dag had ik nog een verjaardagscadeau dat stond te wachten. We zouden gaan eten in de Hilton. Een buffet wat thuis al snel 150€ kost is hier te vinden aan 45€ en met de zelfde kwaliteit. Het was een ervaring. Alles was poepchique (toch terug even aanpassen) en het eten enorm lekker. Ons tafeltje voor 2 aan de Bangkok river maakte het plaatje compleet. Een kostprijsje waar we in India 2 weken voor op restaurant konden, maar het was het waard.


De derde en laatste dag namen we een lokale bus naar een drijvende markt net buiten de stad. Een fenomeen dat sinds enkele films ook een echte toeristische magneet is geworden. De grotere die zich vooral richt op deze toeristen wouden wij vermijden en we zochten een authentiekere op. Het concept is eenvoudig. Er ligt een drijvende soort pier waar er elk weekend een tiental bootjes naartoe komen om daar hun eten te verkopen. Je besteld het vanop de pier en het wordt klaargemaakt in de met ingrediënten vol gestapelde bootjes. De bootjes komen via de vele kanalen die de rand van Bangkok rijk is. In deze buurt is het niet de auto of brommer maar de boot het primaire vervoersmiddel. De straten zijn vervangen door kanalen en riviertjes en de huizen zijn soms niet meer als een hut op een paar palen in het water. Het verbaasde me niets dat deze buurten in het regenseizoen vaak overstromen met grote vernieling tot gevolg.


Op de drijvende markt vertrokken een paar boottochten die een je in een longtail boat meenamen door dit doolhof aan water. De orchideeën boerderij als tussenstop was een pak minder interessant als de weg er naar toe. Zeer interessant om te zien hoe mensen leven op het water en dit op nog geen 15km buiten een miljoenenstad. De rivier zat vol met grote vissen die er ook gekweekt werden voor consumptie. Terug op de markt kochten we ons ook zo een minder levend gebarbecued exemplaar.


We namen de bus terug en stapten over richting China Town, een stuk van de stad dat vooral wordt bewoond door Chinezen. Of gaf de titel dit al weg. Geen kramen met horloges maar markten vol. Legaal of minder legaal, als je iets zoekt zal je het hier wel vinden. De aankomende regen zorgde voor een versnelde pas richting het hostel. Verstopt achter de toeristen straat een restaurant waar de Thai zelf gingen eten opgezocht, nog geskyped met het thuisfront en de taxi in naar het station. De trein die om 22u zou vertrekken stond een uur op voorhand al te wachten en we zochten onze plaatsen. Jammer genoeg geen bedden maar zetels om de komende 15u door te brengen. Mooi op tijd verlieten we Bangkok en een Chang beer later probeerden we wat te slapen in de meest onmogelijke houdingen.

Chiang Mai

13u, onze geplande aankomsttijd, werd al snel 14u, 15u, … uiteindelijk bereikten we Chaing Mai 19u na ons vertrek in Bangkok. Volgens ons hostel was dit een aanvaardbare vertraging die nog meeviel. Dit beloofde voor onze volgende treinen waar we soms maar enkele uren hadden om over te stappen. Iets wat normaal meer als genoeg zou moeten zijn.


We stonden al snel voor Julie's Guesthouse, een enorm gezellig plaatsje in het centrum van de stad. Een terras vol jongeren, een pooltafel, goede muziek, overal informatie over wat te doen en een frigo vol frisse pinten. Dit alles deed me al snel de treinrit vergeten. De heuvels rond Chiang Mai worden aardig gebruikt voor het amusement voor de toeristen. Er is een waar overaanbod aan trekkings, olifantenkampen/trainingen, raften, klimmen, kookcursussen,... en de meeste zaken werden gecombineerd in 3daagse pakketjes. Voor 40€ was je 3 dagen weg, sliep je in bamboe hutten, zat je op een olifant, ging je gaan raften en zag je een mooi stukje jungle. Dergelijke tocht vertrok al de volgende ochtend en we konden gemakkelijk aansluiten om zo nog een beetje de prijs te drukken. Zonder enige moeite was ook dit geregeld en we kregen steeds meer het gevoel dat plannen en reizen een gemakkelijke bedoening was in dit land.


Niet ver van ons guesthouse lag er een straat met de bijnaam, Sunday walking street. Op zondag werd deze straat van meer als een km autovrij en rees er elke meter een kraampje op met de meest uiteenlopende dingen. Wou het net lukken dat wij er zondag toekwamen dus werd onze avond al snel gevuld met een marktbezoek. Het zoveelste kraampje met oorbellen en sjaals kon ons niet bekoren en we werden al snel aangetrokken door het stuk van de markt waar de wokken al goed aan het pruttelen waren. De typische satés als voorgerechtje hadden de maag wakker gemaakt en we hadden bijna behoefte aan een kwijldoek. Onze tactiek was al snel bepaald. We liepen voorbij alle kraampjes en gaven eerst onze ogen de kost. Dan ging ik zitten en gaf Laura de opdracht om 6 gerechtjes (de porties zijn zo klein en goedkoop dat je met 1 amper iets gegeten hebt) te gaan halen. Het was grappig ze zien te verdwijnen in de massa, niet wetende wat eerst te gaan halen. Ze stelde me in ieder geval weer maar eens niet teleur. Loempia's, noedels, gefrituurde maisbolletjes, kip, kokosnootpannenkoekjes en een bananaspringroll maakte een lekker menuutje van niet meer als 5€. Het feit dat we in de middag niets gegeten hadden op de trein deed ons minder schuldig voelen. Voldaan kropen we in ons bed maar eerst werd er nog een rugzak gemaakt. We zouden ver vergeten zijn dat we morgen de jungle door moesten.


9u werden we opgepikt. Een service die elke activiteit, groot of klein, aanbiedt. 2 Duitse meisjes die ook in ons hostel verbleven zouden ons vergezellen. Al snel bleek dat ze maar al te graag aandacht kregen en zichzelf geweldig vonden. Toevallig is er ons 6 jaar lang aangeleerd te observeren en vreemd gedrag te kaderen. Dit werd nog grappig de komende 3 dagen. Gelukkig sloten er ook nog 2 Canadezen en een Engels net verloofd koppel aan. De eerste dag werd de groep ook nog uitgebreid met mensen die een 2daagse trekking hadden. Deze zouden de 2de dag hun eigen weg opgaan.

We verlieten de stad en stopten aan een lokale markt voor ingrediënten voor ons eten van de komende dagen. Een uurtje rijden buiten de stad zit je al snel in de groene heuvels. Het ene bord van Resort wordt weggeduwd door het andere van een olifantenkamp. Gelukkig reden we het drukste stuk voorbij en stopten we wat verder voor onze ontmoeting met de gigantische beesten. Ik vroeg me al af hoe je op zo een beest geraakt maar gelukkig hebben ze daar platformen voor. In een rijtje van 10 maak je een klein toertje van maximum een half uur. Kort maar wel plezant. Het kleintje van 6jaar stal uiteraard de show. Het eerste deel van onze tour zat er al op en we vertrokken al snel te voet verder in de heuvels en jungle. Zoals vele wisten we niet goed wat te verwachten maar de 40tigers en zelfs een koppel 60tigers dat mee waren hadden zich toch wat mispakt vrees ik. Een heuvel opklimmen in dergelijk vochtig en warm klimaat is niet niets. Iedereen is gelukkig boven geraakt, iedereen op zijn eigen tempo. De 'hilltribe' die zich boven op de heuvel had gesetteld zorgde voor een mooie landelijke omgeving. De bamboe hut op de rand van de heuvel voorzien van muskietennetten en een prachtig uitzicht zorgde voor een ongekende slaapplaats. Een Thai die aardig wat gitaar kon spelen en alle klassiekers kende, zei het in de fonetische uitspraak in het Thais, zorgde voor een gezellig sfeertje in de avond. We weigerde te denken aan de beesten die ook graag slapen in bamboe hutten, stopte het muskietennet extra strak onder het ding dat moest doorgaan als matras en kropen in bed.


De groep die 2 dagen op tocht was moest opstaan om 9u en wij pas om 10u. Toch even gegniffel. Na een, voor in de jungle te zitten, lekker ontbijt met verse eieren en ananas kon onze dagtocht in de jungle met als bestemming een waterval beginnen. De temperaturen waren een pak milder als de dag ervoor en de groep bestond uit mensen die toch een zekere fitheid hadden. We kregen al snel een wandelstok gemaakt van kleine bamboe in onze handen gestopt. Niet ver daarna werd duidelijk waarom. De vochtigheid in deze heuvels maken de paadjes modderig en verraderlijk glad. Enkele buien werden aardig tegengehouden door het dak van de jungle tot we aan de eerste waterval van de dag kwamen. We werden overvallen door een plensbui die ons in geen tijd kletsnat maakte. Gelukkig bleef de rugzak droog en was de bui maar tijdelijk. Het had wel iets, zo staan nat worden in de jungle en maar weinig opties anders dan het te ondergaan. Na onze porties noedels als lunch die voor de gelegenheid waren verpakt in bananenblaren (droeg op zijn manier ook zijn steentje bij tot de jungle ervaring) trokken we verder op de nu nog meer gladdige paadjes. Een paar onschuldige uitschuivers en uren later kwamen we aan onze bestemming van de dag. Een waterval die mij bekend voorkwam uit de reclame spotjes van herbal essences. Het was prachtig. Ook in deze temperaturen vond ik het water nog koud maar een gelegenheid als deze om eens de schouders te laten masseren door een waterval laat je niet passeren. Een prachtige plaats gemaakt door de natuur en zeker de moeite. Nog geen km verder aan de rand van de rivier was er terug een bamboe hut opgesteld waar we de nacht zouden doorbrengen. We leerden de groepsgenoten beter kennen bij de warmte van een met bamboe (wat doen ze er hier niet met bamboe) aangemaakt vuurtje. Het was niet direct de warmte die we nodig hadden maar gezellig was het zeker.


De laatste dag zouden we nog een korte wandeling door de jungle maken voor we aankwamen aan het beginpunt van onze rafting tocht. Ik die nog nooit had geraft, had er wel zin in. Ook dit stuk van de tour was iets te kort voor goed te zijn en erg avontuurlijk was het niet maar wel eens plezant. De 200m op een bamboe vlot die er op volgde was ook meer iets dat ze doen zodat je het thuis kan vertellen maar waar eigenlijk weinig aan is. Bij de aankomst aten we nog Padthai, een heerlijk Thais gerecht, daarna reden we terug naar de stad en werden we mooi terug afgezet waar we maandag waren opgepikt.


Na de tour trokken we het stadje in op zoek naar een op maat gemaakt kostuum. Ik die toch het verschil niet zou kunnen zeggen tussen een goede of een slechte kleermaker stapte de eerste winkel binnen die we tegen kwamen. Ik werd snel opgemeten en de dag erna zou ik al kunnen terug komen om een eerste keer te passen. Een pak goedkoper als elk kostuum in België en dit zou zitten als gegoten.


We waren ook net op tijd terug voor het Long Kratong festival in Chiang Mai. Ook iets wat we op voorhand niet wisten maar dat mooi meegenomen was tijdens ons verblijf hier. Dit festival is jaarlijks een groots evenement voor de plaatselijke bevolking. Iedereen is in feestsfeer. De grootste activiteit was aan de rivier waar er honderden mensen kleine bloemstukjes met kaarsen te water lieten bij het doen van een wens. Wie het niet had op bloemstukjes kon een lampion de lucht in laten. Zo werd het water en de lucht bezaaid met kleine lichtpuntjes. Werkelijk duizenden kleine luchtballonnetjes vulden de lucht. Zo erg dat alle vluchten vanuit Chiang Mai werden verplaatst naar de volgende ochtend. Voor wie het iets gewaagder wou was er nog altijd de mogelijkheid om vuurwerk af te steken. Zonder enige beveiliging of controle stak iedereen maar naar believen pijlen af. De pijl die vanop de brug terug kaatste op een nabijgelegen pier en gelukkig doofde in het water, of de pijl die rakelings naast de drummer van het bandje vloog, deden mij soms toch fronsen.


Ook hier waren er grote foodcourts met talrijke eetkraampjes. Nu was het mijn beurt om de menu van de dag te beslissen en te gaan halen. Schelpdieren, ribbetjes, noedelsoep en rauwe scampi's zou het worden. We sloten de avond af op een terras met livemuziek en lachten een stuk af met de vrouwen die een mooie vertoning gaven van de mama-dans op het podium.


Onze goede ervaring in India met de kookworkshop en onze liefde voor de Thaise keuken of toch zeker het Thaise eten zorgde ervoor dat we ook hier wat wouden bijleren. De kookcursussen zijn in Chiang mai een hype en een zeer toeristisch gebeuren maar ik was toch geïnteresseerd hoe ze nu die loempia's of curry's maken. Weeral werden we opgepikt en onze les begon in de markt. We zagen producten die je jammer genoeg zelden zult vinden in onze winkels zoals garnalenpasta. Na de markt reden we naar ons lesplaats dat voor de verandering lag onder te palmbomen. Met onze groep van 10 kozen we uit een lijst elk 7 gerechten die we de komende 6u zouden leren maken. Een sneltempo zeker als je moet rekenen dat je ondertussen alles moet opeten ook. Gelukkig kregen we de recepten voor alles ook mee naar huis.

We leerden onze eigen curry maken en de padthai die ik had gemaakt vond ik één van de lekkerste die ik al gegeten had in Thailand. Misschien had dat iets te maken met het strelen van het ego.

De soep had ik zonder het te weten zelf zo pikant gemaakt dat het bijna onmogelijk was om op te eten. Ik had er slechts 4 pepertjes ingedaan terwijl de lokale Thai er 15 in doen. Hoe doen ze het.

2 gerechten die we hadden gemaakt vroegen we mee voor 's avonds op te eten. Zo ging dit niet verloren.

Terug in het guesthouse speelde Laura haar buik een pijnlijk spelletje. Wij die terug dachten aan de lepels chilli hadden al snel een verklaring. 3 uur vechten, halve vertering en buikpijn later kregen we een mooie terugblik op wat we hadden gemaakt die dag. Alles eruit zorgde voor een opluchting al zou het toch nog een dagje duren voor alles terug in orde was.


Na al de goedgevulde dagen zou Laura haar buik haar een dagje aan het bed nagelen en deden we het wat rustig aan. We planden de verdere reis in Thailand en zochten nog een paar slaapplaatsen. Een behulpzame hollander (ze bestaan) die net van onze toekomstige bestemming kwam gaf ons een paar nuttige tips. Na het plannen zochten we avondeten op een verzamelplaats van straatkraampjes vooral bezocht door lokale Thai. We keerden terug naar de maker van mijn kostuum en waren al tevreden over het resultaat. De kleermaker had als buur een kapper en de baard werd voor slechts de 2de keer van de reis gekortwiekt. Terug een fris gevoel.


De laatste dag in Chiang Mai zouden we doorbrengen buiten de stad en er is geen goedkopere of leukere manier om buiten die stad te geraken dan met de scooter. We huurden er één en bij het horen van onze bestemming, die nogal bergop zou liggen, kregen we spontaan een krachtiger exemplaar. Een leuk 'machien' dat inderdaad de nodige kracht had om mij eens goed te amuseren op de baan. Ik had altijd al eens tussen 50 andere scooters willen staan aan een rood licht.


De tocht reed door een natuurpark, langs een tempel met een paar honderd trappen en naar een bergdorp van Birmanese immigranten. Elk op zich een leuke stop. We leerden wat van de locale specialiteiten kennen zoals passievruchtensap en enorm goede koffie. Het was een mooi leuk tochtje en niet te lang zodat we op tijd terug waren om onze trein te halen. Op tijd aankomen doen ze verre van maar ze vertrekken toch op tijd dus maakten we dat we op tijd aan het station waren.

Terug in Kathmandu

Tussen het doktersbezoek en ons vertrek naar Thailand bevonden zich er nog 4 dagen. Gezien ons uitgebreider verblijf bij aankomst in Kathmandu hadden we het meeste wat het bezoeken waard was reeds gezien. Onze eerst dag vulde we in door tijd te nemen om de volgende 3 dagen te plannen en wat bij te schrijven aan de blog. De wijdere omgeving van de hoofdstad gaf de mogelijkheid tot het bezoeken van een natuurpark, rafting, klimmen, … Het klimmen stond ons wel aan dus zochten we een erkend bureau op dat deze dagtochten verzorgde. Gesloten was het niet maar de aanwezige werknemer was het type dat trots was indien het zijn eigen schoenmaat kende. Hij verzocht ons dan ook vriendelijk om 2u te wachten tot zijn baas terug was. Met een totaal gebrek aan goesting om aan dit verzoek te voldoen besloten we dan maar op goed geluk een mail te sturen naar dit bureau. Eentje dat tot nu toe nog steeds onbeantwoord is. Ik ga er vanuit dat klimmen hun hoofdactiviteit was en niet administratieve sterkte.

Bij het verlaten van dit kantoor zag ik dat de buur een winkel was waarvan ik er al vele had tegengekomen, telkens met een zekere nieuwsgierigheid. De etalage stond vol met zwaarden, dolken, messen,... allemaal met de zelfde specifieke vorm. Deze messen en dolken bleken typische Nepalese wapens te zijn die vroeger door boeren en dergelijke werden gebruikt. Tot op vandaag gebruikt het leger ze nog. De meeste van deze messen werden op straat verkocht als sierstuk. Deze hun kwaliteit was ver te zoeken en snijden deden ze verre van. Ik die meer geïnteresseerd was in de real deal stapte de winkel binnen. Daar verkochten ze ook echte exemplaren en al snel was ik verkocht. Afgedongen naar de helft van de prijs en gekocht.


'S avonds zouden we een lokale snackbar gaan proberen die we al enkele keren gepasseerd waren. Ze verkochten enkels wraps en deze zagen er vrij appetijtelijk uit. Jammer genoeg kwam bepaalde kennis 7u te laat toen ik deze wrap vrolijk terug zag in minder smakelijke vorm. De wrap zou verantwoordelijk worden voor een totale destructie van mijn anders zo gezonde vertering. Niet gelukkig met de toch wel angstaanjagende geluiden die mijn buik was aan het produceren probeerde ik toch wat te slapen.

De volgende dag was het mijn beurt om het contact met de lakens een hele dag aan te houden. Alles wat ik at bleef gelukkig binnen maar ik was toch behoorlijk tevreden met de dichtheid van de sanitaire voorzieningen.


De volgende dagen ging alles al snel beter. Net op tijd voor we Nepal zouden beginnen associëren met ziek zijn. Op Kathmandu's lijstje van te bezoeken plaatsen pikten wij er nog een tempelcomplex uit en de buurt achter Durbar Square. De tempels lagen op de top van een heuvel en gaven zo een goed zicht op de onderliggende stad en zelfs op de bergen in de verte. Ook deze plaats was veroverd door een paar honderd apen. Voor de mensen geen groot gevaar maar ze kunnen onderling toch lelijk uithalen. Terug beneden had ik een enorme zin in spaghetti. De maag terug in orde brengen met pasta leek me een goed idee.

De laatste dag in de stad vulden we met een bezoek aan freak street, de vroegere versie van de toeristen buurt maar nu wat in verval geraakt. We passeerden terug Durbar square. We werden verzocht een ticket te kopen van 7€ om het plein te bezoeken maar dit werd met totale willekeur aan toeristen gevraagd. Even terugkeren, ander straatje in en terug het plein op. Geen kat dat er nog naar kraaide dat we ticketloos waren.


Op de terugweg naar het hotel kochten we nog een plaatselijk oud bordspel. Het tiger moving game. We vonden het terug op elk kraampje in verschillende uitvoeringen. De prijzen varieerden sterk en de kwaliteit ook. We kochten het spel in een klein houten doosje en stonden er op dat we de regels ook mooi afgedrukt meekregen. Wachtend op de was (dat moet ook gebeuren in 6maand reizen) probeerden we het al eens uit. Er komt meer tactiek bij kijken als we dachten en we zijn er nog niet helemaal uit maar leuk is het wel.


Uit schrik dat mijn Nepalese dolk als souvenir het hoogstwaarschijnlijk geen 8 luchthavens zou uithouden stuurden we dit op naar huis. Ook een heel gedoe maar ondertussen hebben we al bericht gehad dat hij mooi geleverd is.


Met onze was terug in eigen bezit maar met een magere tevredenheid over de properheid stond er ons nog maar 1 ding te doen in Kathmandu. Het steakhouse dat plaatselijk wereldberoemd zou zijn voor de steak met pepersaus, waar we al eens langs waren geweest na het laatste bezoek van Laura aan de dokter. Daar kregen we toen te horen dat er die dag geen steak beschikbaar was op de markt en zo ook niet in de restaurants. Iets wat wij ons ook moeilijk kunnen voorstellen. Op onze laatste dag hadden we meer geluk en de positieve commentaren logen er niet om.


Een taxi die ons om half 7 in de ochtend naar de luchthaven bracht, de gekende formaliteiten en niet minder als 5 keer vluchtig gefouilleerd worden later zaten we in de lucht. Een half uur stijgen en we zaten op gelijke hoogte met de bergtoppen. Een laatste besef wat voor een mastodonten deze bergen wel niet waren.


Zo kwam Nepal ook al tot een einde en kunnen we reeds 4 landen afvinken. Het gaat akelig snel.


Pokhara

De doktersafspraak was één van de weinige zaken die echt met een dag en uur gepland stonden tijdens deze reis. Het gaf ons de ruimte en tegelijk de beperking om slechts 5 dagen het land in te trekken. Het oorspronkelijke plan om naar Lukla te vliegen (nr. 7 van 's werelds gevaarlijkste landingsbanen) voor onze trek werd omgebogen naar een busrit van 8u naar Pokhara in het westen van het land. De buschauffeur deed er in volle spits al meer als een uur over om uit de stad te geraken. Daarna bracht hij ons op een rustige manier langs bergpassen, over rivieren en door kleine dorpjes tot op onze bestemming. Ik was verbaasd hoe groen het land wel niet was (als men de smog en het stof even wegdenkt). Mijn idee van Nepal dat vooral bestond uit rotsachtige bergen met daarop kleine sherpa's die kuddes geiten hoeden werd door de jungle aan flarden geschoten. Bananen en palmbomen zorgden voor de begroeiing waarvan ik dacht onbestaande te zijn in dit land. Het stadje waar we naartoe gingen deed vooral dienst als begin en eindpunt van de vele trektochten die mogelijk waren in het aanliggende Annapurna gebied. Dit stadje geflankeerd tussen een meer aan de ene kant en de Himalaya aan de andere zou ons al snel de kans geven op een prachtig met besneeuwde toppen bezaaid zicht. Of dat dachten we toch tenminste. Bij onze aankomst zagen we een hele hoop dichtbij liggende groene heuvels en we konden niet met zekerheid zeggen wat er achter deze heuvels lag dankzij een dik pak wolken. De Himalaya zou er ergens moeten liggen maar hem bezichtigen zou voor een volgende keer zijn.


Na een kleine zoektocht naar een kamer (het overaanbod aan hotelletjes en guesthouses die onderling een leuke prijzenoorlog voeren geven ons de kans om kieskeurig te worden) zouden we eens naar het meer gaan en voor een eerste keer het stadje intrekken. De Nepalezen hadden hier goed aangevoeld wat de noden van toeristen zijn die na een trekking terug kwamen in de beschaafde wereld. Goede restaurants voor geen geld en langer als 1u durende happy hours maakten de hoofdstraat al snel een aangename plek. Wij die nog geen 2 stappen in de bergen hadden gezet, laat staan een trekking, genoten toch graag mee van dit aanbod. Ik weet niet of het van de lange busrit of van de cocktails (mocktails voor Laura aangezien haar lever even niet haar beste vriend was) was maar we kregen honger. Op de menu's van vele restaurant was er dankzij het meer iets te vinden wat we nog niet eerder waren tegen gekomen, vis. Heerlijk gegrild was het eens een leuke afwisseling.


In Kathmandu hadden we ons een 'stafkaart' aangekocht van het gebied rond Pokhara. We zouden onze eigen minitrek doen in de vorm van een dagwandeling. Laura voelde haar gezond en het oorspronkelijke plan was om het rustig aan te doen. Onze eerste stop was David's fall, een waterval die 30m naar beneden duikelt in een grot en zo in de aarde verdween. De betonnen trappen en de talrijke chinezen zorgden ervoor dat de plaats heel wat van zijn natuurlijke ruwheid verloor. De pagoda die van op de top van een heuvel over de stad neerkeek was onze volgende stop. De zon was ondertussen reeds verantwoordelijk voor een goede 25 graden en een heuveltop impliceert een paadje dat niet echt vlak te noemen is. Lekker zwetend kwamen we steeds dichter bij de top. Onze wandeling werd om de 100m opgevrolijkt door zingende kinderen die ons de weg versperden voor geld. Eerst dachten we dat dit een hatelijke manier was van straatkinderen om toeristen lastig te vallen maar later werd ons duidelijk dat dit zingen binnen het kader viel van het Divali festival dat in deze periode plaats vond. Vergelijk het met onze drie koningen. Met een briefje dat gelijk staat aan 5 eurocent zijn de groepen kinderen enorm blij en maken ze de weg terug vrij.

Boven op de top hadden we een mooi zicht op de stad maar nog steeds lagen de bergtoppen gehuld in wolken. We kregen schrik dat we Nepal zouden moeten verlaten zonder zelfs maar een berg gezien te hebben. Ondertussen was het al middag en ondanks reeds ondervonden te hebben dat de kaart soms wat nauwkeurigheid ontbrak, hadden we het gevoel genoeg tijd te hebben om de tocht verder te zetten rond het meer. We wandelden een kleine 2 uur doorheen mooie rijstvelden en boerendorpjes op een weg dat we maar niet konden plaatsen op de kaart. De methodiek die ze hanteren voor het maken van een kaart bestaat er niet uit om alle wegen op een kaart te zetten maar enkel diegenen die interessant zouden zijn om te bewandelen, met een totaal gebrek aan herkenningspunten tot gevolg. Ons pad kwam opeens uit op een droogstaande rivier. In de veronderstelling dat dit pad aan de andere kant zou verder lopen klauterden we deze over. Ik wou het klimmen door onbekende planten en struiken wat beperken , het was nog altijd een jungle, en de rivier naar het meer volgen was ook geen optie. In Slovenië had ik al eens de beslissing gemaakt om verder te blijven gaan met een overnachting tussen de rotsen als gevolg. Een overnachting in de jungle wouden we maar vermijden dus besloten we terug te keren. Een zure appel om door te bijten aangezien we het laatste uur sterk gedaald waren. De zon verdwijnt hier om 4u achter de heuvels en om 5u is het pikdonker. Het zou dus doorstappen worden. Ons besef dat er op te passen valt in een jungle werd versterkt door een pikzwarte slang die op haar gemak een meter voor ons voeten het pad overstak. Een motivatie om extra door te stappen. Terug aan de Pagoda was de zon onder en eer we de afdaling hadden afgelegd zagen we amper nog onze eigen voeten. De taxi naar ons hotel zorgde voor een geruststelling. Na zo een dag hadden we wel een biertje verdiend. De Nepalese hoeveelheden gingen de strijd aan met Laura's lever die na een uurtje tegen pruttelen het onderspit moest delven en Laura de spreekwoordelijke klop van de hamer gaf. Ze heeft in ieder geval goed geslapen na zo een dag.


Een kaart was moeilijk te vertrouwen maar de omtrek van een meer heeft het heel wat moeilijker om met ons voeten spelen. De dag na onze wandeling zouden we dan maar een bootje huren en wat rond roeien op het meer. We hadden geen haast en we zouden eerst onderzoeken waar we zouden zijn uitgekomen moesten we de dag ervoor de droogstaande rivier naar het meer hebben gevolgd. We kwamen er achter dat we zo een moerassig stuk oever hadden ontweken met absoluut geen manier om terug in het hotel te geraken. Wat verder zette we het bootje aan de kant en aten we toepasselijk een blik vis met een stokbrood van een zeldzaam gevonden kwaliteit buiten Europa.

Na nog steeds geen bergen gezien te hebben zouden we de volgende dag onze kans wagen op een uitkijkpunt dat vooral de moeite zou zijn bij zonsopgang. Dit punt lag toch even buiten de stad en het vertrekuur van 5u 's morgens deed ons zorgen maken over de beschikbaarheid van taxi's. Na wat navraag gedaan te hebben vonden we deze rit ook vrij duur. Zo kwamen we op een alternatief vervoersmiddel. Onze jacht op een scooter was geopend. We zouden hem die avond huren en de volgende avond terugbrengen. Voor nog geen 10€ hadden we een knalgroen exemplaar voor een dag.

Met ogen die nog maar half open waren, probeerde ik hem de volgende ochtend te starten. Het zou met de kickstarter moeten en met de choke (welke brommer heeft dat nu nog...). De choke van de gele mobilhome had me dit gelukkig leren gebruiken en na wat proberen konden we vertrekken. Een leuk ritje van een klein half uurtje bracht ons tot het uitkijkpunt. Ons eerste zicht op de Himalaya was een feit en zonder twijfel de moeite. Opeens hadden we zicht op 4 bergen van meer als 8000m hoog, van de 14 die de wereld rijk is. De opgaande zon verzorgde een mooi lichtspel op de flanken en we waren snel het vroege opstaan uur vergeten. Wanneer de zon goed op was gingen we ontbijten op de top. Een goede pannenkoek met honing en voor Laura muesli met vers fruit. De dag was alvast goed begonnen.


Met de scooter onder ons gat hadden we een leuke vrijheid om de wijdere omgeving in te gaan. We zochten de weg naar de Bat Cave, een grot waarvan de inwoners dankzij de naam geen geheim meer zijn. Na een korte afdaling kijk je naar het plafond 2 meter boven je en zie je opeens een duizendtal kleine vleermuizen die van hun 'nachtrust' aan het genieten zijn. Op het eerste zicht vrij griezelig maar zeker de moeite. We probeerden in ieder geval alles te vermijden om ze wakker te maken.

In de middag reden we 20km verder naar een ander meer wat rustiger zou moeten zijn om te picknicken. Daar aangekomen zagen we iets verder een grasplekje dat daarvoor een ideaal plaatsje voor zou zijn. Het werd bijna een gewoonte maar het pad er naar toe verdween opeens weer in de jungle. De grasplek werd zo een onbereikbaar doel. Het avontuur en off road gehalte van het reeds gedane stuk had ons al iets kunnen doen vermoeden. Zonder kleerscheuren en slechts 1 blauwe plek later zagen we onze groene tweewieler terug staan en gingen we terug naar ons hotel.


Onze laatste dag in Pokhara begon naar mijn gevoel weer veel te vroeg. 7 uur zou onze bus vertrekken en de 1,5€ voor een taxi zouden we uitsparen door te voet te gaan. De drukte aan het busstation maakte me al snel wakker en de tijd die er nog overschoot voor ons vertrek werd gevuld met een lekker milk tea. Verbazend hoe 'gestructureerd' alles hier verliep, of heeft India ons beeld zodanig vertekend. Onze bus vertrok vrij op tijd en onze plaatsen net achter de chauffeur zorgden voor een goed zicht tijdens de rit. Als je een bus neemt van Kathmandu naar Pokhara wilt dat niet zeggen dat je ook terug op je vertrekpunt wordt afgezet op de terugrit. Even zoeken dus naar ons hotel.

Na de rit begaven we ons naar de kliniek waar een verpleegster de grootste moeite had om de goed verstopte aderen van Laura te vinden. Het werd duidelijk hoeveel keer we er wel al niet geweest waren toen ze door de dokter al lachend aangesproken werd als 'ah there is our dengue one'. Een uurtje later kwam het goede nieuws dat alle waarden terug in orde waren en de dengue overwonnen was. Was ook te verwachten dat Laura zich niet zou laten doen door een ziekte. Een lever moet ook niet al te gezond zijn dus werd er gevierd met een carlsberg.

Kathmandu, Nepal

Kathmandu Airport is niet terug te vinden in het lijstje van Schiphol, Heathrow en Beijing, en terecht. Een vrij klein vliegveld voor een hoofdstad te zijn en alles verloopt nog vrij ouderwets. Na een klein uurtje te hebben aangeschoven voor de goedkeuring van immigratie konden we het land binnen. Een kleine suziki, zoals er enkele duizenden rond rijden in Kathmandu, die dienst doen als taxi bracht ons naar ons guesthouse in Thamel, de trekkers en toeristen buurt.


Een uurtje later zouden we kennis maken met de gids die ons normaal gezien de volgende dag om 5u zou meenemen op een 14 daagse trektocht naar de Mt. Everest. Laura was nog steeds niet goed en we twijfelden sterk of vertrekken wel zo een goed idee was. De vluchten heen en terug zijn maanden op voorhand volgeboekt wat problemen zou geven moesten we eerder moeten terugkeren en de medische zorg die men kan verstrekken in een afgelegen bergdorp leek ons ook sterk ondergeschikt aan de kennis in de hoofdstad. Geen gemakkelijke beslissing maar we zouden de Everest aan ons laten passeren en de komende dagen wat afwachten. De gids zag zijn verdere inkomsten aan zijn neus passeren en vond het een jammere zaak maar had ook wel begrip.

Er is in Nepal geen gebrek aan alternatieven wat wandelen betreft. Moest Laura zich de komende dagen beter beginnen voelen zouden we eventueel in een andere regio voor een dag of 7 kunnen gaan trekken. We hadden er enorm hard naar uit gekeken en wouden nog niet echt toegeven dat er een mogelijkheid was dat we nooit een trekking zouden doen tijdens ons verblijf in Nepal.


De volgende ochtend was er nog steeds geen beterschap en beslisten we om een dokter op te zoeken. Indien we ons voorschot van de trekking wouden terugzien via de verzekeringen zou er ook een medisch attest nodig zijn. Weer een onderwerp waar we Lonely Planet dankbaar voor zijn. Tussen al de ziekenhuizen van Kathmandu vonden we al snel de sterk aangeraden CIWEC Clinic. Een kliniek gespecialiseerd op buitenlanders met een Engelstalige staf en veel buitenlandse artsen. We werden goed ontvangen en kregen al snel een dokter te zien. Na het nemen van de nodige parameters en het aanhoren van het ziekteverloop kreeg Laura al snel een baxter met het nodige vocht voor moest het uitdroging zijn. Niet veel later kwam de dokter terug met haar diagnose, haar vermoeden en de bloedwaarden wezen op Dengue Fever ofwel knokkelkoorts. Een ziekte opgelopen in India door een muggensteek die een vrij ernstig verloop kan hebben. Wij, die er nog nooit van gehoord hadden zochten snel ook wat informatie op en moesten toch ook even slikken. Medicatie dient puur als symptoombestrijding wat impliceerde dat er serieus uit te zieken viel. De levensbedreigende complicaties die zich zouden kunnen voordoen zorgden ervoor dat we op ons hoede waren voor de eerste tekenen ervan. Vreemd genoeg stelt zo een diagnose ook gerust. Na 4 dagen ziek te zijn zonder te weten wat er scheelt neemt dat een serieuze onzekerheid weg. De dokter zou ons de komende 2 dagen willen terug zien om de bloedwaarden te monitoren en om er zo op tijd bij te zijn indien er iets de slechte kant uit ging. De hele kliniek gaf ons een gevoel dat ze wisten waarmee ze bezig waren.


Enkele uren, 3 baxters en meerdere onderzoeken later konden we terug naar ons hotel. Uiteraard niet voor we ook het kostenplaatje van dit bezoek konden vereffenen. De rekening van 400€ zorgde ervoor dat we enorm blij waren met een goed afgesloten reisverzekering. Een luxe die wij hebben maar die voor vele lokale mensen ondenkbaar is. Het deed ons even stilstaan bij hoe hard het wel niet moet zijn indien je gezondheid je in de steek laat en er hulp beschikbaar is maar dat je deze simpelweg niet kunt betalen. Iets wat in India heel zichtbaar was.


Een alternatief voor Everest zoeken had nog geen zin en we zouden de komende dagen afwachten hoe de ziekte verliep. De verdere dag werd door Laura al slapend doorgebracht en ik legde contact met de verzekeringen.


Onze eerste check up de dag erna bestond uit geen goed nieuws. De bloedwaarden waren nog gedaald. Er werd even getwijfeld om Laura daar te houden voor een nacht maar ze zag er te goed uit volgens de dokter. Iets wat ik natuurlijk niet kon tegenspreken maar wel wat bezorgdheid met zich meebracht. Terug een volledige middag op de hotelkamer zag ik ook niet zo goed zitten dus liet ik Laura wat slapen en ging op stap om een pakketje naar huis te sturen. We waren het gewicht van de reeds gebruikte lonely planets, de reeds gekochte souvenirs en enkele te veel meegebrachte kleren wat beu. 5kg samen werd in een doos gestoken en voor 60€ kregen we de belofte dat dit mooi thuis zou afgeleverd worden. Ik ben benieuwd.

Op de terugweg liep ik maar wat straatjes in en voor ik het wist was het niet meer zo duidelijk waar ik me juist bevond. Verdwaald zou ik het net niet noemen. Vriendelijke Nepalezen wezen me dan maar de weg en zo zag ik ook nog wat van Kathmandu. De buurt waarin ons hotel lag (Thamel) is overdag een drukke gezellige straat met restaurants, klerenwinkels en winkels met trekkingsmateriaal voor geen geld.

De 2de check up in de kliniek gaven betere waarden aan maar nog steeds niet wat het zijn moest. 2 dagen later zouden we terug moeten komen. Maandag toegekomen in Nepal en dat was een afspraak voor zaterdag. Op deze manier hebben we een kleine week in de buurt van het hotel doorgebracht. Niets aan te doen en herstel was het allerbelangrijkste nu. Als middaguitstap ging ik de winkeltjes met alle grote trekkingsmerken zoals The North Face en Jack Wolfskin rond. 10€ voor een echte North Face broek leek mij een goede deal.

Vrijdag voelde Laura zich al wat beter maar we deden het nog steeds rustig aan. 'S avonds stond er Koreaans op het menu. Laura at iets lichts maar ik deed me te goed aan een uitgebreid gerecht met kip dat ik zelf moest bakken op een hete plaat. Lekker.


Zaterdag voelde Laura zich beter en ze hoopte op goede bloed en leverwaarden zodat de kliniek bezoeken achter de rug waren en we iets konden doen in het land. De bloed waarden waren beter maar de lever liet het nog afweten. Volgende vrijdag zou de dokter haar terug willen zien en wie spreekt er nu een dokter tegen. Toch een beetje teleurgesteld keerden we terug. Er werd Laura afgeraden om te gaan trekken dus zochten we een alternatief. We zouden maandag met de bus naar Pokhara gaan om daar aan de rand van de Himalaya wat dagtochten te doen. Zo konden we zien wat er ging en wat niet. Vrijdag zouden we dan terugkeren op tijd voor onze afspraak met de dokter.


De eerste dag dat er terug wat energie aanwezig was dus zouden we het Durbar square bezoeken in Kathmandu. Het oude bekende plein met het oude paleis en enkele tempels. Het bruiste er van de bedrijvigheid. De tempels waren omgeven met lokale groentekraampjes en winkeltjes die de meest uiteenlopende zaken verkochten. Dit gaf ook de eerste gelegenheid om eens met de nieuwe camera te experimenteren. Een kort maar krachtig en gezellig bezoek.

'S avonds hadden we een aangename verrassing. De 2 Chilenen die met ons de tour in Mongolië hadden gedaan hadden na een maand China ook hun koers gezet naar Nepal. Ze waren in de middag toegekomen in Kathmandu en we hadden afgesproken om samen iets te gaan eten. Met een cocktail gingen de uren al snel voorbij vol verhalen over de voorbije maand. Toffe mensen en een tof weerzien.


De morgen vulden we een zondag zodat hij moet gevuld worden. Uitslapen en ontbijten met boterkoeken. We hadden de gids nog eens uitgenodigd in ons hotel voor een handtekening op onze papieren voor de verzekering. Toen ik hem ontmoete in de eetzaal van ons hotel bevond zich daar nog een andere verrassing. Een kennis uit Sint-Niklaas zat geheel toevallig aan een tafeltje met haar vriend. Ze begonnen aan hun 4 maanden rondtrekken. Ook hier werd er al snel een paar uur afgepraat en plannen werden gemaakt om samen iets te gaan eten. De ene avond eten met Chilenen die je na een ontmoeting in Mongolië en een maand in een ander land terug tegenkomt in Nepal en de volgende morgen iets drinken met kennissen uit Sint-Niklaas. Het gezegde is maar melig maar het klopt. De wereld is soms klein.

Khajuraho, Agra & laatste dagen India

Khajuraho


Een stadje dat toch wat onze kringvormige route doorbreekt maar op het programma werd gezet door de aanwezigheid van verschillende tempelcomplexen. De nachttrein die ons naast een slapeloze nacht te bezorgen ons ook ter plaatse bracht kwam in de vroege ochtend toe. Een klein half uurtje met de tuktuk en al snel konden we wat slaap inhalen op onze kamer. Weinig slaap en verder onbekende redenen zorgde voor het eerste ziektegevoel op de reis. De buik maakte geluiden die er normaal niet thuishoorden en alles wat daar bij hoort. Verder ga ik liever niet in detail. Laura's succesvolle zoektocht naar crackers en de combo medicatie die ze me voorschreef zouden al snel alles beter maken. Toen we diezelfde dag toch nog kort het stadje introkken viel op dat de tempels een eenzame plaats innamen in de lijst van bezienswaardigheden. Met nog 3 dagen te gaan hadden we geluk dat we nog steeds niets meer nodig hadden dan de liefde.


Hoogseizoen kun je het hier niet noemen en meerdere hotels smeken om toeristen. Het geweldige vraag en aanbod systeem speelde hier in ons voordeel en we stapten enkele hotels binnen die we niet op het internet hadden gevonden. We ruilden onze kamer in voor één de helft goedkoper met zelfs wifi en warm water inbegrepen. Ons hotel begreep er niets van maar ik had niet het gevoel iemand een uitleg verschuldigd te zijn.


Dag 2 in Khajuraho zouden we de beroemde tempels bezoeken. Begonnen als hobby voor reeds lang gestorven koningen bouwde ieder van hen minstens één tempel als beoefening van hun religie. Dit ging verder tot de Turken besloten hun land binnen te vallen en zo een halt toe te roepen aan alle kunsten die er beoefend werden. Door de jaren heen sneuvelden er meerdere exemplaren en kan hedendaags de schade opgemeten worden op 60 van de 85 tempels. De overige 25 zijn nu beschermd door UNESCO en zijn nog steeds prachtig.

In tegenstelling tot eerder bezochte tempels die vaak omringt zijn door huizen en bevolking staan deze in een groen park zodat elke tempel op zich goed kan bewondert worden. Deze tempels zijn bouwwerken waar minstens even veel tijd is gestoken in het ontwerpen van de buitenkant als in de binnenkant. Bijna elke vierkante centimeter wordt gevuld met beeldhouwwerken die het dagelijkse leven uitbeelden. De audiotour gaf een zeer interessante uitleg over de tempels hun geschiedenis en architectuur. Er werd ons gewezen op bepaalde taferelen en beelden, dit maakte het gemakkelijker om ons de geschiedenis en context uit die tijd in te beelden. Gebouwd 1000 jaar geleden maakt het toch een speciale plaats.


Naast de veelheid en pracht van de tempels speelt er nog een ander element mee in de bekendheid. Op de muren zijn er talrijke van licht tot zwaar erotische beeldhouwwerken te vinden. Om dergelijke taferelen in die tijdsgeest te plaatsen is niet gemakkelijk. Veel Europese geschiedkundigen konden moeilijk deze beelden in overeenstemming brengen met religie en verfoeide deze tempels. Meer ruimdenkend als veel hedendaagse pubers gaven deze beelden een extra dementie aan het bezoek. We hebben goed onze tijd genomen en geprobeerd om alles goed in beeld te brengen. Zo goed zelfs dat de camera het heeft begeven. We zullen eens kijken wat Delhi te bieden heeft op dit gebied want een wereldreis zonden camera spreekt mij niet echt aan. Dit defect buiten beschouwing gelaten was het een zeer interessant bezoek en de tocht zeker waard.


De Raneh watervallen waren gelegen op 18km buiten de stad en zo goed te doen voor een daguitstap. Ons hotel dat zou helpen met het vervoer was net als ons het gevoel voor datum en dag vergeten en was zo uit het oog verloren dat op een woensdag de watervallen gesloten zijn. Ik vroeg me af hoe ze zoiets doen maar ja. Toch even geverifieerd maar we moesten het hotel gelijk geven. De watervallen we zouden het bezoek een dag opschuiven en het oud dorpje intrekken. Hier kregen we een zicht op authentieker India. Kleine huisjes, spelende kinderen, koeien en vrouwen bezig met de dagdagelijkse taken. We werden aangesproken door een jonge twintiger en zijn broer die ons vroegen enkele woorden te vertalen in het Nederlands zodat hij kon bijleren. Zijn broer had zelfs een vriendinnetje in Nederland en hij liet ons de foto's zien. We werden uitgenodigd bij hun thuis voor een chai en geraakten in gesprek. Hij zou ons graag zijn boerderij laten zien wat verderop. We gingen mee en stopten onderweg voor nog enkele oude tempels. Gedurende de hele tijd blijf je wantrouwig en schommel je constant tussen vertrouwen en ongeloof. Je probeert het goede en oprechte te zien maar bent door India getraind op wantrouwen tot de rand van paranoïde gedrag. Ik vond het dan ook gemeend jammer toen we op de boerderij kwamen ons wantrouwen weer maar eens bevestigd werd door de vraag voor geld en hulp. Zijzelf die gekleed liepen in een Tommy Hilfiger hemd zouden met ons geld boeken en pennen kopen voor de kinderen. De leugens dropen er van af en teleurgesteld door hun bijbedoelingen zetten we samen de terugweg in. Het Indisch gedrag dat net iets te frequent afbreuk deed aan het geloof van oprechte goedheid van de mens begon ons tegen te steken en maakte ons zelfs kwaad. We zouden er niet aan toegeven en nog steeds het goede proberen zien maar de porties wantrouwen in onze gesprekken werden er niet kleiner op. De tuktuk met een kind op de achterbank die ons een gratis terugrit aanbood maakte de dag compleet wanneer ik de dag erna opmerkte dat dat kind onopgemerkt mijn kompassleutelhanger van mijn rugzak had genomen. We hadden stilaan genoeg van hun gedrag. Onze mensenkennis is verre van slecht maar we moeten eerder durven afbreken wanneer we geen totale oprechtheid voelen of zelfs maar wanneer we hieraan twijfelen. De oprechte Indiërs die mee de gevolgen dragen is een jammere zaak.

Na het even te laten bezinken zien we ook in hoe miniem de gevolgen maar zijn van hun gedrag. We zijn geen duizenden euro's kwijt en enkel 'maar' een sleutelhanger maar het gaat hem voor ons meer rond het principe. Het wordt op ons deze manier moeilijk gemaakt mensen te vertrouwen, iets wat we toch als waarde hebben meegekregen. Achja, dergelijke situaties maken de reis ook interessant en leerrijk. De constante pogingen tot bedrog proberen we uiteraard ook in zijn context te plaatsen van zekere armoede en cultuur maar dit is niet altijd even gemakkelijk, in het bijzonder de moment zelf.


Als laatste dag in Khajuraho zouden we dan de Raneh watervallen bezoeken. Het hotel bood een tuktuk aan voor 4,5€ die ons zou brengen, blijven wachten en terugbrengen. Vooral het terugbrengen was belangrijk aangezien er geen overvloed aan vervoer zou aanwezig zijn aan de ingang van het park en gezien de afstand was dit een eerlijke prijs. De rit er naar toe was op zich al de moeite. Altijd interessant om door landelijk India te rijden, er is altijd wel iets te zien of iets om je over te verbazen. Aan de ingang van het park begon de discussie die we dachten vermeden te hebben. De chauffeur wou 2 uur wachten terwijl er ons duidelijk 'zolang als we wouden' was beloofd. Het hotel had ook maar een tuktuk ingehuurd dus wij wisten niet wat er specifiek was afgesproken. Afspraak was afspraak, we trokken het park in en zouden wel zien of hij er nog was als we terugkwamen. 4 uur later vonden we hem terug al slapend op de achterbank. De blikken die we kregen waren erger als die van mij met een ochtendhumeur. Terug aangekomen in het hotel kreeg hij nog een waterkansje tot tevredenheid door te moeten antwoorden op de vraag hoeveel we hem moesten. Toen hij meer vroeg als afgesproken hebben we eens lekker ons gedacht gezegd en dat laten vertalen door het hotel in het Hindi. Ook hij zou niet meer gevraagd worden door het hotel en wij kregen excuses.


Gelukkig overschaduwden het park en de watervallen het gedrag van de chauffeur in een uiterst positieve zin. Een enorm rustige wandeling van 4km er naar toe bracht wat stilte in de Indische beleving. De watervallen liggen in een canyon die in juli en augustus overstroomd van het water. 2 maanden later is daar nog maar weinig van te bespeuren maar zie je wel een stuk ruwe en pure natuur. We trokken nog een stukje dieper het park in en besloten na een zelf uitgevonden uitkijkpunt maar terug te keren. De 10km lange wandeling in de hitte was een goede oefening voor wat er ons te wachten zou staan binnen een kleine week in Nepal.


Na nog wat gegeten te hebben in ons hotel deelden we een tuktuk met 2 Argentijnen naar het station. Het viel me weer op dat de vraag naar andere reizigers niet is: hoelang ben je op reis in India maar, hoe lang ben je al aan het reizen. Het geeft toch steeds een goed gevoel dat we niet alleen zijn die zo iets ondernemen.

Agra

De trein stond al klaar en al snel vonden we onze plaatsen. Onze avond werd opgevrolijkt door 2 Indiërs. Ze werkten beiden op de luchthaven van Khajuraho en waren op weg naar Delhi. De conversatie ging over verschillende aspecten van India en België. Al snel kregen we chips en hun zelfgemaakt eten aangeboden. Vooral de gepekelde mango (mommy made) was enorm lekker. Het werd compleet toen ze na een stop terug de trein inkwamen al gniffelend. Vrij puberaal lieten de dertigers ons een in krantenpapier gewikkeld pintje zien en boden dit ons aan. Alcohol dat hier gezien wordt als vergif is vrij taboe en wordt aanzien als marginaal. Een jammere zaak voor een 23 jarige toerist zoals ik. Geheel overtuigd van de camouflagetechniek van krantenpapier dronken we ze met veel smaak uit. Ik probeerde me voor te stellen hoe ik al mijn moed bijeen zou rapen in België om in het geniep een pint te gaan bestellen aan de toog. De Indiërs waren een zeer welkome afwisseling na de iets minder sympathieke Indiërs in de stad. Enorm gastvrij en vriendelijk en nog grappig ook.


Een uur te laat kwamen we om 3u 's morgens toe in Agra. Onze beloofde pikup was nergens te bespeuren dus namen we zelf maar een tuktuk. Aangekomen aan het hotel leek dit gesloten. Na toch iemand wakker gekregen te hebben, werd de deur opengedaan. Half autistisch bleef de man volhouden dat een boeking niet mogelijk was als het niet in het boek stond terwijl een mailverkeer van 3 mails dat volgens mij toch tegensprak. Geheel negerend van hun gemaakte fout kregen we toch een kamer. Een hotelletje van 7 kamers werkt in India volgens mij met minstens 20 mensen. Ik vraag me soms af hoeveel hiervan overbodig zijn en wat de gevolgen van deze aantallen net zijn op de efficiëntie.


In de ochtend was het Laura haar beurt om haar minder goed te voelen. De thermometer loog er niet om en gaf 102,4graden aan, Fahrenheit weliswaar maar dit komt toch nog overeen met 39,1 graden. Buiten hoofdpijn en misselijkheid geen darm of buikklachten dus dat was al goed. Een dafalgan later viel onze frank dat het waarschijnlijk een zonneslag was opgelopen tijdens onze wandeling. Cola, water, slaap en crackers en tegen de middag was het al wat beter en was gelukkig de koorts gezakt. Veel activiteit zouden we deze dag niet meer laten zien.


Een nachtje later werd ik jarig wakker. Als niet alledaags cadeau zou ik vandaag de Taj Mahal zien. Één van de zeven wereldwonderen waar ik toch al een tijdje naar uit keek. Gezien de temperaturen van Laura die wat twijfelachtig en wispelturig aan het stijgen en dalen waren zouden we het proberen rustig aan te doen. Ik denk dat de thermometer geen temperatuur kan weergeven die hoog genoeg is om Laura er van te weerhouden het wereldwonder te bezoeken. Eerst zouden we nog een bazaar opzoeken. Als ontbijt kochten we 2 chai's van een kreupele straatverkoper en terwijl de buffels zich naast ons zonder al te veel problemen een weg baanden in een smal en druk stadscentrum lieten we het ons smaken. De meeste mensen hebben nu eenmaal een reflex om plaats te maken voor 5 waterbuffels. Ik stond versteld van de dierlijke diversiteit in zo een druk stuk van de stad. Ratten, apen, honden, buffels,... het loopt er allemaal vrolijk door elkaar en net zoals de mensen gaat iedereen zijn eigen opgefokt gangetje.


Kort na de middag zette we de wandeling naar de Taj Mahal in. Een langgerekt park bood de nodige rust om er te geraken. Een man die na mij een hand te hebben gegeven (gebeurt hier vreemd genoeg wel meer) Laura wou voorzien van een handkus wist al snel hoe ze in elkaar zit. Misschien had hij te veel films gezien over Europa maar een 2de keer proberen zit er niet in denk ik. Onze opzet om het monument niet te zien voordat we echt aan de ingang zouden staan was tot zover gelukt. Het eten dat we nog snel besteld hadden voor ons bezoek was op en top Indisch, lekker maar pikant. Een lichaam dat moeite heeft om af te koelen eet volgens mij best niet al te pikant dus waren deze gerechten misschien niet de beste keuze.

Voor we het wisten was ons ticket gekocht, rugzak gecontroleerd en stonden we op het domein van de Taj Mahal. Iedereen weet hoe hij er uit ziet maar zoals bij veel dingen is het werkelijk zien toch een andere zaak. Ik geraakte er maar niet uit of ik het nu vrij klein of net een groots gebouw vond. Wanneer je bij vele gebouwen even wegkijkt en daarna het terug in je blikveld valt heb je niet meer het zelfde gevoel als bij het eerste zicht. Bij dit gebouw had ik het wel. Telkens ik even naar iets anders had gekeken en terug daarna het monument zag bleef het mij verbazen. Om de talrijke vooral Indische bezoekers te vermijden raden ze aan om tegen zonsopgang te komen, maar wie doet dat nu. Deze Indiërs maken het soms moeilijk om rustig wat foto's te nemen maar wanneer je je integreert en hun stijl toepast van het occasioneel duwtje lukt dit al snel. Om het de buitenlandse toeristen, die ook een pak meer moeten betalen, gemakkelijker te maken zijn er verschillende snellere routes voor 'high value tickets'. De wachtrij bestaande uit meer dan 500 Indiërs verandert zo al snel in 5 Engelse toeristen met het zelfde petje op. Binnen in het mausoleum van de moskee (en geen hindoe tempel) was het ook mooi maar ik prefereer sterk het zicht van buiten en nog liefst van op een afstandje. Het was een jammere zaak dat India sinds we in Agra waren toegekomen was gehuld in een laag smog waar we in België nieuwe verkeersborden voor zouden moeten uitvinden. Een heel dikke laag zichtbeperkende mist die geen mist was gaf niet bepaald de lichtinval waarin je de Taj Mahal wilt zien. Om 3u 's middag met blote ogen recht in de zon kunnen kijken geeft het een beetje weer. Aan de andere kant geeft dit een realistisch hedendaags beeld van India. Een prachtig 400 jaar oud wit monument dat hier ooit prachtig moeten heeft staan schitteren in de zon staat nu omringt door een sterk vervuilende stad. Na een paar uur te hebben rondgelopen besefte ik wel maar al te goed waarom hier meer dan 10miljoen bezoekers komen per jaar. De moeite.


De koorts was uitputtend voor Laura en tegen de avond gingen we iets gaan eten met zicht op de Taj Mahal. Ook niet alledaags. Na zonsondergang verdween dit zicht al snel en na goed gegeten te hebben lieten we ons naar ons hotel rijden. Na alle leuke verjaardagswensen te lezen via de mail en facebook deden de vermoeidheid en de nood om zo snel mogelijk te recupereren ons al snel in bed kruipen. Een leuke verjaardag.


Onze laatste dag in India zou vooral bestaan uit reizen. De trein naar Delhi kwam een uur te laat aan en zette ons zo ook een uur te laat af in Delhi. Het wederzien van mijn rugzak die ik 3 weken verweesd had achter gelaten in ons hotel maakte me blij. Laura zou nog wat bijslapen en ik zou op zoek gaan naar Gaffar market. Naar Nepal vertrekken zonder camera zou een doodzonde zijn dus zou ik er ons één gaan aanschaffen op de grijze markt. Een walhalla voor elektronica fans. Smalle straatjes gevuld met winkeltjes van 4m², sommige zelfs te klein voor de tv's die ze verkopen, gevuld met duizenden mensen die zoeken achter het beste koopje. De nieuwste gsm's worden er verkocht aan groothandel prijzen en wie het echte product te duur vindt, kan gemakkelijk gaan voor het copy model van 40€. I phone 5's worden er verkocht aan de lopende band. Als je hard genoeg zoekt kan je zelfs reeds een I phone 6 vinden denk ik. Ikzelf vond al snel wat ik zocht en kocht een beginnersmodelletje van een spiegel reflex camera. Niet spotgoedkoop maar een goede prijs vergeleken met België en geen copy. Na 8 banken afgelopen te hebben vond ik er eindelijk één die meer als 100€ kon geven. Blij met de aankoop ging ik na een hele tocht terug naar het hotel. Na de laatste keer samen met Laura door onze straat vol winkeltjes te hebben gelopen en het hebben aangeschaft van nog enkele souvenirs gingen we ons laatste Indisch eten. De chicken tandoori was eindelijk een feit. Na een vrij humoristisch skype gesprek met een Sombeekse scoutsgroep en het maken van onze rugzak kropen we in ons bed. 8 uur de volgende morgen zou onze taxi klaar staan. Afscheid van India, klaar voor Nepal!


Sint-Niklaas, Moscow & Transsiberische Express

Vertrek


Hoe doe je dat, gaan wereldreizen? Stap je op de eerst aankomende trein met je 'Go Pass' en niets meer dan een rugzakje met 2 suikerwafels of pak je het iets meer gestructureerd aan? In ons geval herinner ik me maanden planning die gevuld werden met talrijke uren rond surfen op het internet, eindeloze folders bekijken van organisaties die onderling competitie leken te voeren hoe de hoogste prijs aan de mooiste foto te koppelen en het gedetailleerd bestuderen van onze wereldbol die we voor de handigheid hadden aangekocht op A0 formaat. Met al deze informatie groeide de drang om te vertrekken maar ook om het zelf te plannen.

Gestaag maar zeker verkregen we de structuur en kwamen we tot een planning die te herleiden viel tot een rode lijn op onze kaart. Deze vertrok naar rechts, viel er even af en kwam links terug tevoorschijn tot ze terug heelhuids in zijn beginpunt toekwam. We zouden dit doel delen.


Alles leek voor een lange tijd veraf. Tien maanden op voorhand contact leggen met een Nepalese reisorganisatie voor het plannen van een tocht naar het 'base camp' van wat blijkt de hoogste hoop stenen van de wereld te zijn is niets vergeleken met het besef het ook nog te moeten doen. Hoe meer de planning en het budget vorm kreeg, hoe minder tijd tot vertrek er restte.


Tot op een gegeven moment dat je voor je lege rugzak staat en de opdracht aangaat deze net vol genoeg te stoppen zodat je zes maanden lang bent voorzien van kledij en materiaal. Niet zo een gemakkelijke opdracht leek achteraf maar waar we desalniettemin mooi zijn in geslaagd. Met de gevulde rugzak restte er nog enkel afscheid te nemen van de mensen rondom ons en hun te verzekeren van een regelmatig terugkerend woordje ter geruststelling. Een afscheid van toch heel wat mensen dat ondanks het slecht voor zes maanden is toch niet moet geminimaliseerd worden.


Talrijke mensen hadden het ons voorgedaan. De huidige communicatie- en reiskanalen zijn niet te vergelijken met pakweg 5 jaar geleden maar toch bleef het voor ons een stap in het duister. Wat staat er ons te wachten, wie gaan we ontmoeten, hoe gaan we er geraken, gaan ze ons begrijpen? Deze samen met ruw geschat nog een kleine honderd andere vragen speelden door de hoofden.

Dit alles hoorde uiteraard bij het avontuur en geen avontuur zonder spanning en onzekerheid.


24 september, een dag die we hadden gedeeld met iedereen die het horen wou en die genoteerd stond in onze agenda's als 'vertrek'. Half 11 stond er op onze boarding pass maar het eigenlijk begin was al een paar uur aan de gang. Half 5, een overbodige wekker (wie kan er wel slapen met zo een dag in het vooruitzicht), laatste glas fruitsap leeggedronken en een nog niet goed wakkere witte loebas gedag gezegd om ons tegen half 6 naar Sombeke te begeven. Weer een afscheid gepland. Linda, Rik en niet te vergeten de bruine kleine viervoeter uitgezwaaid. De gps maande ons de E17 op richting Düsseldorf. Een stem die we 2uur lang zouden volgen. Zonder enig oponthoud de vertrekhal van de 'Flüghaven' bereikt wat ons nog tijd gunde om een koffie te nuttigen met een croissant. Wie wist hoelang we deze twee zaken zouden moeten missen. Half 10 het onvermijdelijke afscheid met de ouders en weg waren we. Bijna een surrealistisch gevoel vol spanning en verwachting. De wereld rond. We zouden wel zien hoe je dat moet doen.

Moskou


11km zakken in minder als een uurtje en voor je het weet sta je op de grond. Je kent dat wel. Iedereen die de interne drang heeft om als eerste uit het vliegtuig te zijn om elkaar dan toch terug tegen te komen aan de bagageband. Voor we onze rugzak konden gaan zoeken wachtte er ons nog een tiental minuutjes aanschuiven voor wat bleek de paspoortcontrole te zijn. De wilde verhalen van sovjet uitziende dikke russen werden bij ons ingekleurd door een jong vriendelijk maar aandachtig kijkend Russische juffrouw. Zonder probleem het land in, het is ooit anders geweest denk ik.


Onze rugzak lag ons al braaf op te wachten naast de bagageband. Geen idee hoe die daar gekomen was maar wat deed dat er toe. Zwaar gepakt onze weg naar het hostel aangezet. We zouden de mensen die ons zouden helpen op deze tocht moeten kunnen betalen dus zochten we een bankautomaat. Met onze eerste Roebels in handen volgden we de aanwijzingen 'aeroexpress', één van de weinige dingen die we wel konden lezen. 320 Roebel per persoon en 40 minuutjes later sta je in de rand van de Russische hoofdstad. Wat ons direct bij de volgende zoektocht bracht, vind de juiste metro en geraak aan het metro station 'Tverskaya'. Dat dit ondergronds net van perrons en wagons dagelijks ongeveer 6 miljoen mensen vervoert, illustreert de drukte in de stations. Voorbereid als we waren haalde we ons metroplan gedrukt op A3 boven. Wie denkt met Engels ver te komen ziet al snel zijn fout in. Alles is in het Russisch geschreven wat leidt tot zelfs 'code'-achtige namen van metrostations die zelfs met ruime verbeeldingskracht niet lijken op de namen op ons Engelstalig plan. Dan maar creatief denken. 17U, de meeste mensen hebben gedaan met werken en gaan dus de stad uit. Wij moeten de stad in dus nemen best de metro in ander richting. Correct! Al vlug zijn we op de bestemming. Of toch nog niet helemaal. De laatste 2 kilometer nog. Deze zouden we te voet doen met de vingers in de neus moesten we ten minste weten waar we boven de grond waren gekomen. We wagen ons kans bij één van de talrijke agenten die in het straatbeeld present is en verlaten wijzer het gesprek als begonnen. Grote straat over, park voorbij, rechtsaf en bestemming bereikt. Het klopt nog ook.

Ons eerste hostel, stel het je voor als een kot met een enorm gezellig ingerichte gemeenschappelijke ruimte en keuken maar dan met een kleine receptie en steeds wisselende kotgenoten. Dergelijk hostel heeft een sterke wereldwijde aantrekkingskracht, wat je al snel merkt aan het allegaartje van nationaliteiten. Voertaal Engels en contact wordt snel gelegd.

In de avond snel het plaatselijke buurtwinkeltje bezocht voor de eerst en zeker niet de laatste fles vodka en wat versnaperingen. Het stad zouden we de volgende ochtend intrekken.


Een gratis tour van enkele uren in het centrum van Moskou, dit konden we ons niet laten passeren. Voor ons vertrek vangen we op dat twee Duitse studenten uit ons hostel deze tour ook op de agenda hadden staan. Met ons vieren gaan we op zoek naar het beginpunt. Eens gevonden wachten we op nog enkele andere toeristen maar al gauw zetten we aan. De gids leidt ons naar enkele van Moskou's bekendste plaatsen. Het rode plein, Sint Basil's Cathedral (die met die aladin uitziende gekleurde torentjes) en het Kremlin zijn maar enkele zaken waar de gids de tijd voor neemt om een woordje uitleg over te geven. We aanhoren alles en proberen ons een beetje in te leven in de periodes waarin de eerste steen van deze gebouwen oorspronkelijk is gelegd. Beetje moeilijk met duizenden auto's en foto's nemende toeristen rondom ons. Naar het einde van de tour raadt de gids ons een plaatselijk restaurantje aan. Gezien de betrouwbaarheid van eerder verkregen informatie besluiten we ook hier de gids te vertrouwen op haar woord en gaan we op zoek. Arbat street, één van de zeldzame autovrije straten in Moskou en gegroeid uit een oude woonwijk van handelaars die van verafgelegen gebieden hun goederen kwamen aanbieden in de hoofdstad. Een door Lonely Planet aangeraden plaats waar het zou bruisen van activiteit. Gezien het frisse maar gelukkig droge weer viel deze activiteit wel wat tegen. Deed er ook niet toe want wij kwamen om te eten.

Moo Moo zou ons ons eerste Russische gerecht serveren. Binnen zat het goed vol. Zie het als een Russisch Fast Food. Maximum 10min na je intrede heb je, indien je de Engelstalige kaart hebt gevonden, je gewenste gerecht voor je staan. Ik koos voor iets wat later bekend stond als 1 van de 5 meest ondergewaardeerde gerechten van Rusland, Pikalini (lijkt op ravioli zonder saus) en Laura voor een kazig soort hamburger.

We vertoefden nog steeds in het gezelschap van de twee Duitsers. Hiermee hebben we dan ook de middag mee doorgebracht in de vorm van een kathedraalbezoek. Als avond eten snel wat chicken nuggets in de over gestampt. In combinatie met een soort aardappelsla was dit best te pruimen. Het eerste contact gelegd met het thuisfront (de skype lessen op de verschillende fronten hadden gewerkt!) en ons gemengd in de slaapzaal tussen 12 anderen.



We hadden het Kremlin nu al vanaf de buitenkant beschouwd maar wilden dit ook intern zien. Dit leek de Duitsers ook een goed plan dus trokken we al naar goede gewoonte samen op. Ticket gekocht met korting dankzij onze studentenkaart. Weten zij veel dat we deze reis een beetje als afstudeerproject zien. Een Rus met humor die ons bij het binnengaan vraagt of we granaten of vuurwapens op zak hebben, een metaaldetector passeren en we zijn binnen. Het kremlin omvat toch een pak meer plaats als het van buiten doet uitschijnen. Het eerste wat we tegenkomen is een oorlogsbuit uit 1812. Napoleon verloor toen bij zijn terugtocht na een mislukte poging om Moskou te veroveren 8000 paarden aan ziekte en de honger van soldaten met als gevolg onvoldoende trekkracht te bezitten voor zijn 800 kanonnen. Deze liggen nu mooi opgestapeld in het Kremlin en herinneren de Russen aan hun overwinning. Zo een geheugensteuntjes vind je wel meer in de hoofdstad. Er is een zekere trots aanwezig over hun oorlogen en het militaire speelt een zichtbare rol in het straatbeeld.

Soit, terug naar het Kremlin. Achteraf een zeer vreemde combinatie van politiek, religie en cultuur. Elke bezoeker mag de kerken en dergelijke bezoeken maar één verkeerde stap in de richting van Poetin zijn bureau en je wordt vriendelijk teruggefloten. Al bij al zeker de moeite.

Na toch enkele uren te hebben vertoefd binnen de oeroude muren, is het reeds tijd om terug te keren naar het hostel om onze vriend Vlademir te ontmoeten. Na herhaaldelijk contact via mail over onze treintickets van de transsiberische-express zouden we hem nu in levende lijve ontmoeten naar aanleiding van wisselgeld. Vriendelijke man die maar niet begreep waarom we 5 dagen op een trein zouden zitten om naar Mongolië te gaan. Wat viel daar nu te beleven? Een vraag waar we hem nog geen antwoord op konden voorzien.


's Avonds zouden we de Russische keuken zelf nabootsen in ons Hostel. We kochten zaken in de winkel waarvan we niet direct wisten wat ze waren maar toverden ze toch om in iets eetbaars. Lekker? Niet bepaald. Geprobeerd? Da's zeker da.


De avond was nog jong en verscheidene mensen hadden ons aangeraden om de universiteit te bezoeken aangezien deze prachtig verlicht zou zijn. Niets was minder waar. Leuven staat in de top 100 van meest kwalitatieve maar deze staat zonder twijfel in de tot 10 van de grootste. Kortweg imposant. Op een iets verder gelegen boulevard waren verwende studenten hun luxeauto's aan het vergelijken met elkaar op snelheid. Grappig hoe dit voor de ogen van enkele combi's was maar deze leken er zich niet al te druk om te maken. Deze plaats voorzag de bezoekers ook van een prachtig overzicht van nachtelijk Moskou. De uitstap zeker waard keerden we 'hostel'waarts. Citytrippen, het klinkt lui en relaxend maar kan enorm vermoeiend zijn. Maar wat langer slapen dan...


Derde en laatste dag in de hoofdstad. In de avond zou onze 6306km lange treinrit beginnen. Volgens verscheidene 'city manuals' en lijstjes 'top 15 things to do in Moscow' hadden we reeds een mooi lijstje waar we een vinkje achter konden zetten. Het zou een rustig dagje worden waarin we voldoende tijd zouden nemen ter voorbereiding van de treinrit. Je neemt nu eenmaal niet elke dag de transsiberische express.

Eerst onze laatste bezienswaardigheid in Moskou gaan bezoeken. Het Gorky park. We zouden er te voet naartoe gaan wat ons toch rond de 7km opbracht. Zo zagen we ook weer een ander stuk van de stad naast de donkere tunnels die de metro te bieden heeft (al moeten we hieraan ook toevoegen dat de metrostations op zich stuk voor stuk pareltjes zijn). De wandeling was interessanter dan het park. Tegen de avond in festival modus gaan winkelen, noodles, instant puree, chips, cola en uiteraard een flesje vodka. Alles wat recent was aangekocht mee ingepakt in onze rugzak, een fenomeen dat we wellicht vrij beu gaan geraken hoe verder de reis vordert.

Het aankopen van de noodles had ons zin doen krijgen in een laatste keer gekookt eten voor een kleine week. Op aanraden van ons hostel hebben we dan een goedkoop Oekraïens restaurantje bezocht. Rekening betaald en de weg naar het station kon beginnen. Een geluk dat we ons hadden geïnformeerd want in tegenstelling tot Sint-Niklaas heeft Moskou alleen al in de buurt van ons vertrekpunt 3 stations. Aan het juiste station aangekomen was het nog het juiste spoor vinden, het werd het derde. De strenge paspoort en bagagecontroles waar soms sprake van is, leken ook wat vergezocht.

Eens op de trein bleken we de trein te delen met een Siberiër (of hoe zeg je dat) en een schuchter meisje. Na wat geprobeerd te hebben conversatie te voeren lazen we nog wat Humo en gingen we onze eerste nacht tegemoet op de trein. De eerste van de 5.

De Transsiberische Express


Hoe beschrijf je 5 dagen op een oppervlakte van maximaal 4m² die onophoudelijk heen en weer wiegt en die je bovendien alle oriëntatie van plaats en tijd doet verliezen. Alle klokken in de trein en in stations geven Moskou tijd aan maar ondertussen rijden we wel doorheen 5 tijdzones. Probeer je innerlijke klok dat maar eens wijs te maken.

Een ervaring is het zeker wel. Je vertrekt in een miljoenenstad maar begeeft je naar Siberië en Mongolië, niet bepaald de meest bewoonde en gekende plaatsen van de wereld. Elke ochtend was het wakker worden in een ander landschap. Dit begon vooral met een enorme hoeveelheid aan bomen en bos maar liep langzaam over in graslanden en weidse vlakten. Dankzij deze uitzichten werd, naast het schrijven van dit stuk, naar buiten kijken één van de hoofdactiviteiten op de trein. Deze werden aangevuld met eten, kaartspellen, lezen en afleveringen van bekende series.


De stops waren dan ook een welkome onderbreking. Afhankelijk van de grote van het dorp moest je je ofwel zelf begeven naar de kiosken ofwel werd je overstelpt door de plaatselijke vrouwen die je elk apart wilde overtuigen van de kwaliteit van hun producten. Onze interesse werd meer getrokken door deze laatste. Achteraf bleek dat dit enorm kon meevallen (authentiek gerookte vissen en karamel pannenkoeken) maar zeker ook het tegenovergestelde (kaviaar koekjes en gehakt pannenkoeken).


Na het soms wat moeilijker te verteren eten probeerden we ons aan te passen aan de plaatselijke tijd om in Ulan Bator toe te komen zonder al te veel vermoeidheid. Dit hield in vroeger naar bed en niet te lang proberen slapen. Het eerste was vaak succesvoller als het laatste. Normaal gezien is slapen niet één van de activiteiten waar ik het moeilijk mee heb maar op een voortdurend schokkende trein viel dit toch tegen. Vanaf de tweede dag hadden we de coupé voor ons alleen dus hadden we in de dag ook nog tijd om lang uitgestrekt een dutje te doen.


Na 4 dagen blijkt dat Rusland gemakkelijker binnen te geraken is dan uit. Een paspoortcontrole op de Russische – Mongoolse grens van niet minder als 3 uur staaft dit. Geen idee wat ze er mee doen maar de personen in uniform komen je paspoort ophalen, verdwijnen en geven het een lange tijd later terug. Iets wat je ook snel vergeet eens je terug vertrokken bent.

Morgenvroeg half 7 ( 00u30 Belgische tijd) staat er ons hopelijk een Mongool (11 dagen lang een geoorloofd binnenpretje) op te wachten op het Perron. Klaar voor het hoofdstuk Mongolië.

Ulaan Bataar & Gobi dessert

Ulaan Bataar.


Er zijn leukere manieren om wakker gemaakt te worden dan een ongeduldige Russische vrouw die er op staat dat je dromenland verlaat. Onze zelf gezette wekker stond pas een half uur later. Dan maar met een ochtendhumeur het laatste half uur van de treinrit naar buiten staren. Op deze manier zagen we Ulaan Bataar te voorschijn komen. Stipt half 7 stopt onze trein in het station en zoals beloofd staat er ons iemand op te wachten met een bordje 'UB guesthouse'. Onverstaanbaar probeert hij 'Laura' uit te spreken. Wij knikken maar van ja.

Hier werd ons het eerste gebrek van de Mongolen duidelijk, het gebrek aan rekenvaardigheid. Acht personen die moeten opgepikt worden is in westerse termen niet gelijk aan 1 auto. Gelukkig wordt er zonder al te veel moeite een taxi bijgehaald en kunnen we in ware 'fast and the furious' stijl naar het hostel vertrekken. Lijnen zijn niet te herkennen op het wegdek en zelfs als ze aanwezig zijn worden ze straal genegeerd, net zoals de verkeerslichten. Voetgangers lijken opgejaagd wild die van het wegdek worden gejaagd. Hun rijstijl werd vijfhonderd meter na het station al duidelijk in de vorm van een omgekanteld busje. Het zou oppassen worden om deze stad zelf als voetganger te beleven.


Blijkbaar is Ulaan Bataar ook niet onderverdeeld in straten maar in een soort districten, wat het moeilijk maakt voor adressen en zo ook voor taxichauffeurs om die adressen te vinden. 20 min later bereiken we dan toch het hostel dat slechts 2,5km van de trein lag. Heel anders dan het hostel in Moskou maar we zitten dan ook reeds meer als 6000km verder. Voor de prijs moesten we het niet laten om een 'double room' te boeken in plaats van een slaapzaal. Het was in deze alles behalve luxueuze plaats een enorme luxe na de trein.


Onze eerste dag Ulaan Bataar kon beginnen na het uitpakken van de rugzakken en het rondhoren voor een tour. We hadden nog niets gepland en nu we hier toch waren zouden we ook wel iets van het land willen zien. Bij de voorbereiding van de reis hadden we verschillende bureaus gevonden die zich niet schaamden om soms meer dan tweeduizend euro voor een 10 daagse rondreis in Mongolië te vragen. We zouden dan maar wachten tot we ter plaatse iets zouden vinden dat beter overeen kwam met ons budget. Ons hostel bleek ook dergelijke tours aan te bieden. Een blik op de reviews die te vinden waren op het internet en de prijs deden ons al snel beslissen. We hadden geluk, 2 dagen later vertrok er een tour naar de Gobi woestijn voor 7dagen. Onbekend maar je weet wat het spreekwoord daar over zegt. Een paar dagen later zouden we al een heel stuk wijzer zijn. Slapen in ger's, traditioneel eten, landschappen, het was allemaal inbegrepen. Alles viel weer mooi op zijn plaats en we konden met een gerust hart Ulaan Bataar intrekken.


Of toch semi-gerust. De hoofdstad blijkt niet de veiligste stad te zijn. Niet enkel door zijn alom aanwezige wegpiraten maar ook door de gauwdieven en onveilig nachtleven. Langs verscheidene kanten werden we hier op gewezen dus hielden we hier uiteraard ook rekening mee. Weinig geld op zak, alles achter de ritssluiting en iedereen die wat verkeerd naar je zakken kijkt toch een tikkeltje wantrouwen. Achteraf gebleken, buiten een ietwat vreemd kijkende man op straat die ons wat minder tof vond, hebben we hier geen problemen mee gehad.


Ulaan Bataar is veruit de lelijkste hoofdstad waar we ooit geweest zijn. Afval is wijdverspreid, gebouwen zijn vervallen, straten niet afgewerkt, noem maar op. Misschien is het de hoofdstad geworden van Mongolië simpelweg door gebrek aan andere steden. Met moeite vind je 10 km buiten de hoofdstad nog een asfaltweg. De lokale bevolking is ook niet bepaald vriendelijk en meer dan ooit werden we bekeken als zeldzame attracties. Veel toerisme kent Mongolië dan ook niet. Op zich ook wel eens een ervaring.


In deze lelijke stad hebben we dan toch alle plaatsen die min of meer het bezoeken waard waren opgezocht. Het kaartje verkregen in het hostel met daarop mooi in het rood omcirkelde plaatsen hielp ons daarbij. De hoofdstraat afgewandeld, het centrale plein bezocht en het Monastery bezocht. Dit laatste was effectief ook de wandeling er naar toe waard.


Mongolië staat bekend voor zijn dinosauriërs (weetje van de dag). In de Gobi woestijn zijn 1000den fossielen gevonden van deze beesten die er 75 miljoen jaar geleden rondliepen. Enkelen hiervan zijn nog te bezichtigen in het natuurhistorisch museum van Ulaan Bataar. Waar anders? Dit wouden we zien. Een museum dat qua gebouw en interne inrichting een schande zou zijn in onze omgeving. De keurig terug samen gezette beenderen van de dino's waren daarentegen wel de moeite. Vooral de 2 voorpoten van een dino (de rest is nooit gevonden) van elk 4 m lang en klauwen van 30cm elk waren intrigerend.


Met foto's op ons netvliezen van lokale keuken die we zouden geserveerd krijgen op de tour kwam onze westerse kant terug boven en zijn we de eerste dag een hamburger gaan eten met gefrituurde aardappelen (noem het aub geen frieten!). De 2de dag zijn we het iets dichter bij onze locatie gaan zoeken en hebben we een noodlerestaurant aangedaan.


Met alle hoogtepunten van de stad achter de rug , en dit in minder als 2 dagen, konden we ons voorbereiden op de Gobi.


Gobi


9u was het afgesproken vertrekuur. Met vijf stonden we klaar. Onze 'driver & cook' pikten ons op aan het hostel. Dit klinkt luxueuzer dan het is. De chauffeur is gewoonweg een noodzaak gezien de toestand van de weg die er vaker niet was dan wel en het totale gebrek aan wegaanduidingen. De kok was eerder een noodzaak voor de chauffeur. Met wie anders zou hij 7 dagen lang Mongools kunnen praten. Er was ons verzekerd dat de chauffeur net genoeg Engels kon om ons te begeleiden. 'Eat', 'sleep' en 'no' zijn slechts 3 woorden uit het 50 tellende assortiment dat hij rijk was. Maar geen probleem, er zijn meerdere manieren om te communiceren dan enkel taal.

Met trots toonde hij ons het busje waarmee we deze tour zouden ondernemen. Een uitvinding van de Russen. Comfort 0 maar enorm praktisch en uitzonderlijk geschikt voor het landschap. Hij had er dan maar zelf aan geknutseld en zetels, isolatie en verwarming ingezet. 9 jaar oud zij hij maar hier had ik zelf sterk mijn twijfels bij. Op 2 lekke banden na heeft het wel 7 dagen lang zijn plicht vervult zonder al te grote problemen. Wat een 'machien'.


Dit busje deelden we met 3 andere passagiers. 2 Chilenen en 1 Spanjaard, allemaal eind de 20. 7 dagen lang een busje en een tent delen met onbekenden is een gok. Een gok die voor ons positief is uitgedraaid. Stuk voor stuk grappige mensen die met hun reiservaringen ons als een groentje deden voelen. Met hun 3'en hadden ze minstens de helft van de wereld reeds gezien. Leuk om zo tips en verhalen op te vangen over landen die wij nog zouden aandoen. Zo werden ook de donkere momenten na zonsondergang in de tent goed gevuld. Op deze manier werden humor en biertjes een leuke rode draad doorheen de trip.


Het beschrijven van de trip probeer ik nu reeds een tijdje uit te stellen wegens de moeilijkheidsgraad.

Eens je de stad uit rijdt; word je verbaasd door het land. Kliffen, uitgebreide vlaktes, duinen, sneeuw, … het heeft het allemaal. Ik denk dat de foto's het beter laten zien dan ik het ooit zou kunnen beschrijven. Het ene stuk natuur deed me nog meer verbazen dan het andere. Vooral de ongereptheid en puurheid. Nergens anders toeristen te bespeuren (we zijn er maximum 20 tegen gekomen) en zelfs amper inmenging door menselijke hand.


Alle plaatsen beschrijven waar we langs of naartoe zijn gereden is onmogelijk. Ik weerhoud er toch enkele.

Op de 2de dag stopte 'Gana', zo heette onze chauffeur, ergens waar het werkelijk vreemd was. Na 10 minuutjes weg te wandelen kon je echt zeggen dat je 'the middle of nowhere' had gevonden. Werkelijk niets buiten een steenachtige ondergrond in alle mogelijke richtingen dat je maar je blik kon werpen. Even nadenken over de plaats waar je je bevond op de wereldbol in combinatie met de stilte was het iets om zelf stil van te worden.


De 4de dag was een dag van uitersten. In de morgen konden we vanuit onze tent een 127 km lange zandduin zien liggen aan de rand van het steppe/steenachtige gedeelte van de woestijn en een paar uur later keken we aan tegen licht besneeuwde rotsen in een vallei. De duin ligt dicht bij de grens met China en hebben we bezocht zittend tussen 2 bulten, die van een kameel wel te verstaan. Het zicht vanop deze zandheuvel op de vlaktes die Mongolïe te bieden heeft is ook zoiets wat een foto beter kan vertellen dan ik.

De vallei was een mooi stuk gebalanceerde natuur. Over de grond liep het vol met kleine konijnachtige diertjes, pica's genaamd, terwijl er in de lucht vrolijk enkele arenden rondvlogen. Natuur het kan mooi zijn. Al hebben we op deze trip ook zijn andere kant gezien. Gebrek aan water en ijskoude winden zorgden voor gure omstandigheden. Voor dieren is het ook niet gemakkelijk te overleven. De talrijke karkassen en beenderen verspreid over het land gaven duidelijk de impact weer. Ook kerngezonde dieren konden het moeilijk hebben. Dit werd duidelijk tijdens de rit van de 6de dag. Na enkele uren hobbelend rijden door het niets zag Laura in de verte een geïsoleerde soort gazelle, maar dan kleiner, rennen voor zijn leven. Dit bleek ook terecht wanneer er van boven ons busje opeens een arend te voorschijn kwam die de achtervolging inzette op dit beestje. Na een paar keer ontglipt te zijn van zijn klauwen verdwenen beide dieren achter een heuvel. We hebben ze niet meer gezien. National Geographic maar dan live.


Tussen de landschappen en busritten door werd er ook geslapen en gegeten. 2 zaken die ik normaal enorm weet de waarderen maar hier soms te wensen overlieten. Al het eten was reeds meegenomen uit Ulaan Bataar, echte winkels kwamen we dan ook niet tegen onderweg, en moest klaargemaakt worden op een klein gasvuurtje in de koffer van het busje aangezien het buiten te winderig was. Dit vertaalde zich dan ook in de kwaliteit. Pasta of rijst in een soort soep met steeds aardappelen, wortel, ajuin en kool. Nu klinkt dit misschien niet slecht maar de Mongoolse keuken weigert permanent het gebruik van kruiden. Smaak was, zoals alles in de Gobi, dus ver te zoeken. We hadden gelukkig zelf nog de nodige versnaperingen uit de stad meegenomen.

De traditionele tenten (de ger's) waarin we sliepen hadden standaard 5 bedden, een klein tafeltje en een hout/mest stoof. 's Nachts was er geen + te bespeuren in de temperaturen dus maakten we van dit laatste goed gebruik. Zo ging het van te doen koud naar enorm warm naar vriezen naar zonsopgang. Quasi onmogelijk om u gepast te kleden en te verwikkelen in slaapzakken. De 6de en laatste nacht had ik eindelijk de techniek van 3 lagen slaapzakken, thermisch ondergoed en muts onder controle. Jammer dat ik deze kennis niet zou kunnen herhalen.

Toegegeven, de koude en maaltijden verdwijnen in het niets wanneer je 's morgens door het deurtje stapt, de zon ziet verschijnen over de vlakte, een kameel in stilte naar zijn kudde ziet wandelen en beseft dat je de enigste tent was in waarschijnlijk meer dan 100km².


De Gobi, wat een plaats. Ruw maar prachtig. 7 dagen waren genoeg maar het zal een stuk land zijn waar we nog vaak aan zullen terugdenken. Na 2 dagen bekomen te zijn in Ulaan Bataar en afscheid te hebben genomen van de gemaakte vrienden klaar om naar India te vertrekken!


New & Old Delhi

5 voor 9 de vraag krijgen wanneer we weer juist de airport taxi hadden besteld wanneer deze binnen 5 minuten zou moeten arriveren is geen geruststellend begin van de dag. Gelukkig had de chauffeur het beter onthouden als de bazin en konden we op tijd vertrekken naar Genghis Khan airport. De laatste rit in Ulaan Bataar. Na probleemloos ingecheckt te zijn, onze laatste Torgots uitgegeven aan mongolenboterhammen. Wie kon er zich een beter afscheid van een land bedenken.


Na enkele uren vliegen ontdekten we aan de goede kant van het vliegtuig te zitten, met zicht op de Chinese muur, de verboden stad en het olympisch stadium van weer enkele jaren terug. Weliswaar vanop een hele afstand konden we deze plaatsen toch herkennen. In Peking airport moesten we 8uren zien te doden. Enkele Humo's, wandelingetjes en dutjes later bleek dit niet zo moeilijk te zijn. Aan onze gate zagen we de eerste Indiërs verschijnen.


Na een stipt vertrek begon ik de maatschappijen er van te verdenken mijn naam te koppelen aan zitjes aansluitend op die van kleine kinderen en vervelend lawaai makende mensen. Er zijn nu niet echt noemenswaardig veel plaatsen in een vliegtuig om naartoe te vluchten. Dan maar oortjes in en ondergaan. Half 5 in de morgen biologische klok en 2u plaatselijke tijd geland in Delhi airport. Onze pickup die ons door dit walgelijke uur waarschijnlijk verwenste was mooi op post. In de aankomsthal werden we nog tegengehouden door een Indiër die er op wees dat we nog taksen moesten betalen en dat toevallig onze 2 namen op de lijst verschenen van passagiers waarvan dit nog niet in orde was. Een gezonde portie wantrouwen, de vraag wie hij eigenlijk was (ondanks zijn mooi gemaakte pasjes en badges) en of hij ons naar zijn bureau wou brengen zorgde al snel voor minder hebberig gedrag. Het proberen om langs alle mogelijke manieren geld uit je zakken te krijgen zou een dagdagelijks fenomeen worden tot soms grote ergernis als gevolg. Onze chauffeur die deze poging tot bedrog ongemoeid liet, bracht ons in een half uurtje naar ons hotel. Het weggedrag was er jammer genoeg niet op gebeterd in vergelijking met Mongolië. Het goede nieuws was dat hier het gebruik van fooien wel kon worden gebruikt als teken van tevredenheid. Er naar fluiten kon hij dus.


De straat waarin we werden afgezet zou in België door de civiele bescherming worden afgezet wegens besmettingsgevaar. Wisten wij veel dat volgens Indische norm deze straat nog een toonvoorbeeld was. Het kon ons ook weinig schelen, we wouden slapen achter deze vermoeiende dag. Morgen zouden we wel zien. We kregen een knalroos kamertje met niet veel meer als een bed. Kwam goed uit want veel meer wouden we ook niet. Slaapzak was wegens de voor ons plotse hitte niet nodig.


Na toch een aantal uurtjes slaap zouden we Old Delhi intrekken. De vuile straat voor ons hotel was nog steeds vuil maar bruiste nu wel van activiteit. Koeien, brommers, mensen, tuktuks, fietsen, … alles door elkaar en iedereen om ter eerst. Een hels lawaai maar ook een zekere gezelligheid. Main Bazaar road zoals de naam het zelf zegt, staat vol met kraampjes, kleine hotelletjes, winkeltjes, noem maar op. Iedereen zegt vriendelijk 'Namaste' al ben ik vrij zeker dat dit een bijbedoeling heeft.

Ik kan met zekerheid zeggen dat je deze straat 100 keer kunt doorwandelen en je telkens weer iets nieuws zult ontdekken.


We hebben ons dan maar een weg gebaand naar het treinstation. De rest van onze trip zou per trein gebeuren en daar hadden we tickets voor nodig. Onvoorstelbaar hoeveel keer je wordt aangesproken door Indiërs die je er van willen overtuigen dat het bureau voor buitenlanders dicht of gebombardeerd is en dat je nu ergens anders je tickets moet kopen, hun bureautje uiteraard. Koppig zetten we door en we vinden het juiste bureau. Met een kopie van je paspoort kom je er niet. Ze willen 'the real deal'. Dit was het begin van een trio aan bezoeken aan dit bureau met telkens de nodige wachttijd. Sommige routes waren volzet en voor andere waren er geen verbindingen met als gevolg een hele puzzel van steden en vervoersmiddelen. Na wat denkwerk kwamen we er toch uit en zouden we de trein afwisselen met bus en enkele steden omwisselen. Het denkwerk loonde aangezien we de hele geplande route nu toch konden afwerken.


Na ons eerste stationsbezoek zouden we het 'red fort' opzoeken. In India's toptijd een prachtig rijkelijk verblijf van de machthebbers. Enkele oorlogen waarin verscheidene schatten zijn gestolen (inclusief de grootste diamant ter wereld die nu toebehoort aan de Engelse kroonjuwelen) en een schrijnend te kort aan huidige financiering later ligt het fort er al stukken minder mooi bij. Er is een hele brok verbeeldingskracht nodig om het me voor te stellen in vol ornaat. De verhalen over versierde olifanten en met pauwenveren ingeklede tronen naast de architectuur maakt het wel een magische plaats.


Laura leerde al snel een andere kant van de Indiërs kennen. Naast haast honderden mannenogen op haar gericht namen sommige mannen zelfs 'onopgemerkt' foto's van haar met als gevolg een zeker ongenoegen. Ik denk dat de eerste Indiër die nog maar denkt om een stap verder te gaan wat te wachten staat. Ik hou mijn camera alvast bij de hand.


In de buurt van het 'Red fort' kun je via een park het Ghandi Memorial bereiken. Hier heerst een zeldzaam gekende rust in Delhi. Niet enorm veel volk dus een aangenaam bezoek. Via een ander fort gingen we op zoek naar een door lonely planet aangewezen restaurant. Na 's middags onze eerste Mc Donalds (met uiteraard enkel kip) te hebben gegeten wouden we het nog steeds op veilig spelen. De wijdverspreide verhalen over Indisch eten en de daaropvolgende afspraken met het sanitair zorgden er voor dat we de eerste dagen toch wat op zeker wilden spelen. Het restaurant was het zoeken waard. Indisch eten is bijna steeds vegetarisch maar zit vol met smaak. Heerlijk en spotgoedkoop. In een gemiddeld restaurant betaal je voor een hoofdgerecht slechts 2 tot maximum 3€. Met een gevulde maag zagen we op tegen de wandeling en betaalden we, onbewust van de viaducten op de route, een Indiër om ons naar het hotel te trappen. Het standaard te hoge toeristen tarief (zelfs na afbieden) betaald en klaar voor ons bed.


Geen Old Delhi zonder New Delhi uiteraard. Ook wij zouden graag het verschil weten. Deze zijn enorm. Meer structuur, minder stank, rijkere mensen, minder sfeer... en dit op enkele km's van elkaar. Vreemd.

Aangezien we er al een 2de station bezoek op hadden zitten wouden we eerst iets gaan eten. We bevonden ons op de aangeduide plaats op het plan maar vonden niets wat leek op een restaurant. Het lokale gebeuren was een beetje weggestopt maar daarom zeker niet minder bekent. Minstens 100 mensen stonden aan te schuiven voor hun tafeltje. Als toerist mochten we deze rij vrolijk voor en hadden we voor 1,5€ all you can eat 'thali'. Een gerecht met brood, rijst en verschillende curry's. Het eten was geweldig maar de sfeer er rond nog geweldiger. 20 man bediening, elk met zijn eigen stukje om bij te vullen en 100 ongeduldig wachtenden, wat een zicht. Moeilijk te geloven dat er in deze chaos zakenlunchen plaatsvonden. Zeker voor herhaling vatbaar.


In de middag een bezoek gebracht aan India Gate, een tombe en een mooi onderhouden park met verschillende moskeeën, Lodi's Garden. Een stuk rustiger als Old Delhi.


Onze derde dag Delhi bestond uit een traditioneel geworden station bezoek, een iets uitgebreider kapper bezoek dan verwacht, een poging tot het versturen van souvenirs en een goede Thali. Dit was enkel het stuk voor onze nachttrein naar Jaisalmer.


Het bezoek aan het postkantoor was een teleurstelling. Onze speciaal gekochte Mongoolse vodka en Indische Whisky als aanvulling van de internationale verzameling thuis mocht niet verstuurd worden. Het versturen van drank is bij wet verboden. Openstaande optie = uitdrinken. Een project van lange adem maar met zekerheid tot slagen. Geen proevertjes voor de thuisblijvers jammer genoeg.


Na een reeds hectische dag moest het ergste nog komen. Een Indisch treinstation. Duizenden mensen, geroep, getrek, de gekende stank en vuiligheid, het hoort er allemaal bij. Een Indische trein heeft verschillende klassen. Voor 1 klasse is het overbodig om te reserveren op voorhand. Er wordt ook niet echt bijgehouden hoeveel tickets er reeds verkocht zijn voor deze wagons. Dit leidt tot een bijna beestachtige manier van instappen. Totaal gebrek aan respect en een weelderig egoïsme troef. De volzette sleeperclass verplichte ons tot 2AC tier. Ondanks de muizen in de wagon toch een zeker luxe. Hier betaal je ook voor de service dat mensen je de juiste trein en plaats aanwijzen, zeker wenselij bij een eerste gebruik van de Indische spoorwegen. Spoor 9 volgens het bord, spoor 10 in werkelijkheid zonder aanduiding en dergelijke...

Rugzak vastgemaakt en de 16uur ingezet naar Jaisalmer!


Jaisalmer, Jodhpur & Udaipur

Een trein die te vroeg toe komt, in België een ongezien fenomeen maar in India dus wel degelijk mogelijk. Na een toch wel goede nachtrust voor op een nachttrein, klaar voor de drukte in en rond het station, buiten een 20 tal tuktuk chauffeurs viel deze nog mee. Ik weet niet hoe ze ons herkennen maar deze chauffeurs pikken er ons toch maar steeds mooi uit tussen al die Indiërs. Een hele resem vragen worden in herhaling op ons afgevuurd. Where are you from, what's your name, need hotel sir, what hotel are you staying in.... Niet de moeilijkheid van vragen maar de frequentie waarmee ze gesteld worden houdt ons tegen om te antwoorden. We zouden opgepikt worden dus hielden we de naam van waar we naartoe gingen strikt geheim. Toen ik toch de naam liet vallen was het hotel precies zo vriendelijk geweest om 7 tuktuk's op het zelfde moment te sturen. Of probeerden deze chauffeurs ons weeral maar iets wijs te maken. Koppig zoals we zijn toch iedereen blijven afwimpelen en een kwartiertje later werden we toch opgepikt door ons hotel. Ook hier schoven we een portie wantrouwen in de richting van de chauffeur maar deze bleek toch oprecht te zijn.


Voor je het weet rijd je een oud fort binnen tot op een punt waar de tuktuk niet verder kan en banen we ons een weg door een doolhof van kleine straatjes tot op onze bestemming. Een hotelletje aan de rand van het fort met een zicht op de stad en heel gezellig ingerichte kamertjes, muren uit zandsteen, tapijten op de grond, houten bed,... Precies een kamertje dat ontsnapt was uit de 1000 en 1 nacht sprookjes. Het fort is er dan ook de uitgesproken plaats voor. Nu nog steeds bewoond door 4000 mensen is het een energieke plaats die soms net iets te toeristisch aandoet. De bussen op doortocht die hopen toeristen droppen van 's morgens tot in de vooravond doen hier geen goed aan. In de avond is het heel wat rustiger en geeft het fort een pak meer van zijn romantiek prijs. De talrijke kleine straatjes zijn gevuld met winkeltjes die beweren unieke zelfgemaakte stukken te verkopen terwijl net het zelfde olifantje van op het tafeltje van de buur mij staat aan te kijken. Zouden ze het zelf soms nog geloven die Indiërs? Met de rest van de reis voor ogen en des te meer ons reeds goed gevulde rugzakken blijft onze koopdrang opgeborgen.


Jaisalmer's grootste troef naast het fort is de aangelegen woestijn. Toerisme heeft hier zijn weg naartoe zeker gevonden en momenteel bieden meer touroperators 'niet-toeristische' tours aan dan 'toeristische'. Deze gaan naar een minder bezocht stuk woestijn. Probeer maar eens te verklaren hoe dat kan. Deze bureaus bieden tochten aan met kamelenrit, traditioneel eten & een nacht onder de sterren. Dit trok ook onze interesse en al snel hadden we iets geboekt. Voor de gemakkelijkheid ook bij ons hotel.


In de middag van de 2 de dag zouden we vertrekken naar de woestijn, samen met 3 Israëliërs, mensen die zichzelf vrij geweldig vinden precies. Het conflict dat dicht bij hun deur ligt hebben we maar gemeden als onderwerp aangezien ze er zelf niet al te veel last van bleken te ondervinden. De tocht begon op zijn Indisch. Een all inclusive tour die bij de eerste stop de keuze laat tot bezoeken van een tempel maar hier dan ook wel de meerprijs bijverteld, dit toch tot een zeker ongenoegen van de groepsgenoten en onszelf. India heeft gelukkig niet te klagen over een gebrek aan tempels. Er zouden zich nog genoeg kansen aanbieden en we reden door naar de rand van de woestijn. 5 kamelen stonden ons daar op te wachten met elk een Indiër als bestuurder. Deze hun leeftijden bevonden zich tussen de 8 en de 16 jaar en ze grepen elke kans om ons er op te wijzen hoezeer een fooi voor hen belangrijk was. Gedrag dat bij mij averechts werkt. Los daarvan was het wel een aangename (de zadels waren een pak zachter als in Mongolië) en mooie tocht van enkele uren. Net op tijd voor de zonsondergang kwamen we aan op de plaats wat later ook onze slaapplek leek te zijn. De gids was al aardig in de weer met het avondeten en bood ons een typische 'chai' (thee) aan. Één van onze kamelen die perfect getimed op een zandduin verscheen voor de ondergaande zon was een zicht om niet snel te vergeten.


Een zon die ondergaat om 7u heeft als gevolg dat er nog een hele avond te vullen viel. Deze begon met een hapje (pakora) dat Laura later door een privé aangeboden ochtendles door onze gids zelf heeft leren maken (thuisblijvers hebben nu nog een extra iets om naar uit te kijken). Dit gecombineerd met een frisse 'kingfisher beer' was een aangenaam aperitief. Het komende uur zagen we de gids op een houtvuurtje een typisch lekker Indisch avondmaal maken. Op zich ook een aangenaam tijdverdrijf. Na het meeste te hebben opgegeten werden we getrakteerd op locale zang en dans. Nu weet ik dat het stereotype van toerist mij verplicht dergelijke zaken leuk en mooi te vinden maar lelijk is lelijk. Het is niet mijn meest geprefereerde muziekgenre. Laten we het daarbij houden. Na hun voor mij te laattijdig vertrek werd ons 'bed' gemaakt. Een dun matrasje en enkele dekens op het zand zorgde wel voor een romantisch plaatsje met een uitstekend zicht op de die nacht aanwezige sterren. De kevers ter grote van een M&M (die met noten) zouden we proberen negeren. De enorm talrijke sporen in het zand rondom ons bed de volgende ochtend bewezen dat we hier goed aan gedaan hadden. Vlak voor de zon opkwam werden we gewekt met opnieuw een Chai en kregen we door een de omgeving prachtig gecreëerde zonsopgang. Ontbijt op bed in de woestijn, het is eens iets anders.

Onze gids (een persoon waarvan ik gedurende 2 dagen maar steeds geen hoogte van kreeg aangezien ik er maar niet uit kwam of hij het nu oprecht goed met ons meende of ons steeds wou bedriegen.) kwam die ochtend aanzetten met een straf verhaal over een schorpioen die in zijn teen had gestoken. Mijn ongeloof verdween snel bij het zien van het dode beestje van een middelvinger groot. Gelukkig niet al te giftig maar toch goed dat we hun aanwezigheid maar besefte achter onze slaap. Geen kliniek of dokter maar een pleister later zette we onze terugtocht aan. Tegen de middag waren we terug in het fort.


Deze middag werd goed gevuld met het zoeken achter werkend internet. Meerdere restaurants of hotels boden het aan maar al snel bleek achter de bestelling van een drankje dat dit niet werkte. Uiteindelijk toch iemand gevonden die woord hield.


Als laatste avondeten in Jaisalmer zijn we na een waarschuwing van Lonely Planet toch in een Indisch valletje getrapt. Minder succesvolle restaurants stelen soms de naam van hun betere concurrent. De naam was niet identiek het zelfde maar leek er toch sterk genoeg op om ons te doen geloven dat we op de juiste plaats zaten. Na de inhoud van ons bord te zien groeide bij ons al de vraag wat er was misgelopen bij deze aanrader van Lonely Planet. Onze eigen fout dus maar weer een lesje geleerd.


Terug in ons hotel betraden we de honeymoon suite. Verre van omdat we stiekem getrouwd zouden zijn maar eerder omdat de bezetting van ons hotel niet 100% was en de gids/eigenaar ons een mooi koppel vond. Hard argument dat moeilijk te weerleggen is. Toch een hoopje luxe zonder meerkost.


De volgende ochtend stonden we klaar voor vertrek naar de bushalte toen onze gids er op stond om zijn belofte na te komen. Eerder op de tour had hij Laura echter beloofd 'pakora' te leren maken, een soort gefrituurde snack. Speed kookcursus en een doggybag middageten later zaten we in een tuktuk op weg naar een 5u durende busrit naar Jodhpur.


Jodhpur.


Lonely planet heeft een niet te onderschatten invloed op de lokale economie. Er al dan niet in staan is vaak een verschil tussen bussen toeristen of geen. Ons guesthouse had ook van dit succes mogen proeven en had een 2de gebouw omgetoverd tot een een ander guesthouse. Voor 1,5€ meer toch een recentere kamer gerund door een vriendelijk gezinnetje. Goed begin van een nieuwe stad.

De eerste uurtjes in Jodhpur hebben we gevuld met wat rond te kuieren in de gekende smalle steegjes en straatjes. De dag hebben we afgesloten met een gezellig verlicht etentje op een dakrestaurant met zicht op de trots van Jodhpur, hun fort. Een machtig en imposant boven de stad uitstekend bouwwerk. Het bezoek ervan zou voor de volgende dag zijn.


Het feit dat het boven de stad uitsteekt verklapt al het soort wandeling naar de ingang. Gelukkig hadden we deze reeds achter de rug voor de Indische middaghitte opkwam. Aan de ingang het gekende prijsverschil. Indian 30 roepies, foreigners 250 roepies. Hier zat voor de buitenlanders wel een audiotour inbegrepen. Veel meer als toerist erbij lopen kan bijna niet. Het verhaal dat uit de doeken gedaan werd, wees je wel op details die je anders zonder twijfel zouden ontgaan. Kanonskogelgaten in de muren, pinnen voor vijandige olifanten te ontmoedigen om te chargeren enz. De moeite.


Na ons bezoek een onenigheid met een moeder en haar 8 jarige zoon. Uitbaters van een snack en drankkraampje. Geheel 'onbewust' hadden ze ons een duidelijk opnieuw gevulde fles water verkocht maar hanteerde ze een 'no refund' beleid. Koppig maar beleefd toch blijven volhouden om ons geld terug te krijgen en er ook in geslaagd. Opvallend hoe opvallend ze zaken proberen te vervalsen, bijna lachwekkend slecht werk. Achja, weer een verhaal rijker.


Voor we het marktpleintje gingen bezoeken zouden we een lokale beroemdheid opzoeken. De 'egg man', in de Lonely Planet omschreven als de omelette shop. Veel shop is er niet aan. 1 pan, 2 krukjes voor zijn kraampje, een paar potjes met kruiden en ingrediënten en een stapel eieren. Meer had deze man dan ook niet nodig om heerlijke goedkope omeletten te maken. Opmerkelijk is dat deze man begonnen is in de jaren 70 en nog steeds plichtbewust elke dag paraat staat. De trots was ook duidelijk zichtbaar. Geweldig.


In de middag toegegeven aan het volhoudend gezaag om toch eens te kijken in de winkel van een kruidenverkoper. We speelden moeilijk te overtuigen klanten. Hoe moeilijker wij deden hoe meer uitleg we kregen en hoe meer hij duidelijk alles uit de kast haalde om ons toch maar iets aan te smeren. Voor we een paar dagen later de stad verlieten hebben we dan toch zijn harde werken beloond en voor de helft van de prijs 1 zak kruiden gekocht. Nu nog leren ze te gebruiken. Op een alleenstaande reis naar India zouden we al meerdere honderden euro's hebben uitgegeven aan souvenirs maar onze huidige situatie liet dit nog steeds niet toe.


Voor we vertrokken naar Udaipur hebben we onze voorraad muggenspray aangevuld met een lokaal goedje dat zou moeten werken. We laten het nog weten. Gezien we nog tijd hadden en de kaart van ons guesthouse een halve geroosterde kip aanbood kon mijn honger naar vlees gestild worden. De Indische keuken is hoofdzakelijk vegetarisch en lekker maar een stuk vlees kon er toch wel in. Heerlijk. Klaar voor de rit naar Udaipur!


Udaipur


Het was al donker toen we toekwamen in deze stad. Niet zo bijzonder aangezien de zon hier al rond half 7 verdwijnt maar bij onze aankomst in het guesthouse was het toch al enkele uren later. De menukaart bekeken en om het de kok niet te moeilijk te maken snel iets wat probeerde door te gaan als pizza naar binnen gespeeld. De volgende dag zouden we de meest romantische stad van India bezoeken, ook gekend uit de film 'Octopussy' van James Bond. In de jaren 80 gefilmd maar nog steeds vertonen ze hem hier op meerdere plaatsen op groot scherm.


Onze ochtend is grotendeels verloren gegaan aan het zoeken naar een activiteit voor de dag erop. Het eerste plan om te gaan paardrijden in de aanliggende heuvels sneuvelde dankzij een groot feest/festival in Udaipur die dag. De meeste Indiërs hadden verlof. Het zou dan maar fietsen huren worden maar dat was voor later. Eerst zouden we de plaats opzoeken die Udaipur op de kaart heeft gezet onder de noemer 'romantisch', het meer. Na een kwartiertje wandelen vanuit het guesthouse zagen we het tevoorschijn komen. Een groot meer met aan de oevers typisch Indische gebouwen, wassende vrouwen, drinkende koeien, offerende mensen,... alles wat een Indisch meer volgens mijn beeld zou moeten hebben.


Een boottochtje op het meer zou vooral de moeite zijn bij zonsondergang. Na ons te gaan informeren over de prijs en vertrektijd viel het restaurant in de buurt op aan de oever met een prachtig dakterras en romantische inkleding (inclusief rode roos op de tafel). Naar Indische norm dure gerechten maar nog steeds niet meer als 4€ voor een hoofdgerecht. Na het zien van de zeldzaam aanwezige cocktailkaart in India hebben we maar snel ons tafeltje gereserveerd.

Er schoot nog wat tijd over voor ons boottochtje dus zouden we nog even naar het guesthouse gaan voor ons wat te verfrissen. Op de terugweg vielen ons een paar winkeltjes op met leuke kleedjes. De setting van het restaurant was een goede reden voor het aanschaffen van enkele hiervan. De maximum prijs van 5€ per kleedje die we niet wouden overschrijden kregen we in het eerste winkeltje maar niet afgedwongen. Dan maar naar het volgende en kochten we er opeens 3. Met een vrouwelijke glimlach in mijn gezelschap keerde we dan nu wel recht naar ons guesthouse.


Het sunset boottochtje met aansluitend etentje was zeker de moeite. Van op het dakterras konden we genieten van lekker eten met zicht op een prachtig verlicht meer en dit terwijl er meer dan 50 vleermuizen overvlogen ter grote van een grote kat. Het festival waardoor ons paardrijden niet kon doorgaan zou plaatsvinden niet ver van waar wij ons bevonden dus zouden we toch eens gaan kijken. Blijkbaar was het een vrij lokaal gebeuren. Iedereen was opgewonden en had stokken vast. Later bleken deze gebruikt te worden in een soort kringdans waarbij de binnencirkel ( de vrouwen) hun stokken 'ritmisch' sloegen tegen die van de buitencirkel (de mannen) en dit op loeiharde muziek. Ik die dacht dat de stokken dienden voor een Indisch gewelddadige gevecht sport en dat de deelnemers zouden strijden voor de titel van dorpsheld was toch lichtelijk teleurgesteld. Heel wat gedoe voor een dansje maar het onbegrip zal wel aan mij liggen.


Na ondanks het festival toch vrij goed geslapen te hebben zouden we onze fiets gaan huren. 2 exemplaren die in Gent zouden uitgelachen worden door de gemiddelde kotfiets. Voor een dag had je ze dan ook voor minder als een euro. Het kaartje dat we meekregen van de omgeving was zoals alle kaarten in India 'not to scale' en bevatte enkel de wegen die belangrijk genoeg geacht werden door de ontwerper. Hebben ons dan maar gebaseerd op het meer en er rond gefietst. Één van de stops onderweg was met de boot naar een eilandje in het midden van het meer dat dienst deed als parkje. Niet echt een functie maar wel mooi. Hier moesten we mee op de foto met een klasje Indiërs die het voor een ongekende reden geweldig vonden. Daarna waren zelfs de leerkrachten aan de beurt. Ik zie mij in Antwerpen al naar een toerist stappen om er mee op de foto te gaan...


In de vroege middag bevonden we ons terug in de buurt van ons Guesthouse. Als middageten zouden we iets proberen wat we al enkele dagen hadden zien liggen maar nog niet hadden durven kopen. Een soort in deeg gehulde chilipeper die zelf ook gevuld was met allerlei kruiden en dit gefrituurd. Nu weten we dat ze overal 'streetfood' afraden voor de maagtevredenheid maar dit vormde geen probleem. Lekker en doenbaar spicy.


Een paar uur later zou onze kookles beginnen waarvoor we ons hadden ingeschreven. Een lokaal vrouwtje dat gezien ons tijdsgebrek uitzonderlijk een groep van 6 personen ipv 4 les wou geven in haar piepklein keukentje. Onze groep bestond uit onszelf, een Frans en een Nederlands mannelijk koppel. Dit kon niet anders als lachen worden in een Indische kookworkshop. Onze lesgeefster had een bewogen leven achter de rug maar had nu haar geluk en broodwinning gevonden in het geven van deze soort lessen. Geheel zelfstandig had ze het Engels aangeleerd en kende ze zelfs enkele Nederlandstalige woorden. Haar stijl bestond vaak uit het geven van militair klinkende commando's zoals 'stir', 'eat', 'sit',... Deze bracht ze op zo een manier dat het eigenlijk grappig werd zonder dat ze het zelf door had. We leerden alles maken. Van de typische thee, curry's, masala's tot de 'nan', het typische brood. Vaak kwam het erop neer te weten welke kruiden te gebruiken en hier zeker niet zuinig mee om te springen. Het begrip 'snuifje' is in India al snel een theelepel. Na alles klaargemaakt te hebben moesten we ook alles nog opeten. We stonden versteld van wat we zelf hadden gecreëerd. Ik hoop dat we enkele zaken onthouden om dit in België te kunnen reproduceren. Het meegekregen bundeltje met recepten zal zeker helpen. Het was een zeer leerrijke, grappige en interessante avond die al snel laat werd. Onze trein de volgende dag zou vertrekken om 6u dus namen we afscheid van onze lesgeefster en de groepsgenoten en kropen lekker in ons bed.

Jaipur en Bharatpur

Jaipur

Jaipur, een stad in India met slechts 4 miljoen van het miljard Indiërs. Ik vraag me af hoeveel ik er al gezien heb. Van reizigers in eerder aangedane steden steeds terugkerende negatieve commentaar verkregen over deze stad. Ons reeds geboekt treinticket en onze wil om onze eigen mening te vormen dreven er ons toch heen.

Diverse bronnen beschrijven soms lyrisch het Indisch spoorwegennet en de manier waarop het je gestaag en romantisch over het platte land waar dan ook ter plaatse brengt. Ik kan het niet helpen dat mij steeds andere facetten opvallen. De overdrukke stations, het lawaai, de stank en de voortdurend gemaakte geluiden van medereizigers maken het heel wat moeilijker om lyrisch te schrijven over dit vervoersmiddel. Desondanks bracht het ons wel steeds in een zekere sfeer tot onze bestemming. Zoals de naam 'sleeper class' ons deed vermoeden, zouden we ook overdag de mogelijkheid hebben tot ons eigen ligplaats in de wagon. Onterecht bleek later. Mooi geflankeerd door 2 Indiërs had ik mijn plaats niet ver van Laura gevonden in de trein. 7 uur onophoudelijk neus ophalende en rochelende geluiden die bijna het ritme van de trein vonden, maakte het een frustrerende zaak. Hier viel het mij nogmaals op hoe Egoïstisch en boertig sommige Indiërs zijn. Mensen die de vrije plaats wouden naast een koppel worden weggestuurd, eten wordt smakkend weggeschoven, afval wordt onstuimig rondgezwierd, om nog maar van de geluiden te zwijgen. Ik denk niet graag in klassen maar het verschil met de eerder genomen airco klasse was wel degelijk aanwezig. 7 uur vol verbazing later kwamen we toe in Jaipur.


Zonder boeking stapten we naar een hotel gevonden in de reisgids. Uiteraard net dan kom je het eerste volgeboekte hotel tegen op de reis. Na een paar volgeboekte hotels later kregen we een aanbod van een op commissie azende riksja chauffeur om ons naar een goed en goedkoop hotel te brengen en dit nog wel gratis. Hij zou zijn commissie verdienen aangezien wij vrij tevreden waren over het aangeboden hotel. Het hotel mag dan ook tevreden zijn met onze standaarden en het reeds verschijnen van een glimlach op ons gezicht bij het zien van een dubbel bed. Vrij vermoeid van ons vroeg opstaan en reis brachten we de middag lui door op het dakterras van het hotel nadat we de lokale keuken nog eens hadden geprobeerd. Vrij toevallig hadden we een plaatsje gevonden waar mensen in maatpakken op keukenstoelen al boerend aan het lunchen waren. Voor nog geen euro hadden we beide een soort snack met Indisch sausje en een liter water. Geen toeristen te bespeuren. Deze blog geeft onbewust ook de verplichting om hem op tijd en stond bij te houden. Enkele uren schrijven en het bijhouden van hotmail en facebook later besloten we om toch iets van de stad te ontdekken en iets te gaan eten buiten het hotel. Hier viel het feit van een grootstad op. Niet minder dan minimum 3 minuten wachten om een straat zonder levensbedreigende situaties over te steken en dergelijke. De enorme aantallen mensen op straat maken het er ook niet gemakkelijker op, inclusief de exemplaren die in België mooi verzorgd worden door de geestelijke gezondheidszorg maar hier duidelijk deze nodige hulp niet aangeboden krijgen. We analyseren niet iedereen die we tegenkomen maar soms springen ze er nu eenmaal uit.

Ons bewust van de bias aangedaan door de verkregen verhalen wouden we niet te snel toegeven dat ook wij dit een lelijke stad vonden. Morgen zouden we beslissen.


Ook deze stad kon ons voorzien van het bijna traditionele fort en stadsbezoek maar wij wouden eens iets anders. De titel Monkey temple deed onze ogen fonkelen en onze plannen waren al snel gemaakt. Aangezien we beide vonden dat 3 dagen in deze stad te veel van het goede was zouden we eerst proberen om een trein te boeken naar Bharatpur, een dorpje gelegen naast een natuurpark en op de weg naar Agra. 20M mnuten zoeken naar het juiste loket, 20 minuten wachten en 10minuten discussiëren met de loketbediende waarom nu opeens een kopie van ons paspoort nodig was verder was het duidelijk dat trein misschien niet de beste optie was. Dan maar naar het busstation. De frequentie waarmee de bussen naar Bharatpur reden maakte het niet nodig om te reserveren. Aan het bus station waren er genoeg gelegenheden om iets te eten maar de kraampjes met stapels eieren en de mogelijkheid om deze om te zetten in omeletten kreeg onze voorkeur. Niet goed wetende wat de afstand of prijs was om aan de monkey temple te geraken lieten we deze naam vallen aan het kraampje. Een behulpzame Indiër ving dit op en wees ons op de locale bus en gaf ons het juiste nummer en tarief. 1/6de goedkoper als de tuktuk was dit nuttige informatie. Aan de stop van de bus, wat zo ook het begin van onze wandeling werd, werden we tegengehouden door enkele Indiërs. We moesten even wachten wegens de opnames van een film. Het voorstellen wat voor een aandacht deze opname trok is niet moeilijk. Enkele minuten later waren ze een mislukte take verder en wij konden passeren, de berg op richting de tempel.


Een kleine kilometer verder had er een gezinnetje zwaar geïmproviseerd in woning en job keuze. In hun tentwoning hielden ze een gifvrije cobra. Na het fotograferen vroegen ze algauw 10 roepies voor hun diensten. 3 foto's, een fles water en een paar kilometer verder kwamen we aan een tempel aan die een prachtig uitzicht verschafte over de stad. Wij die wel enkele aapjes waren tegengekomen op de weg waren toch een beetje teleurgesteld in de bestemming. Op de terugweg hadden we het geluk dat andere toeristen wel zo gul waren geweest om een gids mee te nemen. Hiervan pikten we op dat de monkey tempel nog wat verder lag. Een half uurtje later kwamen we aan een bouwwerkje waar ons werd gevraagd om 50 roepie te betalen indien we wouden fotograferen. Het betalen stak ons wat tegen en het bouwwerkje was het voorlopig ook niet waard. Even verder kregen we als totale verrassing eindelijk de echte monkey tempel te zien. Moeilijk te beschrijven maar laten we zeggen dat ik al snel terugliep om 50 roepie te betalen. Weinig toeristisch en talrijke aapjes in een prachtige tempelcomplex gelegen in een vallei. Prachtig.


Terug in de stad zouden we toch maar eens gaan kijken naar de bazaar en het city palace. Op weg hier naartoe kregen we een aanbod van een 'met niets dan goede bedoelingen' Indiër om een tocht te doen met de riksja naar verschillende plaatsen voor niet meer dan 1€. We gingen er op in, we zouden wel zien waar het addertje zat. De eerste 2 stops waren wel de moeite. Een paleis in het midden van het meer en een stal voor olifanten die als job hadden luie toeristen naar het nabij gelegen fort te brengen. Met een zekere angst moest en zou er een foto genomen worden terwijl we ze knuffelden. Nu weet ik waar het spreekwoord over een olifantenhuid vandaan komt. Zo iets ruw rond zo iets zachtaardig.

Het addertje kwam daarna. We werden naar 2 fabrieken gebracht waar ze stoffen, doeken en kleren maakten. We werden hartelijk ontvangen met chai en kregen uitleg en een presentatie over gebruikte technieken. We vonden dit oprecht interessant maar hadden geen plannen om iets aan te schaffen. 2 weken India hadden ons geleerd om hardnekkig en zonder schuldgevoel mensen af te wimpelen en ondanks hun moeite niet toe te geven aan hun torenhoge prijzen voor nutteloze zaken.

De Indiër die onze pedalen bediende vond dit waarschijnlijk maar niets aangezien hij waarschijnlijk royale commissie bovenop onze prijs zou krijgen voor zijn middagje werk. Jammer.


Na nog wat rondgelopen te hebben in de bazaar trokken we vrij vermoeid terug naar het hotel en hebben we daar voor de gelegenheid nog eens genoten van een thali.


De volgende dag boekten we vrij gemakkelijk een bus en waren we op weg naar Bharatpur. 5 uur later toegekomen werden we rondgereden door een tuktuk die duidelijk geen idee had van de plaats waar ons guesthouse zich bevond. Grappig hoe zo iemand door eigen onwetendheid extra vergoeding durft te vragen voor de lange rit. Afspraken zijn afspraken denk ik dan. Een dag die snel valt te omschrijven maar daarom niet moet afdoen in mate van vermoeidheid. De dag erop zouden we een mooi stukje natuur bezoeken in een park bekend bij vogelspotters over heel de wereld. Ik was er nog niet uit of we gingen voor de vogels of om te lachen met deze hobby.


Bharatpur


Keoladeo National Park lag op nog geen kwartiertje stappen van ons guesthouse dat ons voor ons bezoek had voorzien van een Indisch lunchpakket. Exact het zelfde als avond eten maar dan koud. Aan het ticket office stelden we de verkoper voor een vraagstuk. Als een student 50 roepies moet betalen en een buitenlander 400, wat moet een buitenlandse student dan betalen. Veel discussie was er niet aan en de volle pot werd betaald. De huurprijs van een fiets was verwaarloosbaar dus zouden op deze manier het park verkennen. We maken er geen geheim van dat onze vogelkennis nihil is. Net daarom leek het ons misschien geen slecht idee om voor een paar uur een gids aan onze zijde aan te schaffen. 1,5€ per uur kon nog van ons budget en we maakten hem duidelijk dat we hem voor 2 uur zouden inhuren. Al snel werden we gewezen op enkele vogels en de weetjes eigen aan de soort. Zo kwamen we enkele duizenden Siberische eenden tegen die net die nacht waren toegekomen in het park voor hun overwintering. Ze hadden er net de zelfde trip opzitten als wij, al hadden ze geen overstap moeten maken in Peking veronderstel ik.

Hoe mooi sommige exemplaren ook waren, vaak vond ik de omgeving waarin ze zich bevonden nog prachtiger. Ik begon te verstaan waarom al deze vogels dit stukje natuur kozen als verblijfplaats. 2,5u later en een tiental km verder keek ik op de klok. Toen ik de gids wees op de tijd stond hij erop om ons nog wat verder te brengen en dat we later maar moesten betalen. Het vermoeden dat hij net dan extra zou aanrekenen was zeker gegrond. Geen zin in weer een discussie die voor ons niet om de extra euro of 2 draaide maar om het principe, betaalden we de man ter plaatse de afgesproken prijs. Uiteraard volgde er geen verdere uitleg en bracht hij ons niet naar het beloofde 'mooiste plaatsje van het park'. In het verleden heb ik nog niet veel moeten samenwerken met Indiërs maar ik heb een sterk vermoeden dat dit niet gemakkelijk is. Het voortdurend meer willen en de afspraken proberen verdraaien is geen aangename eigenschap van hen.

Dit neemt niet weg dat ik blij was met de keuze hem mee te nemen. Hij heeft ons ongetwijfeld op dingen gewezen en zaken uitgelegd die we zelf onmogelijk hadden geweten of gevonden.

We fietsten verder op een fiets waarvan het erbarmelijk zadel er nog steeds beter uitzag dan het voelde naar python point. Een moeras dat het mogelijk maakt deze 7m lange beestjes te bekijken maar dit vooral tussen maart en juli. We zijn nog steeds niet zeker of we dit jammer vonden. Een wegkruipende hagedis van een halve meter was al genoeg verschieten voor Laura.


Na een mooi stukje India gezien te hebben, zouden we de bus nemen naar Agra waar we volgens ons ticket een trein hadden om 23u40. We begaven ons naar het busstation waar ze blijkbaar zelden niet-Indiërs zien. Bharatpur heeft naast zijn park dan ook geen enkele toeristische aantrekkelijkheid.

Er zouden 2 bussen per uur zijn dus lang zouden we niet hoeven wachten. Na 20 minuten dook er uit het niets een in uniform geklede man langs van het Touristic Assistance Force, een door de overheid gecreëerde functie die het ons gemakkelijk moet maken wanneer nodig. Hij deed zijn job goed. De eerste bus naar Agra stopte hij en voor een onverklaarbare reden kregen wij de enige 2 vrije plaatsen en werd er niemand van de 50 andere wachtenden op de bus gelaten. Een ongewilde voorkeursbehandeling maar dit vereenvoudigde wel fel onze reis. Het te vlot verlopen van onze onvoorspelbare reis naar Agra had als gevolg meer als 4 uur te moeten wachten in het station. Wat eten en 52 speelkaarten hielpen de tijd sneller gaan. Op het perron hadden we een opvallende ontmoeting met een Indische student die er op stond ons 10 roepie van meer dan 70 jaar oud te geven als cadeau (hij was enorm blij met zijn blinkende nooit eerder geziene euro). Vrij op tijd kwam onze eerste echte sleeper class toe. We vonden ons plekje, joegen de Indiër weg die het reeds had ingenomen en probeerden na het vast grendelen van onze rugzak het onmogelijke aan te vatten, slaap.

Onze beknopte reisroute:

- 24 september: Rusland (Moskou)

- 27 september tot 2 oktober 2012: Transmongolische express (van Moskou naar Ulan Bataar)

- 2 oktober 2012: Mongolie

- 14 oktober 2012: Noorden van India ( Delhi - Jaisalmer - Jodhpur - Jaipur - Udaipur - Khajuraho - Agra)

- 5 november 2012: Nepal (Kathmandu en trektocht naar Mount Everest Basecamp)

- 21 november 2012: Thailand (Bangkok - Chang Mai - Koh Phi Phi)

- 17 tot 19 december 2012: Via Kuala Lumpur - Singapore (Maleisie) naar Australie

- 20 december 2012: Samen met Ben van Darwin naar Sydney met onze Wicked Camper

- 19 januari 2013: Nieuw-Zeeland (zuidelijke eiland)

- 12 februari 2013: Hawaii

- 22 februari 2013: Noord-Amerika - Van San Jose (Californie) via de vele natuurparken naar Miami (Florida)

- 1 april 2013: New York

- 4 april 2013: Vertrek naar huis

- 5 april 2013: Aankomst thuis


Waar zijn we nu?

Sint-Niklaas

Blijf op de hoogte en schrijf je hier in!

  • Subscribing allows you to get site updates. Your email address will be kept private.